Zou een beetje minder moordenaar soms niet beter kunnen zijn.

Vijf jaar was ik en het was zomer, de zomer dat mijn vader genoeg gespaard had om een stuk bouwgrond te kopen. Toen de grote vakantie aangebroken was mochten ik en mijn zus mee naar den bouw, waar funderingen uitgegraven werden en meters hoge zwarte zandbergen lieten ontstaan en tevens onze uitkijktorens werden. Zo ver ik kon zien, zag ik speelgrond, mijn speelgrond, die zich uitstrekte tot zover ons moeder haar stembanden reikte met een meestal welgekende “Kooomen eeeten!!”.

Door de bossen en de weilanden ontstonden wandelpaden, verstopplaatsen en vluchtroutes, nodig als de weide in brand stond of toen we belleketrek speelden. Tot mijn verbazing ontdekte ik in die weiden ook grote neergeplavijde koeienvlaaien, bizar, want koeien had ik op mijn weiden nog niet zien staan. Ons nieuw huis stond letterlijk temidden van een oude koeienwei die een jaar ervoor verkaveld was en die honderden jaren bemest was geweest met koeienvlaaien. De grond was zwart en vruchtbaar en elk nieuw plantje, struik of boom dat werd geplant was van succes verzekerd.

Als bengel was ik verzot op K. cornflakes, niets anders, het moest van K. zijn. En ik deed er een hoop suiker op, fijne T. kristal suiker. We gingen toen ik bengel was ook wel eens naar de cinema, naar de nieuwe Metropolis. En daar hoorde uiteraard een zak gesuikerde popcorn bij, hoe groter hoe beter. En dom was ik niet, ik wist dat cornflakes en popcorn beide van mais gemaakt werden en ik wist hoe de maisplant eruit zag. Maar of een ananas als een appel aan de boom groeide of als kokosnoot aan een palmboom, wist ik niet zeker. Wat ik wel zeker wist is waar ik woonde de mensen enorm veel cornflakes aten en veel naar de cinema gingen, want overal stonden maisvelden. De weiden op mijn recent toegewezen territorium en ver daarbuiten stonden vol met mais. Naarmate ik ouder werd en de nood aan popcorn en cornflakes inruilde voor gesuikerde koffie melk en speculaas, reed ik de maisvelden nog wel voorbij, maar de echte reden waarom ze er waren, ontging me. Tot ik jaren later in de gaten kreeg waarom er hier in omstreken door de boeren overal zoveel mais geplant werd.

En nu gaan we even naar India, waar koeien heilig zijn waar de mensen gemiddeld 90 jaar oud worden. Wij hier halen we de 85 nog niet. In ieder geval, een Indiër leeft gemiddeld langer dan een Nederlander, waar ik de Belgen gewoon mag bijtellen. En in India is lang niet die kwalitatieve medische zorg te vinden die wij hier als westerling nodig hebben om onze leeftijd te bereiken. In India ligt de gemiddelde vleesconsumptie per inwoner per jaar op 1.5 kilogram. Jij en ik en elke gemiddelde Europeaan eten ongeveer 70 kilogram vlees per jaar en in Amerika eten ze over de honderd kilogram vlees per inwoner per jaar. Ik ga je niet wijsmaken dat je vegan of vegetariër moet worden want daar geloof ik niet in. Maar ik probeer je desondanks wel wijs te maken zeker de helft minder vlees te consumeren dan je tot hiertoe op je menu had staan en liever nog minder. Eén vijfde van wat je gemiddeld als westerse vleeseter nuttigt volstaat ruim en je doet er jezelf, je cholesterol en de wereld een goede zaak mee.

Waarom geen vegan of vegetariër? Omdat quasi heel het vitamine B complex, want het is niet één stofje B, afkomstig is uit het dierenrijk. De paar moleculen vitaminen B die noten of broccoli bevatten mogen als nihil beschouwen worden, wij halen onze vitamine B (complex) uit de dierenwereld, door vlees te eten. Klaar. Vlees, melk, eieren bevatten naast proteïnen heel ons vitamine B complex. Tijdens de lange ijstijden bestond ons dieet voornamelijk uit vlees. De lange ijstijden hebben ons over de duizenden jaren afhankelijk gemaakt van vlees en hopelijk ook een beetje sushi. Het einde van de ijstijd betekende uiteraard niet het einde van ons als vleeseters, er was immers vlees in overvloed. Wanneer het ijs wegtrok, ontstonden mooie groene velden en bossen gevuld met wortels, bessen, appelen en peren. Ons spijsverteringstelsel was over de duizenden jaren heen niet verleerd fruit, groeten, wortels en noten te verteren. Ons spijtverteringsstelsel, met enkel een lastige appendix, maakte van ons een alleseter. De mens zijn darmstelsel verdraagt vlees heel goed. Geef nou toe, hoe gezond en gevuld voel je jezelf niet na het eten van een goed stuk biefstuk?

Maar waar komt die biefstuk juist vandaan? Van het achterste van een koe, van ergens boven zijn billen, de rugspieren of zijn schouders. Klopt. De rest wordt gemalen tot boulet en frikandel om met een hoop samoerai-saus je cholesterol aan te vallen. Smaken verschillen, maar het lekkerste stuk vlees komt van een koe die een beetje staat te grazen in de wei en een paar koeienvlaaien achterlaat en die wanneer ze oud zijn geworden in biefstuk en frikandel veranderen. En waar je groot en sterk van wordt. Toch? Of was het spek met eieren die hiervoor zorgden? Ook goed, maar klinkt een beetje van pot gerukt.

