FOK!toen: De vliegramp van MŁnchen

München, 06-02-1958. Op woensdag 5 februari 1958 speelden Manchester United en FK Rode Ster in Belgrado om een plaats in de semifinale van de Europacup. Nadat een zinderend spannende wedstrijd was geëindigd met een stand van 3 - 3 op het scorebord, trok de kampioen van Engeland en bekerfinalist van 1957 aan het langste eind. De daaropvolgende dag zou echter één van de donkerste dagen in de geschiedenis van de Britse sportwereld worden.

Uit de Leeuwarder Courant van 7 februari 1958
Uit de Leeuwarder Courant van 7 februari 1958

De Busby Babes
In de tweede helft van de vijftiger jaren was Manchester United één van de meest succesvolle clubs in Europa. Het team, onder leiding van manager Bill Busby, bestond veelal uit jongere spelers en werd daarom in de volksmond ook wel gekscherend de Busby Babes genoemd. In 1956/57 deed Manchester United voor de eerste keer mee aan de Europacup I. In eerste instantie wilde de Engelse voetbalbond geen Engels team aan het toernooi mee laten doen maar na enig aandringen van Busby mocht de club toch meedoen. Manchester United zou de halve finale halen en mocht daarom het volgende jaar weer meedoen. Nadat de club eerder al kampioen van Engeland waren geworden waren de verwachtingen voor hun prestaties bij de Europacup hooggespannen.

Nadat zowel Shamrock Rovers als Dukla Praag waren uitgeschakeld, ontmoette Manchester United in de kwartfinale de Joegoslavische kampioen FK Rode Ster. Op Old Trafford werd de heenwedstrijd op 21 januari 1958 met 2-1 gewonnen door Manchester United. Na de overwinning besloot men om op 5 februari naar Belgrado te vliegen voor de returnwedtrijd. De wedstrijd in Belgrado eindigde in een 3-3 gelijkspel, waardoor Manchester United doorging naar de halve finale.

De 'Busby Babes' bij hun laatste wedstrijd (Leeuwarder Courant 2 februari 2008)
De 'Busby Babes' bij hun laatste wedstrijd (Leeuwarder Courant 2 februari 2008)

De terugreis
Toen de mannen van het Engelse elftal op donderdagmiddag op het vliegveld van Belgrado aankwamen, stond de Airspeed A.S.57 Ambassador, een tweemotorig Brits verkeersvliegtuig, hun al op te wachten. De terugtocht naar Manchester moest echter met een uur uitgesteld worden omdat rechtsbuiten Johnny Berry zijn paspoort kwijt was geraakt. Onderweg bleek dat er bijgetankt moest worden en de Elizabethan, zoals het vliegtuig van de British European Airways heette, maakte een tussenlanding in München.

Eenmaal in München aangekomen liet gezagvoerder James Thain zich aflossen door zijn co-piloot Kenneth Rayment. Om 14.31 uur stond Lord Burghley, zoals het vliegtuig was gedoopt, gereed om weer te vertrekken. Aan boord van vlucht 609 was de volledige selectie van voetbalclub Manchester United en een aantal meereizende supporters en journalisten. Na 40 seconden brak Rayment de eerste poging om op te stijgen af. Het was hem opgevallen dat de motor een vreemd geluid maakte. Drie minuten daarna werd er nog een poging gedaan en wederom zag de piloot er vanaf om op te stijgen.

De passagiers moesten het vliegtuig verlaten en Manchester United speler Duncan Edwards besloot om een telegram te versturen, om het thuisfront te laten weten dat de vlucht was geannuleerd en dat de mannen een dag later thuis zouden komen. Alsof er al niet genoeg ellende was begon het ook nog eens te sneeuwen. Een kwartier later kregen de passagiers te horen dat ze alsnog plaats mochten nemen in het toestel. De voetballers Duncan Edwards, Tommy Taylor, Eddie Colman en Mark Jones hadden last van vliegangst en besloten om achterin het toestel te gaan zitten omdat het volgens hun daar veiliger was.

Uit de Telegraaf van 7 februari 1958
Uit de Telegraaf van 7 februari 1958

De crash
Om 15.03 uur vertrok het door zuigermotoren aangedreven vliegtuig voor de derde opstijgpoging. Het vliegtuig bereikte een snelheid van zo'n 252 kilometer per uur maar kon door de papperige sneeuwlaag niet van de vliegbaan afkomen en schoot regelrecht op een huis af. De doodskreet van de Ierse international Liam Whelan snijdt door merg en been. "Zijn we allemaal klaar om te sterven?"

