Column: Teppan Jakkie

Laatst bij de Japanner geweest voor Teppan Jakkie. Dat is eten aan de bakplaat, waar een Aziatische acrobaat je wat kunst- en vliegwerk voorschotelt. Ik ben er niet kapot van.

Het begint al bij binnenkomst. Japanse restaurants hebben iets klinisch; het is schoon en sereen, maar ik vind het er meestal niet prettig toeven. Het bedienend personeel glimlacht altijd maar stompzinnig, ook als ze niet begrijpen wat je zegt. Ik kan daar slecht tegen.
Enfin, we waren met zes personen en werden naar onze tafel gebracht. Of tafel, het is meer een soort bar waar je naast elkaar moet plaatsnemen. Uit eten met vrienden betekent voor mij dat je elkaar weer eens uitgebreid kunt spreken. Daar eet en drink je dan wat bij. Bij Teppan Jakkie is het omgekeerd; het draait om het eten en de rest is bijzaak. Je wordt verdomme naast elkaar aan die bar gezet en kunt niet eens een normaal gesprek voeren. Dan komt er weer zo'n buigende Japanner met een warm handdoekje, gedverdemme, en de kaart. Er staan verschillende menu's op de kaart - met vis, vlees en vooral heel veel verse euro's - die zich zonder uitzondering als niesbui laten uitspreken. Ik informeer bij de ober of een bepaald menu voorziet in witte of gebakken rijst.
'Hahaha! Yesyes', antwoordt hij buigend.
Allemachtig, dit wordt een ramp.

Aan een belendende plaat heerst hilariteit. De aldaar opererende bakjapanner heeft zojuist een ei gebakken en mikt met zijn spatel reepjes ervan in de opengesperde muilen van een gezelschap vertegenwoordigers in faxapparaten. Elk projectiel, raak of mis, leidt tot geloei en lachsalvo's.
Gezellig.
Terwijl de ober ons van potsierlijke slabbetjes voorziet, verschijnt onze eigen bakjap. Hij glimlacht, buigt en wenst ons een 'koe iebening'. Geconcentreerd maar routinematig jongleert hij met messen en flessen en bakt hij al wat groeit en bloeit. Af en toe schakelt hij de verlichting boven de plaat uit, om met een aparte fles een plaatselijke vuurzee te ontketenen.
'Ooooooh!'
Vooral de meisjes vinden het leuk. Vuile smeerlap.
Het eten, dat moet gezegd, is voortreffelijk. De kwaliteit van de gebruikte producten is onovertroffen. Maar ons gezelschap zakt gedurende de avond steeds meer weg in wezenloos gestaar naar een bakplaat met een jonglerende malloot erachter.

Dan komt het ei.

Onze kok toont ons het ei in de overtuiging dat wij overeind zullen veren bij het idee dat het nu lachen geblazen wordt.
Zelf is hij daar namelijk alvast mee begonnen.
'You like egg?'
'Yes, we like egg.' Toe maar.
Het gebakken ei wordt opgerold en in reepjes gesneden. Hij verstaat zijn vak, want de eerste drie projectielen zijn raak en onze ingezakte stemming maakt plaats voor geestdrift. We loeien, juichen en lachen naar hartelust. Het hoogtepunt wordt bereikt als onze bakjap de open mond van mijn buurvrouw mist, waardoor het stukje ei - ondanks slabbetje - in haar decolletť verdwijnt.
Een hoge, verschrikte gil van het slachtoffer.
'Sorry, mis', zegt de kok met een rood hoofd.
'Nee, raak!', roepen wij in koor.
'Hahahahahaha!'

Onze pret overstemt de andere bakplaten ruimschoots en jaloerse blikken van ingezakte gasten vallen ons ten deel. De warme sakť doet ons niveau inmiddels wedijveren met de platheid van de bakplaat. Het afrekenen, dat gezien de impact als integraal onderdeel van de avond moet worden beschouwd, doet onze pret als sneeuw voor de zon verdwijnen. De kassier daarentegen beleeft een dijenkletser. Teppan Jakkie. Bah.