Totaal onverwacht

Niks afgesproken. Geen plannen. Totaal onverwacht komt hij haar tegen. Ze begroet hem enthousiast. Hij draait zich om en wenkt de barman. Het verfrommelde briefje plakt in zijn rechterhand. Ongemakkelijk leunt hij met ťťn arm op de bar. Met zijn linkerhand plukt hij zenuwachtig aan een viltje. Ze praat met zijn vrienden. Hun vrienden. Met een schuin oog bekijkt hij haar. Sommige vrouwen worden alleen maar mooier. Of valt het hem nu pas op. Wil hij het nu pas zien. Merkt hij nu pas hoe bijzonder ze is. Hij is zo diep in gedachten verzonken dat hij helemaal niet door heeft dat ze iets tegen hem zegt. Hij schrikt ervan en voelt zijn wangen kleuren. "Slaap je nog", informeert ze glimlachend? Ze steekt een sigaretje op. Zonder er bij na te denken staat hij tien minuten later zelf ook te roken. Hoezo gestopt, bijt hij zichzelf nog toe.
Ze zijn elkaar de laatste jaren wel vaker tegengekomen. Toch is er iets veranderd. Iets wezenlijks. Naarmate de avond vordert lijken ze zich steeds meer van hun omgeving af te sluiten. Ze praten, ze lachen, ze drinken ťn ze roken.
Zijn vrienden willen nog even naar een ander cafť. Of hij ook mee wil. Hij twijfelt. Voorzichtig informeert hij of ze zin heeft nog even ergens anders wat te gaan drinken. "Leuk," zegt ze vrolijk. Ze pakt haar jas en zwaait naar een bekende. Samen lopen ze de kroeg uit.
Het is koud buiten. Met zijn handen diep in zijn zakken loopt hij schuin achter haar. Ze heeft een bijzonder loopje, valt hem op. Alsof ze altijd een beetje huppelt.
Het cafť oogt rustig. Even geen bier nu. Liever water. Of cola.
Hij luistert naar de verhalen van de anderen, maar volgt nauwlettend haar bewegingen. Hoewel hij nauwelijks in staat lijkt twee dingen tegelijk te doen, lukt het hem wonderbaarlijk goed zijn eigen conversatie staande te houden en ondertussen de bewegingen van haar mond te vertalen. Ze ziet er enigszins verveeld uit. Of is ze gewoon moe? Het beeld steekt hem een beetje. Hij wil haar zo graag zien lachen.
Het duurt niet lang of ze verlaten de kroeg. Terwijl hij aan het slot van zijn fiets morrelt, wacht zij hem op. Ze opent haar tas en vist er een pakje filtersigaretten uit. Bijna leeg. Ze klemt de laatste tussen haar lippen. Weer vist ze iets uit haar tas. Een aansteker dit keer. Blijkbaar is ze nog niet van plan om te vertrekken.
Daar staan ze dan. In de vrieskou. Ze neemt een diepe hijs van haar sigaret en houdt hem deze vervolgens voor. "Jij ook," vraagt ze? Ook hij neemt een hijs en geeft de peuk terug. Dit ritueel houden ze een tijdje vol. Dan is de peuk op.
Eigenlijk zeggen ze niet zoveel. En toch voelt het goed.
Het is al tegen zessen als ze toch besluiten er vandoor te gaan. Hoe lang hebben ze daar nog gestaan? Een half uur? Een uur? Hij geeft haar een zoen op haar wang en stapt op zijn fiets. Allebei een andere kant op.
Voor de zoveelste keer raakt hij haar kwijt. Voor de zoveelste keer kijkt hij haar na. En voor de zoveelste keer doet hij niks. Geen routeplanner geavanceerd genoeg om hem de weg naar haar toe te wijzen. Toch is het anders dan anders. Voor het eerst realiseert hij zich dat hij wel weet welke kant hij op wil. Het is aan haar.
Hopelijk krijgt ze een 'TomTom' van Sinterklaas.