Zonsverduistering



Grootschrift stuurde de volgende column in:

Toen ik zes was wist ik het al, ik wilde groot worden het liefst zo snel mogelijk. Toen ik dertien was, stond ik bijna op exploderen, zo graag wilde ik groot zijn. Hoe dichter ik bij de voor mij ideale leeftijd kwam, hoe meer ik de beperkingen zag van mijn huidige leeftijd. Het is een soort verlangen naar de macht die iedereen die ouder is heeft, macht over keuzes, macht over geld, macht over jezelf vooral.

Mijn zestiende verjaardag begon dan ook als een groot feest in geestelijke zin. De leeftijd waar ik al tien jaar naar uitkeek, was bereikt. Onbeperkt uitgaan en een Puch Maxi stonden voor dit jaar der jaren op het programma.

Het was op dit moment dat ik voor het eerst besefte dat hier geld voor nodig was. Pappie en Mammies taken waren ineens gereduceerd tot het verzorgen van het eten en het geven van de wekelijkse prekenregen. Ik begon parttime te werken als vakkenvuller, vijftien uur in de week voor zestig gulden netto. Een goeie tweedehands Puch kostte toch al gauw duizend gulden en een snelle berekening bracht me op vier maanden geen cent uitgeven + het geld van mijn "droomverjaardag".

Onbeperkt uitgaan was al snel naar de achterste regionen van mijn hersenpan verdrongen en als ik dan eens klaar was met mijn huiswerk en bijbaan, dan moest ik een gevecht voeren in mijn hoofd tussen toch maar wat leuks doen van mijn geld en de Puch een maandje later kopen of me maar vervelen thuis en wachten tot de dag waarop mijn banksaldo toereikend was. Mijn tienjarige reis naar dit levensjaar kreeg nogal een zure bijsmaak.

Mijn verjaardag viel in de zomervakantie na het behalen van mijn Mavodiploma en voor het begin van mijn nieuwe studie. Nog zo'n overgang, van leerplicht naar leerrecht. Het verschil tussen naar school moeten (en als de prestaties slecht zijn dan ligt dat aan je kunnen) en naar school mogen omdat jij het wilt (en als je resultaten tegenvallen dan ligt het aan je inzet).

Het waren deze overgangen die alle gekregen macht deden verbleken bij oorlogje spelen met je vriendjes. Ik voelde me wakker gemaakt uit een lange slaap die inbindend en saai leek. Toen mijn puch één week na aankoop mij een gebroken pols en vier maanden na aankoop een door bepaalde iemanden in vijf stukken gedemonteerde oudijzer handel opleverde was de lol er echt af. Zestien zijn was helemaal niet leuk, al mijn verdiende geld naar de kloten en niemand om het op af te reageren.

Vele banen volgden. Eén rijbewijs, Eén computer, twee studies, drie vriendinnen, één rookverslaving en één studieschuld later kijk ik nu terug op de jaren voor en na mijn zestiende verjaardag. Ik probeer het leven definitie te geven, de zin ervan? ONZIN! Ik ben gezond, heb geen dierbaren verloren en zit niet in de criminaliteit. Het voelt alsof ik mijn verwachtingen steeds meer bij stel. Ben ik nou een realist of een pessimist?

Bekijk ik de huidige realiteit te somber vanuit m'n kinderlijke verwachting of ben ik ontevreden met al die macht, omdat er zoveel complicaties aan vast zitten?

Waren mijn pure kinderjaren de zon die verduisterd wordt door de keiharde werkelijkheid van nu en zijn de jaren die voor mij liggen de verduistering die weg ebt en de zon weer tevoorschijn laat komen? Of waren mijn kinderjaren juist de verduistering die mij in het ongewisse liet over hoe het later zou zijn en is de zon het licht die alles in zijn keiharde waarheid belicht?

Opeens schrik ik wakker uit mijn mijmerende levensreflectie en hoor de stem van mijn moeder: "Kijk eens jongen, een lekker kopje thee". Zondagochtend bij m'n ouders, heerlijk!