Lief dagboek (0005)

Lotgenoten,

Ik was op zoek naar het kleine kamertje en zowaar, ik vond de deur ervan in de hal. Zo groot is ons nieuwe appartement nu ook weer niet. Sterker nog: ons nieuwe appartement is klein. Toen we Onze Vader tijdens zijn eerste bezoek aan het eind van de niet zo uitgebreide rondleiding vroegen wat hij ervan vond, was hij even stil. Zichtbaar dacht hij na over de juiste tactische woorden. Toen klaarde zijn gezicht op en hij zei: ‘Wel knus.’
Ik knoopte mijn broek open, stroopte de boel naar beneden en ging zitten. Altijd zittend plassen om een hoop gezeik te voorkomen. Na de gedane zaken spoelde ik door en bracht ik mijn kleding op orde. Maar wat was dat?
[Hieronder een witregel invoegen om de ondragelijke spanning nog wat verder op te bouwen.]

Een zoemtoon. Plots een zoemtoon! Waar kwam die vandaan? Wat was dit? Was mijn tinnitus acuut erger geworden? Stond de bovenbuurvrouw koffiebonen te malen? Invasie door Russische bommenwerpers boven ons zo majestueuze Apeldoorn? In paniek liep ik van de hal naar de woonkamer om vanuit het grote raam de hemel aan een grondig onderzoek te onderwerpen. Maar wacht, nu ik in de woonkamer was, klonk de zoemtoon opeens een heel stuk minder luid. Hij was er nog wel, maar lang niet zo indringend als dat hij op het toilet was. Ik ging terug naar de wc. Ja hoor, toen ik de deur opendeed, floot de zoemtoon me weer om de oren. Ik speurde alle hoeken en gaten van het kleine kamertje af. Het zal toch niet zo zijn dat het inpandige afzuigsysteem kapot is? Er was niets te zien, dus sloot ik de deur weer achter mij. De toon klonk gedempt, maar toch hoorde ik ‘m nog steeds.
Ik wist niet veel anders te doen dan koffie te maken en verder te gaan met waar ik mee bezig was. (Waar ik mee bezig was doet hier nu niet ter zake, bovendien gaat het u geen bal aan.) Omdat ik een gezellig muziekje had aangezet (Children Of Bodom), was ik me de zoemtoon op de achtergrond niet langer gewaar. Tjonge, wat was ik fijn bezig met waar ik mee bezig was. Een uurtje of wat later voelde ik opnieuw aandrang. De blaas is een dynamisch orgaan. Op naar de pot.
[Hieronder een witregel invoegen om de spanning los te laten, zodat ook duidelijk wordt dat we toewerken naar het einde van dit stukje tekst.]

Met dat ik de deur opendeed, constateerde ik: die zoemtoon is echt oorverdovend. Met mijn vingers in mijn oren ging ik zitten en plaste ik. Om de broek weer op te hijsen, moest ik op zijn minst een vinger uit mijn oren halen. Heel erg. Voor doorspoelen had ik ook een hand nodig. Ik deed het. Verrek, moet je zien: er spoelt geen water door het toilet. Waar kwam doorgaans het water voor het toilet vandaan? Ah, daar. Ik draaide aan het kraantje naast de stortbak, dat had al vaker geholpen. Hoor maar, de stortbak liep weer vol water.
Maar krijg nou wat! Die zenuwgekmakende zoemtoon was nu ook weg. Fijn. Dat scheelde me een hoop zelf klussen, zoeken naar een expert en slapeloze nachten van de spanning.
Sowieso mag na de zomer de gehele badkamer en deze toiletruimte gerenoveerd.
[Hieronder een derde witregel invoegen, zodat de traditionele slotzin een overweldigend effect heeft.]

Wat een avonturen weer.

-
Apeldoorn, april 2017