De Coca Cola-illusie

Een wat klungelig uitziende jongen stapt een supermarkt binnen. Hij pakt een fles cola uit de koeling en draait zich om om verder te shoppen. Maar daar staat ze. Zijn lieftallig uitziende ex. Met haar nieuwe vriendje. “Hee, hoe gaat-ie?”, vraagt ze. De jongen kijkt geringschattend naar zijn ex en haar nieuwe vlam, werpt een blik op de fles frisdrank, schroeft de dop eraf en neemt een flinke teug. Uit het niets verschijnt zŪjn nieuwe vlam. “Schatje, slagroom of chocoladesaus?” De jongen kijkt vergenoegd naar het rondborstige delletje. “Allebei.” Het blonde mokkel vliegt om zijn schouders, en, door het plafond opstijgend aan een touw dat uit een helikopter hangt, roept hij zijn ex nog toe “je kent me, ik red me wel!”, de ex en vriendje verbijsterd achterlatend.

De reclameslogan verschijnt op mijn televisiescherm. Coca Cola Zero. A taste of life as it should be. Blijkbaar gebeuren dit soort dingen als je in een supermarkt opeens je nog niet betaalde fles suikerwater leeg lurkt. Ik zou het niet weten, want ik drink nooit cola. In de schuur staat een fles van mijn verjaardag overgebleven goedkope Aldi-cola al een half jaar ongeopend weg te schimmelen. Mijn ex heeft wel een nieuw vriendje, dat klopt, maar toen ik op oudejaarsavond -van het bestaan van het vriendje nog niets afwetende- dronken en stoned langs kwam om haar gelukkig Nieuwjaar te wensen, stond er geen lekker blond mokkel met chocoladesaus over haar borsten gegoten op me te wachten. Wel een dichte deur.

Life as it should be. Laat me niet lachen. Al jaren probeer ik met Axe de reclames na te bootsen, maar zonder enig effect. Wat Coca Cola me voorschotelt is een leugen, dat weet ik wel. Toch surft die leugen mee op de commerciŽle werkelijkheid die wij als televisiekijkers dagelijks toegeworpen krijgen. Alle vrouwen zijn mooi, alle mannen aantrekkelijk, alle levens geslaagd, en iedereen drinkt Coca Cola Zero in de supermarkt. Met deodorant stormen vrouwen op ons af, het opsmukken met cosmetica maakt je honderdtien kilo wegende uitgezakte vrouw even mooi als gefotoshopte supermodellen.

Was het maar waar. Soms droom ik weg. Dan denk ik vaak onwillekeurig bij het zien van een mooie vrouw “als ze nou allemaal gewoon niet zo moeilijk doen en zich laten dubbeldekken door mij en mijn grote vriend Willie zou het leven er veel mooier uitzien en wil ik duizend kinderen van zo'n mokkel”, of “als ik nou een strippenkaart had waarmee ik tien keer per jaar een mokkel kon afstempelneuken was mijn leven geslaagd”. Maar nee. Ik, en de overgrote meerderheid van mijn er tůch niet zo geslaagd uitziende, nŪet in een reclamewereld levende naasten doen maar wat. Als ik mijn ex tegenkom in de supermarkt met haar nieuwe vriendje ren ik zo snel mogelijk naar buiten.

De enige drank die ik er wellicht nog bij zou drinken is een gratis kopje koffie, maar geen Coca fucking Cola Zero. Life as it should be, ja. Waarin alle overspelige exen samen met hun nieuwe vriendjes opgepakt en terechtgesteld worden, een bos van honderden kruizen op de grasmat van de Arena, vijftigduizend haatdragende toeschouwers en gratis bier, Coca Cola Zero en chips. Met naast elke verbitterde man een blond mokkel met slagroom over de uit d'r shirtje puilende tieten. Wat een feest zou dat zijn. Maar nee, niets van dat al.

De meesten van ons klooien maar wat aan. Soms valt er een vrouwke voor de mannelijke charmes, of hebben we van die net-niet-zoenen-vriendinnen. Soms blijkt mevrouw de vriendin overspelig te zijn, of heb je opeens kinderen van zo'n langzaam lelijk wordend mokkel, of kun je nooit meer met je vrienden naar de Bananenbar. Of er is helemaal geen vriendin meer. En je wacht tot er weer iemand voor je gaat, maar niemand komt. En Šls ze komen, is het nooit blijvend. Dan kom je je ex en d'r neukertje tegen in een supermarkt, met een mandje vol onzin ťn Coca Cola Zero. Je gaat op je bek, stamelt misschien “hoi, Marc...” en staat stil. Denkt na.

Ja, die reclame is onzin, maar je gaat het once and for all waarmaken. Die hoer zal voor je kiezen! Slungel-Marc, met zijn zwartgeverfde haar en gitaarkunstjes mag sterven! Je pakt de fles en met een snelle polsslag draai je de dop er in een tel af. Je brengt het ding vliegensvlug naar je mond. Een windvlaag doet je jas openvliegen. Je lurkt als een na de jacht dorstige GalliŽr aan de fles. Je jasje waait nog wat verder open. Je haren wapperen in het Philips Ambilight-licht. Je trekt de fles weg en grijnst volmaakt, geil en vastberaden.

Na een seconde of vijf pijnlijke stilte kijk je om. Wat komt daar aanlopen? Een Australisch blond mokkel met slagroom en chocoladesaus in d'r handen? Een decolletť waar je u tegen zegt? Nee. “Meneer, dat is niet de bedoeling”, zegt de toegesnelde manager. “H... huh? Wat?” stamel je. “In de winkel consumeren vůůr betaling is niet gewenst in de Albert Heijn. Dat doe je maar bij de Aldi.” Je ex en haar zesde 'blijvertje' giechelen, zoenen elkaar kort en hartstochtelijk en lopen omarmd weg. De manager ziet de twee en je fles cola, herinnert zich de reclame en lacht hartelijk, slaat je op de schouder en zegt “Ah joh, trek het je niet aan. Ga maar afrekenen.”

Ik geloof dat ik morgen maar eens een flesje Coca Cola Zero ga inslaan. Just wishful thinking.

Iedere maandagochtend verschijnt er een nieuwe column van superworm.