Het wrak van het vliegtuig (Leeuwarder Courant 2 februari 2008)
Het wrak van het vliegtuig (Leeuwarder Courant 2 februari 2008)

Een moment later volgt de enorme crash. Van de 44 inzittenden van het vliegtuig zijn er 21 in één klap dood. Bij de slachtoffers bevinden zich zeven spelers van het voetbalteam, Geoff Bent, Roger Byrne, Eddie Colman, Mark Jones, David Pegg, Tommy Taylor en Liam Whelan. Daarnaast komen ook twee coaches, acht sportjournalisten, een bestuurslid van de voetbalclub, een steward en twee andere passagiers bij het ongeluk om het leven. Manager Busby en sterspeler Duncan Edwards worden beiden met ernstige verwondingen afgevoerd. Edwards zou 15 dagen later in het ziekenhuis overlijden aan de gevolgen van het ongeluk. Johnny Berry en Jackie Blanchflower waren zo ernstig gewond dat ze nooit meer een wedstrijd zouden spelen.

Uit de Telegraaf van 7 februari 1958 1
Uit de Telegraaf van 7 februari 1958

Journalist Frank Taylor zou later in zijn boek The Day a Team Died het moment van het ongeluk alsvolgt beschrijven: "We raakten amper van de grond en het vliegtuig leek te breken. Bomen vlogen door de lucht. Toen werd alles stil." Ook fotograaf Peter Howard kroop levend uit het gecrashte toestel en seinde meteen zijn krant, The Daily Mail, in: "Ik bel jullie met verschrikkelijk nieuws. Het vliegtuig van Manchester United is in München verongelukt. Ik wou dat ik jullie kon vertellen dat het niet zo erg is. Maar ik ben bang dat er enkele doden zijn."

Uit het Nieuwsblad van het Noorden van 7 februari 1958
Uit het Nieuwsblad van het Noorden van 7 februari 1958

Helden
Brandweerman Rudolf Heidenreich zou het ongeluk in München nooit meer vergeten. In de sneeuwstorm probeerde de toen 34-jarige brandweerman de mensen die opgesloten zaten in het brandende, neergestorte vliegtuig te redden. Bij het ongeluk waren een aantal van de helden van het Britse volk om het leven gekomen. Zoals wel vaker in dergelijke situaties gebeurd onstonden er evenwel ook helden. Zo wist keeper Harry Gregg twee van zijn teammaten (Bobby Charlton en Dennis Viollet) te redden door ze aan hun broeksriem uit het brandende wrak te slepen. Daarna kroop Gregg al bloedende nogmaals met gevaar voor eigen leven het toestel in om een hoogzwangere vrouw te redden.

Uit de Leeuwarder Courant van 7 februari 1958
Uit de Leeuwarder Courant van 7 februari 1958

Ook piloot James Thain zou het ongeluk overleven. Thain werd ervan verdacht dat hij voor het vertrek het vliegtuig niet goed had gecheckt en dat er ijsvorming op de vleugels had plaatsgevonden, waardoor het ongeluk was gebeurd. Het zou tot 1969 duren voordat de vliegenier van alle blaam werd gezuiverd. Onderzoek had inmiddels aangetoond dat het ongeluk inderdaad te wijten was aan de sneeuwlaag op de startbaan, in combinatie met een storing in het vliegtuig waardoor de vleugels niet konden ontdooien. Het was mede door het beheerste optreden van Thain geweest, dat velen het vliegtuig nog levend konden verlaten. James Thain zou in 1975 op 53-jarige leeftijd overlijden. Ook kapitein en co-piloot Kenneth Rayment zou de crash overleven maar overleed drie weken later in het ziekenhuis aan de gevolgen van het ongeluk.

Uit de Leeuwarder Courant van 11 juni 1969
Uit de Leeuwarder Courant van 11 juni 1969

Keeper Harry Gregg keerde in 2008 voor het eerst terug naar het vliegveld waar de vliegramp plaatsvond, voor opnames van het programma One Life: Munich Air Disaster. Gregg had daarbij ook een ontmoeting met Zoran Lukić, van wie moeder Vera in 1958 in verwachting was. Van het spelerselftal van 1958 leven alleen Gregg en Charlton nog. Manager Matt Busby keerde met een gebroken hart terug naar de heilige grond in Old Trafford en zou nooit meer over die afgrijselijke dag in 1958 spreken. Hij overleed in 1994 op 84-jarige leeftijd.