Stroom buitenlandse bruiden houdt aan

P. Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, waarschuwde onlangs in een interview met het FNV Magazine al voor de gevolgen van gezinsmigratie. En deze week begonnen zowel het CDA als de VVD erover in de Tweede Kamer; zij zien de stroom bruiden uit Marokko en Turkije graag ingedamd.

De mensen die naar Nederland komen om er te trouwen, of zich bij een gezin te voegen, vormen een veel grotere groep dan de asielzoekers die hier jaarlijks naar toe komen. Toch hoor je daar relatief weinig over, en dat is merkwaardig want Nederland maakt het wel Úrg makkelijk om huwelijkspartners uit Turkije en Marokko over te laten komen. En daardoor ontstaan weer problemen met integratie.
Het gaat veelal om mensen die niets van Nederland weten. Ze zijn verplicht een inburgeringscursus te volgen, maar kunnen zich daar eenvoudig aan onttrekken. Ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) beveelt om die reden aan de stroom gezinsmigranten af te remmen.

Voorheen heerste de gedachte dat de komst van Turkse en Marokkaanse gezinsvormers wel zou dalen, maar zelfs de derde generatie zoekt het liefst nog steeds een huwelijkspartner in het land van herkomst. Daarom willen het CDA en de VVD strengere regels instellen: laat een bruid in Marokko of Turkije eerst de taal leren, voordat ze naar Nederland mag reizen. Of stel hogere eisen aan het inkomen van de bruidegom.

De Nijmeegse hoogleraar K. Groenendijk, die deze kwestie onderzocht heeft, is sceptisch over het resultaat die dergelijke eisen zullen hebben, bovendien moet Nederland zich houden aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat ruimte laat voor gezinsmigratie. Zijn conclusie is dan ook dat de grootste groep immigranten niet uit asielzoekers maar uit 'ingehuwden' zal bestaan.