Voorbij de Ardennen

Toen ik zeventien was, ging ik voor het eerst alleen op vakantie. ‘Zonder mijn ouders’, zouden de meesten daar volledigheidshalve aan moeten toevoegen, maar dat is in dit geval niet nodig. Gezinsuitstapjes hadden me om budgettaire redenen nooit verder gebracht dan BelgiŽ. Nu zou ik verder reiken. Voorbij de Ardennen.

Er gingen twee vrienden mee. Een was al achttien en had een rijbewijs. Plus, op leenbasis, moeders auto. Een kleine rode Fiat die we later die vakantie in een buitenlandse garage zouden moeten achterlaten. We laadden het ding vol en maakten aanstalten in te stappen.
‘Maar waar slapen jullie dan vanavond?’ vroeg mijn moeder. Dat vonden wij een rare en vervelende vraag. Waar wij die nacht sliepen, dat zouden we wel zien. Daar gingen we nou net voor naar het zuiden: om het daar eens te gaan zien. Moeder kon ons niet tegenhouden en ze wist het. Toeterend reden we de straat uit.

Wat ik me van die vakantie het best kan herinneren is het moment dat ik in de buitenlucht van een Franse camping de afwas stond te doen. Het afwasmiddel, volgens afspraak meegebracht door een van de reisgenoten, was gele Dubro. Thuis hadden we altijd Dreft, en die was groen. Steeds wanneer de reclame op televisie kwam, zei mijn moeder: ‘Het is wel goed afwasmiddel, maar dat van dat theelepeltje is echt niet waar.’ Maar er bleek ook nog gele Dubro te zijn. Het was de eerste keer dat ik besefte dat afwas niet overal hetzelfde ruikt, dat niet iedereen dezelfde keuzes maakt, dat de wereld reikt tot ver voorbij de Ardennen. Ik snoof de lucht van bomen, gras en Dubro in en voelde dat alles groter was geworden, vooral ik en de vrijheid.

Gisteren was ik in de supermarkt en zag die fles daar staan. Gele Dubro. En ik deed wat ik gedurende lange tijd had nagelaten: ik gaf toe aan oudemensenweemoed en kocht er een. Diezelfde avond besloot ik er de afwas mee te doen, ook al had die andere nog een bodempje. Ik opende de fles, rook eraan, snoof toen diep, en was weer terug in Frankrijk. De zon scheen, ik had vrienden en was vrij. Ik was zeventien en dacht dat ik al best ver van huis was, dat de wereld voor me openlag en dat die kleine rode Fiat ons nog ver zou brengen.