Voetbalplaatjes


Column door OzcanAkyol.nl




"Meneer, mag ik uw voetbalplaatjes hebben?" Het was een tijdje bijna onmogelijk om je een weg te banen langs het grut dat zich ophield bij de uitgang van de supermarkt Plus. Die ratten waren heel behendig in het ontfutselen van voetbalplaatjes van nietsvermoedende mensen die gewoon in alle rust hun boodschappen willen doen. Iedere keer dat ik de kassa verliet moest ik me vermannen om ongezien bij mijn auto te komen. Daar slaagde ik nooit in. De drom supermarktterroristen wist me altijd te spotten en tot aan de portier van mijn auto hield ik last van deze jeugdige bedelaars.

In het begin gaf ik het zakje met de plaatjes gewoon aan het eerste kind dat ik zag. Dat leverde me wat boze blikken en "fuck you's" op van zijn vriendjes en vriendinnetjes maar die nam ik gewoon op de koop toe. Een tijd ging het goed. Tot de groep voor het gebouw van de supermarkt in aantal steeg. Wat bleek, het weggeven van de plaatjes heeft hetzelfde effect als wanneer je een loensende en hongerige zwerfkat tijdens een barbecue wat botjes van de kipvleugeltjes toewerpt. Hij waarschuwt zijn vriendjes over de vrijgevigheid en vervolgens komen ook zijn kameraden dalven op locatie.

Toen ik na een aantal weken voor mijn gevoel elk kind wel een keer had begunstigd met mijn voetbalplaatjes, begon ik toch te twijfelen of dat nou wel echt het geval was. Een paar van die jongens beweerde namelijk dat ik hen nog nooit wat had gegeven. Van sommigen wist ik zeker dat ik dat wel had gedaan. Hierop bedacht ik iets heel innovatiefs. Ik ging in het midden van de kring staan, sprak ze heel plechtig toe, scheurde de voetbalkaartjes triomfantelijk doormidden en strooide ze vervolgens over de drie koppen kleinere groep heen die om me heen stond verzameld. Zo zagen ze met eigen ogen dat ik niemand bevoordeelde. Dat leek me wel gerechtvaardigd. Zij dachten daar anders over. Jongens van tien jaar zijn best vuilgebekt.

Op een gegeven moment bekroop me de gedachte dat die gannefen wel erg ver gaan in hun zucht naar een compleet voetbalplaatjesboek (of hoe je zo'n ding ook noemt). Ik had er wel ÚÚn kunnen afrossen voor de ogen van de anderen - dat had ze wel afgeschrikt - maar dat zouden zijn ouders en de politie waarschijnlijk minder sympathiek vinden. Ik had ook weinig zin in rancuneuze kinderen die allerlei krassen aan de lak van mijn auto zouden toebrengen en dus moest ik weer iets anders verzinnen. Een andere supermarkt zat er niet, die is te ver gelegen, en daarvoor ben ik te lui aangelegd, maar een oplossing was wel degelijk gewenst.

Het ongunstige was dat mijn kleine neefje zelf ook die voetbalplaatjes begon te sparen en dat ik hem niet kan teleurstellen. Ik moest die dingen dus blijven ophalen. Gelukkig zijn jongetjes en meisjes van tien jaar best dom. Een eenvoudige smoes was snel gevonden, ÚÚn die gek genoeg iedere keer gebruikt kon worden en het gewenste effect bleek te hebben. Toen ik vanaf dat moment klaar was met boodschappen doen, liep ik snel naar de andere kant van de ingang, vlakbij een prullenbak, stommelde er een beetje quasi-nonchalant met wat bonnetjes en papiertjes en liep pas daarna op de kinderen af. Als ze weer bedelden om mijn plaatjes zei ik dat ik ze ginds in een bak had weggegooid. Je moest ze zien bewegen; als een zwerm bijen die de ligging van een wondernectarine heeft ontdekt bewogen zij zich naar de bak, volledig ondoordacht. Ondertussen maakte ik me uit de voeten. Dat ging lang goed, net zo lang tot de competitie ophield en de plaatjesgekte met haar. Boodschappen doen is weer een serene bezigheid. Al kijk ik met argusogen naar de nakende start van het nieuwe voetbalseizoen. Wat gaan ze bij de Plus nu weer verzinnen?