Raben: Rijksmuseum “door de knieŽn voor duister clubje”

Het Rijksmuseum is “door de knieën gegaan voor een duister clubje kritische en conservatieve Indische Nederlanders, dat zich gesteund weet door de rechtse media en extreemrechtse politici”. Die bizarre bewering doet de uitgesproken pro-Indonesische hoogleraar Remco Raben tegen Folia. Hij reageert daarmee op het nieuws dat het Rijksmuseum de historische term Bersiap toch niet gaat censureren.

De snerende en demoniserende uitspraken van de pro-Indonesische Raben leiden tot nog meer irritatie onder Indische Nederlanders. Vorige week werden die gemeenschap al opgeschrikt, nadat de Indonesische gastcurator Bonnie Tiryana bekendmaakte dat hij het begrip Bersiap zou schrappen uit zijn aankomende tentoonstelling. Volgens Triyana zou de term namelijk “racistisch” zijn. De Indonesiër werd daarbij gesteund door Raben, die als adviseur bij de controversiële expositie betrokken is, en aanvankelijk ook het Rijksmuseum. Het leidde tot woedende reacties van slachtoffers en nabestaanden. Federatie Indische Nederlanders (FIN) deed daarop aangifte tegen Triyana wegens Bersiap-ontkenning. Ook in politiek Den Haag werd verbijsterd gereageerd. Martin Bosma (PVV) en Wybren van Haga (BVNL) stelde zelfs Kamervragen. Het Rijksmuseum besloot niet veel later de term Bersiap toch niet te censureren.

Toch doet Raben ondanks de brede ophef net alsof deze zich beperkt tot “een duister clubje kritische en conservatieve Indische Nederlanders”. Dat “clubje” zou bovendien worden “gesteund … door de rechtse media en extreemrechtse politici”. Raben onderbouwd zijn uitspraken niet. Op wie hij precies doelt is evenmin helder. De uitspraken leiden dan ook tot verontwaardiging. “De geschiedschrijving overlaten aan activisten die zelfs het héden leugenachtig omschrijven. Geen goed idee” reageert Annabel Nanninga (JA21) op Twitter. De senator benadrukt dat de ophef “van links tot rechts” wordt gedeeld. Henk Muller typeert de laatste strapatsen van Raben als “de reïncarnatie van de zich ver boven Indo’s verheven voelende Toean Besar”. Volgens Soof diskwalificeert Raben zich “door mensen met een ander perspectief weg te zetten als ‘duister’ en ‘extreem rechts’”.

De uitspraken van Raben zijn extra brisant, omdat hij aan het grote Indië-onderzoek is verbonden. Dat onderzoek ligt al langer onder vuur vanwege de eenzijdig en partijdig opzet. Het NIOD weersprak de verwijten van partijdigheid eerder nog door te stellen dat het individuele onderzoekers vrij staat om deel te nemen aan het maatschappelijke debat. Die stelling lijkt steeds minder houdbaar. Rondom Raben is overigens vaker ophef. Medio 2020 riep de hoogleraar koloniale- en postkoloniale literatuur- en cultuurgeschiedenis bijvoorbeeld op om vooral een petitie vóór het verwijderen van Nederlandse standbeelden te tekenen. Een collega-onderzoekster bepleitte tegelijkertijd juist om straten en pleinen te vernoemen naar Soekarno. In dat laatste zag Raben, die niet vies is van Indonesische symboliek, geen bezwaar.