Lief dagboek (0006)

Lotgenoten,

Bij vlagen werd de jeuk ondraaglijk. En dan moet ik krabben. Het resultaat was een rode vlek. Op mijn borst, onder mijn oksels, op mijn heupen en in mijn liezen. Een maand of twee lang zag ik het aan. Toen vond ik dat de huisarts er eens naar mocht kijken. De huisarts zelf was er niet, maar er was een andere huisarts die waarnam. Ook goed. Ik liet haar de plekjes onder mijn oksels zien en trok mijn broek en onderbroek heel iets naar beneden.
'Een schimmelinfectie,' zei ze. 'Ik schrijf iets voor.'
Ik trok mijn shirt weer aan. 'Lang, heel lang geleden, misschien wel vijfentwintig jaar, was ik allergisch voor daktarin,' zei ik. 'Al zou ik niet meer weten hoe of die allergie zich uitte.'
Ik kreeg iets anders dan daktarin. 'Als het na een week niet veel beter is, dan moet je terugkomen.'

Terzijde
'Dag. Ik kom zojuist bij de dokter vandaan. Er moet een medicament voor mij klaarliggen.'
'Geboortedatum?'
'Zeventien mei negentienvijfenzestig.'
'Ik kan u niet vinden.'
'Ik sta hier voor u.'
'Ik bedoel: in ons bestand.'
'O. Maar wacht even. Ik weet het al. Ik ben onlangs verhuisd en ben bij een andere apotheek ingeschreven. Excuus. Macht der gewoonte dat ik hier nu naar binnen loop.'
'Dat geeft helemaal niets.'
'Dat moest er nog bij komen. Ik bedoel: fijn. Goedemorgen.'
[…]
'Dag. Ik kom zojuist bij de dokter vandaan. Er moet een medicament voor mij klaarliggen.'
'Geboortedatum?'
'Zeventien mei negentienvijfenzestig.'
'Er is niets voor u binnen.'
'Dat is vreemd. Er is toch echt een recept uitgeschreven.'
'Het kan zijn dat de dokter het in een bulk naar ons stuurt. Dan zou het pas halverwege de middag bij ons kunnen zijn. Lukt het u om vanmiddag terug te komen?'
'Daar zorg ik voor.'
[…]
'Dag. Ik ben vanmorgen bij de huisarts geweest en zij heeft een recept uitgeschreven. Het zou er vanmorgen moeten zijn, maar dat bleek niet het geval. Nu zou het er eind van de middag zijn. Daar ben ik dan op het op te halen.'
'Geboortedatum?'
'Zeventien mei negentienvijfenzestig.'
'Er is niets voor u binnen.'
'Dat is vreemd. Er is toch echt een recept uitgeschreven.'
'Ik zal even bellen.'
'Dat is fijn.'
'Ik heb gebeld. Het recept is verzonden, maar is hier nog niet binnen. Ik heb het medicijn op voorraad.'
'Ook dat is fijn.'
'U moet het wel zelf betalen, want het wordt niet vergoed.'
'Dat is niet fijn.'
'Dat is dan vijf vijfennegentig.'
Einde van het terzijde

Twee weken later was het nog niet anders. Ik maakte een nieuwe afspraak bij de huisarts. Nu had ik wel mijn huisarts en geen waarnemende troela. Ik trok mijn T-shirt uit en deed mijn arm omhoog.
'Dat is geen schimmel, dat is eczeem,' zei ze. 'Ik heb genoeg gezien.'
'Het zit ook hier,' vertelde ik en ik wilde mijn broek open knopen.
'Het zal komen door het metaal van je broeksknoop. Dat komt veel voor.'
'En die plekken hier op mijn heup dan?'
'Als eczeem eenmaal is begonnen, gaat het wandelen.'
'Ach zo.'
'Ik schrijf je een zalf voor tegen eczeem. Twee keer daags smeren. Het moet met een week echt heel veel beter zijn. Dan ga je eens per dag smeren. En in het weekend niet. Als het over twee weken nog niet weg is, wil ik je weer zien.'
'Dat moet lukken.'
'Hoe gaat het verder met je? We hebben elkaar een tijd niet gezien.'
'Gelukkig niet. Het is een bijzondere tijd geweest. Herstel van mijn psychische klachten heeft veel tijd, moeite en energie gekost. Maar sinds een half jaar heb ik het idee dat ik het weer redelijk op de rit heb.'
'Wat heeft je nou het meest geholpen?'
'Ik wist dat je de vraag ging stellen. Heb je even?'
'Even.'
Ik vertelde.
'Nou, mooi,' zei ze. 'Fijn om je even te zien en te spreken.'
Ik wist dat het oprecht was.

