[F1 Historie] Mika Hškkinen, een man van weinig woorden

Dit jaar verschijnt tijdens elk grandprixweekend een Formule 1-special op FOK!sport. Zo lees je niet alleen het laatste F1-nieuws, maar nemen we je ook mee terug in de rijke geschiedenis van de hoogste raceklasse. Dit weekend kijken we terug op de loopbaan van Mika Pauli Häkkinen, één van de beste coureurs uit de recente geschiedenis van de Formule 1.

De inmiddels 44-jarige Fin is een van de weinigen die zich kon meten met zevenvoudig wereldkampioen Michael Schumacher. De Duitser noemde hem zijn beste rivaal ooit en niet voor niets heeft Häkkinen dan ook twee wereldtitels achter zijn naam staan. Hij is een man van weinig woorden en liet tijdens zijn carrière liever zijn prestaties voor zich spreken.

Een man van weinig woorden (Bron: YouTube)

Maar hoe is hij zo ver gekomen? Häkkinen werd in 1968 geboren in het Finse Helsingin maalaiskunta, nu genaamd Vantaa, een voorstad van de hoofdstad Helsinki. Al op vijf jarige leeftijd stapte hij in de karts en meteen was de eerste botsing een feit. De kleine Häkkinen liet zich hierdoor niet uit het veld slaan en al snel kreeg hij een kart waarmee in het verleden ook gereden was door de legendarische Henri Toivonen.

De prestaties van de jonge Häkkinen vielen op met zijn vijf titels bij de karts. Toch was dit niet het enige dat hij deed, want hij begon met een studie metaalbewerking en trainde voor circusacrobaat. Het racen bleef echter toch meer trekken. Met behulp van landgenoot Keke Rosberg wist de jonge Fin sponsoren aan zich te binden om zich zo door de lagere Formule-klasses heen te manoeuvreren, met titels in de Opel-Lotus Euroseries en de Britse Formule 3. Met name de Grand Prix van Macau in 1990 viel op, al kwam hij niet aan de finish. Häkkinen leidde een groot deel van de wedstrijd, maar werd de voet dwarsgezeten door Michael Schumacher, een concurrent met wie hij later nog regelmatig de degens zou kruisen.

Häkkinen in de Lotus-Judd 102B tijdens zijn debuut in de kwalificatie voor de Grand Prix van de Verenigde Staten in Phoenix, Arizona (Foto: WikiCommons/Stuart Seeger)

Lotus gaf de toen 22-jarige Häkkinen in 1991 de kans te debuteren in de Formule 1, iets wat hij met beide handen aangreep. In zijn tweede jaar finishte de coureur maar liefst zes keer in de punten. Deze resultaten vielen op in de Formule 1-paddock, waarna McLaren hem voor het seizoen 1993 oppikte. Dat jaar waren Ayrton Senna en Michael Andretti de coureurs, waardoor voor Häkkinen alleen een plaats als testrijder weggelegd was.

Eind dat jaar kreeg Häkkinen na het vertrek van Andretti de kans om voor het team uit Woking te racen en hij liet zien uit het juiste racehout gesneden te zijn door in Portugal meteen zich voor de niet gemotiveerde Senna te kwalificeren met een inferieure McLaren. Het jaar erop deed Häkkinen het met zes podiumplaatsen goed en dat terwijl in het eerste deel van het seizoen de ene na de andere Peugeotmotor de geest gaf.

Het jaar 1995 bracht met Mercedes een goede partner binnen, maar het Duitse merk had nog enkele opbouwjaren nodig. Voor Häkkinen sloeg eind dat jaar in de kwalificatie voor de Grand Prix van Australië bijna het noodlot toe toen hij door een falende band zwaar crashte. De Fin liep een schedelfractuur op, maar dankzij kordaat handelen van de artsen had dit geen gevolgen voor zijn carrière.

Häkkinen herstelde wonderwel en met steun van Mercedes werd de McLaren langzaam beter en beter. Eind 1997 toonde de Fin met de zege op Jerez dat de Britse renstal het jaar erop het te kloppen team zou worden. De eerste door Adrian Newey ontworpen McLaren MP4-13 bleek bloedsnel te zijn met vier zeges uit de eerste zes races voor Häkkinen. Toch duurde het nog tot de laatste race op Suzuka dat de onverzettelijke Schumacher met zijn Ferrari de handdoek in de ring zou gooien. Hiermee had Finland de opvolger van Keke Rosberg in huis die in 1982 wereldkampioen in de Formule 1 was geworden.

Häkkinen tijdens de Grand Prix van Canada in 1999 (Foto: WikiCommons/Paul Lannuier)

Ook in 1999 was McLaren met kopman Häkkinen weer het sterkste team, al was het ontwerp van de MP4-14 een stuk fragieler dan van zijn voorganger. Ditmaal was niet Schumacher, maar vanwege een beenbreuk van de Duitser zijn teamgenoot Eddie Irvine zijn voornaamste tegenstander. Dat Häkkinen niet eerder kampioen werd kwam door zijn optredens halverwege het seizoen, met als dieptepunt de spin op Monza, waarna de Fin in tranen uitbarstte. Uiteindelijk kwam alles toch nog goed met een zege op Suzuka.

Een jaar later was Ferrari sterker dan ooit en vocht Häkkinen verbeten duels met Schumacher uit. Hoogtepunt dat seizoen was de inhaalactie die de Fin op Spa-Francorchamps op de Duitser plaatste. Schumacher wist Häkkinen eerst nog te blocken, maar een ronde later toen de Duitser dat opnieuw probeerde zette de Fin een gewaagde manoeuvre in. Waar Schumi achterblijver Ricardo Zonta op Kemmel Straight links passeerde deed Häkkinen dat rechts, waardoor de Fin net voldoende had gedaan om zijn grote rivaal te passeren. Uiteindelijk bleek dit niet genoeg te zijn voor de titel, want deze ging naar de Ferrari-coureur.

Häkkinen verschalkt Schumacher op Spa (Bron: YouTube)

Een ongeval in 2001 in Australië door een falende voorwielophanging luidde het einde van de Formule 1-carrière van Häkkinen in. De Fin nam minder risico's en kreeg motivatieproblemen. Op Monza kondigde de tweevoudig wereldkampioen aan dat hij in 2002 een sabbatical zou nemen, maar van een rentree op het hoogste niveau zou het niet meer komen. Hij werd bij McLaren opgevolgd door de coming man, zijn landgenoot Kimi Räikkönen.

Toch bleef het racebloed van Häkkinen kriebelen, want in 2004 kondigde hij aan gesprekken te hebben met Williams voor een F1-stoeltje, maar in plaats daarvan besloot hij het jaar erop in de DTM te gaan racen. Hierbij reed de Fin weer voor Mercedes, het motorenmerk waarmee hij in de Formule 1 in totaal 20 zeges boekte en zijn twee wereldtitels behaalde.

Häkkinen zegeviert in 2007 op Mugello (Foto: ProShots)

Häkkinen boekte in de drie seizoenen DTM in totaal drie zeges, maar meedoen om de titel kon hij niet. Op 4 november 2007 kondigde hij zijn definitieve afscheid van de actieve racerij aan, maar af en toe zal een van de beste coureurs van de afgelopen twintig jaar nog zeker in de sport opduiken.