Wilders: Fitna is laatste waarschuwing

De film Fitna is de laatste waarschuwing aan het westen tegen de islam, zegt Geert Wilders. Het PVV-Tweede Kamerlid reageert daarmee vandaag in de Volkskrant nogmaals op de stelling van programmamaker Harry de Winter dat hij aan racisme doet met zijn uitspraken over de islam.

Wilders vindt de islam geen 'gewone' godsdienst maar een politieke ideologie die als doel werelddominantie en de invoering van de islamitische wet sharia heeft. Als het westen niet opkomt voor zijn vrijheid, staat het volgens hem de verdere groei van de islamitische ideologie toe. Dat De Winter deze strijd tegen de islam vergelijkt met het lot van de joden in de holocaust noemt Wilders ''werkelijk ziek''.

Volgens de PVV-voorman heeft het westen nu nog het geluk dat veel moslims hun eigen ideologie niet goed kennen, bijvoorbeeld omdat ze geen Arabisch spreken of lezen. ''Dat is (voorlopig) ons voordeel en geeft ons de tijd tegenmaatregelen te nemen'', schrijft Wilders. ''De strijd om de vrijheid is nog maar net begonnen.'' Hij benadrukt dat zijn film niet over moslims gaat, maar over de Koran en de islam.

In het artikel, dat hij samen met PVV-Kamerlid Martin Bosma schreef, benadrukt Wilders meermaals dat de islam uniek is en niet te vergelijken met andere religies. "De koran is het zeer letterlijke woord van Allah." De tekst is via de profeet Mohammed ''op aarde gekomen'' en Mohammed wordt gezien als ''de perfecte mens''. Dat maakt het volgens de hem ten principale onmogelijk voor de ware moslim ooit afstand te nemen van de koran of ''het verwerpelijke gedrag van Mohammed''. Wilders en Bosma: "Ons probleem ligt bij de ideologie, niet bij de mensen".