Terzijde
'Dag. Ik kom zojuist bij de dokter vandaan. Er moet een medicament voor mij klaarliggen.'
'Geboortedatum?'
'Zeventien mei negentienvijfenzestig.'
'Er is niets voor u binnen.'
'Dat is vreemd. Er is toch echt een recept uitgeschreven.'
'Het kan zijn dat de dokter het in een bulk naar ons stuurt. Dan zou het pas halverwege de middag bij ons kunnen zijn. Lukt het u om vanmiddag terug te komen?'
'Daar zorg ik voor.'
[…]
'Dag. Ik ben gisterenmorgen bij de huisarts geweest en zij heeft een recept uitgeschreven. Het zou er gisterenmorgen moeten zijn, maar dat bleek niet het geval. Nu zou het er gisterenmiddag zijn, maar gisteren kwam het er niet van om het op te halen. Vandaar dat ik er nu ben.'
'Geboortedatum?'
'Zeventien mei negentienvijfenzestig.'
 'Er is niets voor u binnen.'
'Dat is vreemd. Er is toch echt een recept uitgeschreven.'
'Ik weet ook niet hoe het kan.'
'Wacht. Onlangs ben ik verhuisd en heb ik me bij deze apotheek aangemeld. Zou het zo kunnen zijn dat de huisarts het recept nog naar mijn vorige apotheek heeft gestuurd?'
'Dat zou u de huisarts moeten vragen. Heeft u de wijziging van apotheek wel bij de huisarts doorgegeven?'
'Mijn Vrouw is heel zorgvuldig in dat soort dingen. Daar hoeft u niet aan te twijfelen.'
'Misschien kunt u het even controleren of het bij de huisarts goed geregistreerd staat?'
'Het is nu zaterdag, dus ik ga maandag bellen.'
[…]
'Dag. Ik ben ooit eens een keer bij de dokter geweest. Er moet een medicament voor mij klaarliggen.'
'Geboortedatum?'
'Zeventien mei negentienvijfenzestig.'
'Kijkt u eens.'
'Fijn. Dank u.'
'Dat is dan twaalf vijfennegentig.'
'Maar natuurlijk.'
Einde van het terzijde

'Niet krabben!'
'Het jeukt nog als de ziekte. Maar ik zal er weer zalf op smeren.'
'Misschien moet je het haar even wegscheren,' zei De Vrouw. 'Straks smeer je die zalf alleen maar in je okselhaar.'
'Schat. Ik ben een man. Bij een man hoort haar.' Ik wees op mijn baard en mijn lange grijze manen.
'Je moet het zelf weten. Maar het is zonde van de zalf. Je weet dat hij niet wordt vergoed door de zorgverzekering!'
Tegen zo veel verbaal geweld kon ik niet op. Ik wist dat ze gelijk had. Maar dat zou ik nooit zeggen, laat staan toegeven.
Toen De Vrouw enige uren later even de deur uit was, greep ik mijn kans. Of nee, ik greep de ladyshave. Gut, dat was een tijd geleden. Hoe werkte dat ding ook weer? Uiteindelijk kreeg ik haar aan de praat (ervan uitgaande dat een ladyshave vrouwelijk is). Hm, de jeuk in de oksels is al bijna weg, maar laat ik het haar in de liezen en eromheen en in de buurt maar wel verwijderen. Vol goede moed bracht ik het zoemende gevaarte naar mijn gevaarte. Heel soepeltjes ging het niet. Tien minuten later was het klaar. Daar zat ik dan voor de spiegel. Bloot en met een kale, doch bebloede bedoening.

Wat een avonturen weer.

-
Apeldoorn, juni 2017