Column: Supermarktmanieren

Afgelopen weekend had ik een druk programma. Eerst een uitwedstrijd op het veld voetballen om daarna meteen naar huis te rijden, snel even boodschappen te halen en vervolgens, na een hele snelle hap, me meteen te begeven richting de plaatselijke sportzaal om daar weer te voetballen. Dat moet je tegenwoordig Futsal noemen, maar daar begin ik natuurlijk niet aan. De wedstrijd op het gras verliep heel goed, de terugreis was ook vlot maar de bottleneck in mijn drukke agenda voor die dag bleek de supermarkt te zijn. Wat doorgaans een klusje van tien minuten voor me is, duurde nu drie keer zo lang. Die snelle hap kon ik daardoor wel vergeten.

Ik besef heus wel dat ik geen doorsnee winkelaar ben. Zelfs met kleding kopen heb ik haast. Ik wil altijd zo snel mogelijk de winkel ook weer uit. Helemaal zo bij een bezoek aan de supermarkt. Het begint al bij binnenkomst. Een smalle schuifdeur vormt de in- en uitgang waar alle winkelende mieren doorheen lopen. Velen daarvan zijn ook nog in het bezit van een krakend karretje. Al die mensen willen tegelijk door dezelfde kleine doorgang, dat duurt soms eventjes. Schrikbarend is dit oponthoud niet en ik zal daar verder dan ook niet over klagen.

De gemiddelde moderne kruidenier heeft zijn winkel dusdanig ingericht dat je daadwerkelijk langs alle gevulde stellages moet lopen om bij de kassa's terecht te komen. Dit met de bedoeling dat de klant gaat kuieren en zo dingen meeneemt die men in eerste instantie niet nodig achtte. Om het looptempo ook wat te temperen klinkt dweperige easy-listening muziek uit de luidsprekers, waar Sky Radio groot mee geworden is. Echter laat ik me door al die marketingmiddelen niet of nauwelijks beÔnvloeden. Dus zal ik daar verder ook niet over klagen.

Ik heb het tot zo ver redelijk in eigen hand. Ik weet waar de te halen artikelen staan, ze hebben de inrichting nog niet de maandelijkse omwisselbeurt gegeven, en ik kan dus vrij rap mijn lijst afwerken. Waren het niet dat dames, sorry het zijn nou eenmaal altijd vrouwen, winkels ook wel gebruiken als een soort sociale verzamelplaats waar ze even helemaal bij kunnen beppen. Dit is op zich niet hinderlijk maar die dames zijn ook altijd in het bezit van ťn winkelwagen ťn kinderwagen. Nu maken mannen wel eens flauwe grappen over de parkeertalenten van vrouwen, of juist het ontbreken daarvan, maar deze types maken deze grapjes ook waar. De ene kar staat haaks op de andere, met moeite kan er nog precies 1 winkelwagen door het gangpad. Dat gebeurt ook maar de passant loopt niet door maar blijft staan om een blik te werpen op de uitgestalde vleeswaren. Bij de eerste keer dat ik "pardon" zeg om een doorgang te verzoeken, blijft de blokkade gewoon staan. De stemverheffing werkt, maar uit hun blikken is op te merken dat ik hier de boosdoener ben. Ik verstoor de heerlijke supermarkt oase waarin ze net even rust hebben gevonden. Maar goed, het doel is bereikt, dus zal ik daar verder ook niet over klagen.

Nog altijd zit ik op schema, de lijst is helemaal afgewerkt. Trots op mijn eigen recordtijd loop ik met volle mand richting kassa. Ik reken uit dat ik nog makkelijk even wat kan eten voor ik weer de deur uit moet. De rij bij de kassa is, tot mijn schrik, best lang. Van de tien afrekenbalies die de winkel rijk is zijn er ook maar twee actief. Ik hoop op een schel "Anne-Marie kassa 5 alstublieft," die door de winkel galmt, maar het blijft uit. Het is natuurlijk wel al tegen etenstijd en die meiden hebben ook gewoon recht op pauze. Het komt mij nu even niet goed uit maar ik kan er wel begrip voor opbrengen. Daar zal ik dan ook verder niet over klagen.

