Alberda kondigt vertrek aan

Na de olympische spelen zal Joop Alberda als technisch directeur van het NOC*NSF vertrekken. Hij ziet te weinig vooruitgang en vernieuwing in de Nederlandse topsport.

Een maand geleden had Alberda zijn beslissing genomen en daaraan konden een aantal gesprekken niets meer veranderen. Hoewel hij probeert het netjes te verwoorden, lijkt de reden voor zijn vertrek voor een groot deel te liggen in de flinke bezuinigingen waarmee de sportbonden te kampen hebben gehad. Hij ziet de toekomst niet pessimistisch in voor de Nederlandse sportwereld, maar denkt dat een slechte olympische spelen wel kan helpen de Nederlandse regering wakker te schudden.

Sinds hij acht jaar aantrad werd de begeleiding van sporters geprofessionaliseerd. Olympische sporters kregen meer mogelijkheden om zich volledig op de Olympische spelen te richten. Het NOC*NSF kreeg meer geld. Het leidde in 2000 in Sydney tot een recordaantal van 25 medailles. In Athene wordt dat aantal niet meer verwacht.

Alberda vertelde over de professionalisering: "We zijn er niet in geslaagd om de politiek er van te overtuigen dat een wereldsporter een professionele opleiding van tien jaar nodig heeft. Elke fulltime topsporter verdient een fulltime topcoach en dat is in Nederland nog lang niet het geval. In Frankrijk wordt dat bijvoorbeeld allemaal door het ministerie van Onderwijs geregeld."

Hij zei over de Olympische spelen: "Kijk naar de landen waar we met bewondering naar kijken: Australi, Frankrijk, Itali. Die hebben allemaal een Olympische dip nodig gehad om hun regering wakker te schudden. Want dan wordt plotseling de nationale trots gekrenkt. Maar dat gun ik onze sporters in Athene niet."

Over zijn afscheid vertelde hij: "Ik wil rust op het speelveld. De focus is het bordes van de koningin voor de medaillewinnaars. Ik zal straks meehelpen een manifest te maken voor de periode tot 2008." Over zijn opvolging wil hij niet meepraten: "Geen woord, nooit. Ik zal niet over mijn graf regeren."

Hij wil wel actief blijven in de sportwereld: "Ik leef en ruik naar sport. Ik voel me daar het beste in thuis. Ik zal verder gaan met mijn eigen ambities en normen. Misschien kan ik dan toch een rol blijven spelen in de Nederlandse sport."