Nabestaanden verdwenen scheepswrakken geÔnformeerd

De nabestaanden van de in de Javazee en bij Maleisië omgekomen militairen zijn geïnformeerd over de 2 onderzoeksexpedities naar de verdwenen scheepswrakken. Dat gebeurde tijdens een ingetogen bijeenkomst van de ministeries van Defensie, Onderwijs Cultuur en Wetenschap en Buitenlandse Zaken.

Indonesië
Het onderzoek in de Javazee toonde aan dat er van de wrakken van Hr. Ms. de Ruyter en Hr. Ms. Java nog 5 % op de zeebodem ligt. Van Hr. Ms. Kortenaer vond het expeditieteam nog ongeveer 15 % terug. Op alle 3 de locaties zijn wederom aanwijzingen aangetroffen dat er sprake is geweest van grootschalige bergingsactiviteiten. Voorbeelden zijn grote hoeveelheden dik touw en gaten in de bodem. Die wijzen op een methode waarbij met een zwaar blok de scheepsconstructie in stukken wordt gebroken.

De ministeries gaan met de nabestaanden en Indonesië praten over hoe ze gezamenlijk de wraklocatie kunnen beschermen.

Maleisië
Ook de onderzeeboten O16 en KXVII, die tussen 50 en 60 meter diep in Maleisische wateren liggen, zijn grotendeels verdwenen door illegale berging. Van de O16 zijn nog slechts enkele restanten aanwezig. Van de KXVII is - buiten zeer kleine fragmenten - alleen nog een afdruk in de zeebodem aanwezig.

Aan de Maleisische marine is een brief gestuurd om inzage te krijgen in de locaties waar nog 2 andere onderzeeboten, de O20 en de KXVI, liggen. Afhankelijk van de aanwezigheid van de gegevens en de inhoud daarvan, gaan de ministeries praten over eventueel vervolgonderzoek ter plaatse.

Onderwaterarcheoloog Martijn Manders geeft een toelichting (Afbeelding Defensie)
Onderwaterarcheoloog Martijn Manders geeft een toelichting (Afbeelding Defensie)