Dag Wim, tot snel!

Ik weet niet of ik deze column moet schrijven over of aan jou, Wim. Je kent me niet, en ik ken jou alleen van de radio. We hebben elkaar een keer ontmoet, ooit. Ik was een Radio3-groupie die maar in de studio was wanneer het kon en mocht. Ik moet een jaar of achttien zijn geweest, zeker niet ouder dan twintig. Ik weet niet eens meer voor welk programma ik kwam, in ieder geval niet voor het programma waarvoor jij toen draaide. Je presenteerde altijd op je sokken, liep over de draaitafels als het jou uitkwam, en je vertelde me tussen de platen door over het mengpaneel. Ik mocht er even achter zitten en je wees me de schuif aan die ik niet mocht openschuiven om iets lelijks Nederland in te schreeuwen. ‘Want dan heb ìk een probleem.’



Misschien kan ik beter schrijven over Wim. Ik luisterde graag naar ‘zijn’ arbeidsvitaminen. Zijn stem was prettig, hij was scherp en bijzonder grappig. Altijd boeiend. Open! Met herkenbare jingles, waaronder het overbekende ‘heuuuh’ van de Fabeltjeskrant.



Meer weet ik eigenlijk niet te schrijven over Wim. Waarom heb ik dan toch zo de behoefte om te schrijven over Wim? De dood van Wim raakt me, maar ik weet niet waarom. Of misschien weet ik het ook wel. Wim werd 37. Hoewel ik al vanaf dat ik jong was naar hem luister kwam ik er deze week pas achter dat ik slechts drie jaar jonger ben.

Wim was ambitieus, creatief en zat vol leven. Hij had zoveel dromen, was niet te stuiten. Misschien heb ik niet dezelfde talenten als hij, maar ik heb wel dromen en ambities, zit vol leven. Maar dat is dus blijkbaar geen garantie om ze allemaal waar te kunnen gaan maken. Met de dood van Wim Rigter na een slopende ziekte, komt de sterfelijkheid wel heel dichtbij. Ik ben niet bang voor de dood. Wel voor het sterven in de bloei van je leven, met mooie dromen voor je.

Ik begrijp best dat als je ouder wordt steeds meer leeftijdgenoten om je heen sterven. Maar niet als je dertiger bent. Dat kan niet. Dat mag niet. Sterven hoort bij het leven, maar dan gewoon als je ergens in de tachtig bent. Niet op je 37e. Rot op, dan heb je nog veertig jaar te gaan.

Ik weet niet wat me nou het meeste raakt. De veel te vroege dood. De slopende ziekte. Verloren dromen. Misschien is er wel geen speciale reden voor dat wat ik voel. Of misschien moet je niet alles willen verklaren.

Wacht, ik weet het wel. Het was het afscheid dat Wim nam van zijn luisteraars, met een stem, onherkenbaar aangetast door zijn ziekte.

“Ik ben van plan om er voor te zorgen dat het met mij helemaal goedkomt, maar dan ook helemaal. Ik zal het alleen moeten gaan regelen vanuit een volgend leven.”

Iedereen sterft een keertje, dat is helemaal niet erg, dat hoort er nu eenmaal bij. Maar als je 37 bent hoor je geen afscheid te nemen van het leven. Dan hoor je er middenin te staan.

Wim, ik hoop dat heel je snel terugkomt in dat volgend leven, waar je het over had. En ik hoop dat je dan weer DJ wordt. Dat als ik over een jaar of achttien in de auto zit en naar de radio luister, er een nieuw talent wordt gepresenteerd op 3FM. Iemand met een scherpe tong, een goede muzieksmaak en veel humor. En dat ik dan denk: ‘Hee, hij lijkt wel heel erg op…’

Hoor je snel Wim! Hopelijk tot ziens in mijn leven!

Wil je meer lezen over Wim Rigter, kijk dan op de speciale In Memoriam-pagina van de Avro. Hier vind je ook een prachtig muzikaal overzicht van zijn leven, gepresenteerd door Hans Schiffers.