Een stukje biefstuk van 350 gr, bleu, saignant of a point, allemaal hebben ze 5000 liter drinkbaar water nodig gehad om op je bord te belanden. Een kilo kip heeft ‘nog maar’ 2000 liter water nodig om in chicken fingers te veranderen en een kilo varkensvlees behoeft 7000 liter mooi helder water alvorens ze kotelet word. Eén kilo biefstuk heeft 15.000l water nodig en hoeveel weegt een koe? Ik zal het een beetje uitrekken, heel de vleesindustrie wereldwijd, van lammetje tot kalf en van ei tot ganzenlever verbruikt per jaar 235 keer zoveel drinkbaar water dan alle mensen op de wereld nodig hebben per jaar om te kunnen drinken. U leest het goed, 235 keer meer dan alle mensen per jaar opdrinken, wat neerkomt op 3 biljard liter, een drie met vijftien nullen achter, te groot om te vatten.

Nu, wat komt er vrij door onze behoefde aan vlees, door de behoefde aan verse dieren om te slachten, juist, stikstof. Stikstof, de reden waarom alle boeren nu letterlijk en binnenkort figuurlijk op straat staan. Stikstof is goed voor de planten, het laat ze beter groeien, alles wordt mooi groen en zolang er niet teveel stikstof in ons grondwater terechtkomt, blijft alles mooi groei en goed groeien. Maar toen kwamen er meer mensen en meer vleeseters en dus meer koeien en varkens en bossen verdwenen om mooie groene maisvelden te worden. Het teveel aan stikstof verzadigd het grondwater en zorgt ervoor dat water minder zuurstof op kan nemen. Stikstof neemt de plaats in van zuurstof die nodig is om het leven in onze riviertjes levendig te houden. De zuurstof verdween en over de jaren van intensieve landbouw, hebben al deze natuurlijke stroompjes en riviertjes hun leven verloren. Ze kleurden allemaal bruinoranje. Onder de waterspiegel waar alles mooi groen moest zijn en riet moest groeien, waar watertorren moesten zwemmen en kikkerdril gevonden moest worden, zag alles door het helder stromend water vies en bruin.

Te midden mijn territorium hadden jaren lang koeien gestaan. Gezonder kon toch niet? Melk was gezond voor elk en melk komt van koeien dus koeien zijn gezond. Toch, mijn beek bleef levenloos en onder water was alles bruine drek.

Waar komt al die stikstof vandaan? Stikstof komt van de zeik, excuseer de urine van alle dieren die wij slachten en opeten. Discussieerbaar gemaakt door het gelobby van onze huidige leiders, die ook bepalen dat alle jaren de economie moet groeien met anderhalve procent, anders zou het hele systeem niet meer rendabel blijven om de uit de hand gelopen levensstijl van de elite te verantwoorden. Deze elite zou elke dag vlees geserveerd krijgen, moest op reis kunnen gaan en zou elke dag bananen en appelsienen willen eten. En plots moest iedereen elke dag vlees geserveerd krijgen en appelsiensap kunnen drinken en op reis kunnen gaan naar Spanje om daar de opkomende huidkankers van toekomst te voorzien.

Wij eten zoveel vlees dat we het afval dat dit product produceert op geen manier verwerkt krijgen. In die mate dat het een zwaar ecologisch probleem wordt, er komt teveel stikstof vrij in de natuur. Simpel. Net zoals we teveel CO2 in de lucht pompen en er te weinig uit halen, doen we hetzelfde met stikstof. Onze vleesconsumptie, onze manier van leven, levert ons grote concentraties stikstof op. Stikstof zit in de lucht, het is een gas dat we inademen, het maakt deel uit van die kleine in evenwicht te houden cirkel. De stikstof die normaal in de lucht hangt komt nu via een paar door de mens gecreëerde omwegen in ons grondwater terecht. Wij doordringen op bepaalde plaatsen ons water met stikstof omdat we er simpelweg teveel van produceren. En waarom produceren we er teveel van? Omdat wij allemaal 70 kilogram vlees per jaar willen eten, een biefstukje hier en een frikadelletje daar, maar stikstof daar kraait niemand naar.

Laat het even in jullie bovenste regionen doordringen. Het is de schuld van de vleeseter in ons, de moordenaar die geen moordenaar wilde te zijn. Dat is een reden van het stikstofprobleem. En laat duidelijk zijn dat alle landbouwgrond hier in omstreken ingezet wordt enkel om mais te kweken. Mais die niet onze cinemazalen van popcorn voorziet, noch onze kommen ’s morgens van cornflakes, maar al decennia lang als voedselbank dient om de miljoenen dieren van eten te voorzien. Om vervolgens zo snel mogelijk geslacht te worden en als biefstuk of kotelet op onze BBQ’s te belanden of te verbranden. Daar komt jullie stikstof vandaan. En nu jullie, jullie appel en walnoten etend Vlaams en Nederlands afval, wat gaan jullie hieraan doen?