De wijzers op mijn horloge lopen harder vooruit dan de rij voor mij. De zenuwen beginnen op te lopen. Ik kijk ook vaker naar mijn uurwerk dan nodig is. Ik weet al lang hoe laat het is maar uit een soort tic moet ik steeds controleren hoeveel tijd mij nog rest om nog een happie eten naar binnen te kunnen krijgen. Het is een bekend probleem als er twee rijen staan en je gaat in de ene staan, dan loopt de andere altijd sneller. Zo ook nu. Er staan nu nog maar drie mensen voor mij. De persoon die nu afrekent zit met zijn vinger door zijn kleine beursje te schuiven en komt tot de conclusie dat hij niet genoeg bij zich heeft om zijn boodschappen mee af te rekenen. Eerst moet hij dus weten hoeveel verschil er tussen kosten en kas zit. Dan kijkt hij welke producten dat bedrag samen kunnen vormen. Hij beslist de fles wijn achter te laten. De cassiŤre haalt de fles langs de barcodelezer en geeft het nieuwe eindtotaal op. De man beslist toch dat de appels er ook af moeten, de cassiŤre haalt ook deze er af. Maar dan wil hij wel de wijn erbij. Dan blijkt dat hij wederom op een te hoog bedrag zit waardoor alsnog ook de fles wijn achter blijft.

Nog maar twee te gaan. De dame die nu aan de beurt is maakt het erg bont. Ze laat alle boodschappen scannen en blijft een beetje rondstarend bij de lopende band staan. De stapel in te laden boodschappen stapelt op, maar ze neemt nog geen aanstalte deze alvast in haar wagentje te laden. Als het eindbedrag bekend is zoekt ze pas naar haar PIN-pas. Er hangt een groot bord boven de kassa dat de klant meteen kan beginnen met het intoetsen van de code waardoor het hele proces wat sneller verloopt maar dit is haar kennelijk ontgaan. Ik heb al zo'n hekel aan pinners. Die mensen hebben zich door reclamespotjes laten vertellen dat ze dubbelop bezig zijn als ze eerst flappentappen en daarna er mee afrekenen. Ik durf te wedden dat ik drie keer eerder klaar ben met afrekenen dan de gemiddelde digitale betaler. Als, na traag verlopen seconden, de bon er uit komt ten teken dat de winkel succesvol contact heeft gelegd met Interpay, en het geld dus binnen is, schuifelt de opgedirkte dame naar haar maandvoorraad aan boodschappen die ze stuk voor stuk in het karretje plaatst.

Ik erger me enorm. Ik voorzie dat het hapje eten wat ik voor ogen had nu een appeltje onderweg wordt door tijdgebrek. Maar goed, nog maar ťťn wachtende voor me. De rol is op in de kassa. De meid zit er denk ik nog niet al te lang want het inbrengen van een verse rol duurt een eeuwigheid. De klant die voor mij staat koopt alleen een pakje sigaretten maar kent de cassiŤre en ze beginnen een amicaal gesprek, over haar moeder, de hond, de vakantie en haar schoolprestaties. Verbaasd en verhit sta ik nog altijd achter de man. Als het verlossende "doei" eindelijk gevallen is ben ik aan de beurt. Ik laat zien dat afrekenen ook binnen dertig seconde afgehandeld kan zijn en ik vlieg naar huis toe. Ik heb nog dertig minuten voor de aftrap. Op mijn terugweg zie ik op de bon dat ze een potje maÔs twee maal heeft aangeslagen. Ze heeft me dus voor EUR 0,40 benadeeld, maar dat is zo weinig en ik heb geen tijd meer. Daar zal ik verder dan ook niet over klagen.