VOC - Wat wordt er gevierd?

Nederland wil heel erg graag 400 jaar VOC vieren, maar weet iedereen wel waar het VOC voor staat?

In het begin besteedde de VOC vooral veel tijd aan het bestrijden van de Portugezen in zee- en veldslagen. De VOC slaagde er in om de Portugezen te verdrijven uit de Molukken en veel later zelfs helemaal uit het Indonesische archipel. De lokale vorsten in IndonesiŽ steunden de Nederlanders in hun strijd tegen de Portugezen omdat ze heel erg graag van het Portugese bewind af wilden. Toen de Portugezen verdreven waren echter, verplichtte de VOC de Molukkers om al hun handelscontracten met andere Aziatische landen te verbreken en de VOC het alleenrecht te geven op de handel in specerijen.
De Molukken weigerden dit omdat de VOC dan de prijzen bepalen kon, waarop de VOC reageerde middels enkele hele bloedige expedities. Gouverneur Jan Pietersz Coen leidde de aanval op het eiland Banda in 1622. Deze beruchte aanval van de VOC is een zwarte vlek in de geschiedenis van de Nederlanden. Tijdens deze massale slachtpartij werd meer dan de helft van de bevolking vermoord en het andere deel verjaagd. De nootmuskaatproductie werd op deze manier uitbesteed aan de beruchte "perkeniers". Andere eilanden volgden...

Coen stichtte vervolgens Batavia in 1619, op de plaats van het oude handelscentrum Jacatra, en de tegenwoordige Indonesische hoofdstad Jakarta. Eerst had hij nog de Engelsen verdreven en de overige vorsten onderworpen.
Vanaf 1620 verliep alle handelsverkeer tussen AziŽ en Amsterdam via Batavia.
Van het juk der Nederlanden werd pas in 1945 afscheid genomen. Het resultaat van 400 jaar VOC is een geplunderd land, ontdaan en beroofd van het grootste deel der grondstoffen.

Ik kan het IndonesiŽ echt niet kwalijk nemen dat de viering van 400 jaar VOC voor hen overkomt als een rode lap op een stier. Heeft Nederland ooit excuses aangeboden voor de handelingen van Coen en de VOC?


Maar hoe luidde het officiŽle bericht nou ook alweer betreffende de viering? Oh ja... zo dus:

Nadat Nederlandse kooplieden vanaf omstreeks 1590 werden buitengesloten van de lucratieve handel door de Portugezen op AziŽ, besloten enkele Amsterdamse kooplieden het Portugese monopolie te doorbreken. In het jaar 1595 werd de 'Eerste Schipvaart' naar AziŽ ondernomen, op basis van het 'Reysbeschrift' van Jan Huygen van Linschoten. In 1596 werd zijn complete 'Itinerario' gepubliceerd: een zeer belangwekkend reisverslag! Hoewel deze reis geen commercieel succes was, bewees zij wel dat Nederlandse handelsreizen naar AziŽ via de route langs Kaap de Goede Hoop mogelijk waren.

Andere Nederlandse kooplieden volgden dit voorbeeld. In vijf jaar tijd zeilden 65 schepen in 15 vloten naar AziŽ. Dit leidde tot grote onderlinge concurrentie. De Staten-Generaal besloten in te grijpen en dwongen de kooplieden hun krachten te bundelen en samen te werken. Dit leidde tot de oprichting van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie. Op 20 maart 1602 verleenden de Staten-Generaal een octrooi aan de VOC. Dit hield in dat de VOC het alleenrecht kreeg voor de handel op AziŽ.

De VOC werd bestuurd door de Heeren XVII. Dit waren afgevaardigden van de zes VOC-kamers. Zij bepaalden het algemene beleid en verdeelden de taken over de kamers. De kamers voerden alle werkzaamheden uit: zij bouwden hun eigen schepen en pakhuizen en verhandelden de goederen. In de periode tussen 1595 en 1795 werden bijna 4800 reizen naar AziŽ gemaakt.

De risico's waren groot. Desondanks is minder dan vier procent van de VOC-vloot vergaan. De Heeren XVII gaven de schippers uitvoerige instructies mee over de te varen route, winden, stromingen, ondiepten en oriŽntatiepunten. De VOC maakte zelf zeekaarten en ook verschillende navigatie-instrumenten werden in eigen werkplaatsen vervaardigd.

Op de reis naar AziŽ gingen niet alleen handelsgoederen, maar ook gebruiksgoederen mee: zowel textiel, wijnen en verfstoffen als voedsel, water, gereedschappen, onderdelen en munitie. Het belangrijkste deel van de lading was echter goud en zilver waarmee in AziŽ diverse goederen konden worden gekocht. De reis naar AziŽ duurde gemiddeld acht maanden.

Batavia, het huidige Jakarta, was de hoofdvestiging van de VOC in AziŽ en het centrum van een uitgebreid handelsnetwerk. Er werd door de VOC namelijk ook op ruime schaal regionaal handel gedreven. In China werd bijvoorbeeld zijde gekocht, die in Japan weer werd verkocht tegen goud en koper. Dit ging weer naar India waar het werd geruild voor textielproducten die op de Molukken weer werden verhandeld tegen specerijen. Later werden ook koffie, thee en suiker belangrijke handelsproducten. Vanuit Batavia werden de goederen naar Nederland verscheept. Op de terugreis werd op Ceylon (nu Sri Lanka) vaak nog kaneel gekocht.

Twee eeuwen lang heeft dit enorme handelsbedrijf bestaan. Aan het eind van de 18e eeuw ging het echter minder goed met de handel. Dit kwam door de harde concurrentie en de oorlog met Engeland. In 1795 werd de VOC opgeheven.

Bron: Nieuwsbrief "Viering 400 jaar VOC"