Interview: Erlend Loe

Het is een koude woensdagochtend in Amsterdam. Met het boek Volvo Vrachtwagens loop ik naar de Herengracht. Om half 11 krijg ik de mogelijkheid om in het Ambassadehotel een interview met Erlend Loe, de schrijver van het boek, te houden. Eenmaal binnen wordt een heerlijke (gratis) kop koffie met een blokje chocolade aangeboden om het wachten te verzachten. De Noorse schrijver komt iets later in verband met een technisch mankement aan de trein waar hij in zit, die vanuit Brussel op Amsterdam Centraal aan moet komen. Om kwart voor 11 stapt een forse man uit een voor de deur aangekomen taxi. Met een zwarte jas, hippe blauwe sportschoenen en een blauw petje komt Erlend samen met Jill (van Uitgeverij de Geus) de lobby in. Het interview kan beginnen.



Erlend Loe


Voor het interview vraagt Jill of het een probleem is dat Erlend onder het praten door wat kan eten. “Ik heb geen tijd gehad om iets gegeten vandaag”, grapt Loe. Eenmaal gesetteld in de bibliotheek van het hotel, begint na een grondige blik op de menukaart meteen een zeer aangenaam gesprek.
Natuurlijk rijst de vraag waar Loe als schrijver de inspiratie vandaan haalt. “Het zijn meestal gewoon spontane ideeŽn die ik krijg. Als ik schrijf, probeer ik me in een andere wereld te wanen. En dan schrijf ik wat er maar in me op komt”.

Doppler is een karakter van Erlend waar hij veel over te vertellen heeft. Zowel in Doppler als in Volvo Vrachtwagens komt de persoon met zijn trouwe eland Bongo voorbij. “Het boek Volvo Vrachtwagens eindigt dat Doppler vanuit Noorwegen oostwaarts gaat reizen. Ik vond het zo leuk om over hem te schrijven, dat ik meer wilde. Maar ik wist niet precies hoe ik door moest gaan, het moest geen direct vervolg worden, dat wist ik wel”.
De ober komt de bibliotheek binnen met een dienblad met eerder besteld eten. Een broodje met kaas en parmaham wordt gesmeerd en met een volle mond vervolgt Erlend het verhaal.
“Ten tijde van schrijven moest veel lange dagen werken. In tegenstelling tot nu, kon ik toen niet de hele dag schrijven. De momenten dŠt ik kon schrijven, was vanaf tien uur in de avond tot middernacht”.

Vrijwel de allereerste zin die je in Volvo Vrachtwagens leest, komt uit een bekend rocknummer:

“Fuck you, I won´t do what you tell me”
– Rage Against The Machine


Tegen het einde van het boek heeft de zin een speciale betekenis voor een van de hoofdpersonen. Maar Loe heeft niet voor niets deze zin uit het rocknummer ‘Killing In The Name Of’ gekozen. “Ik hou van de harde anarchie die het nummer en vooral dit deel heeft. Het komt goed over als de zanger de zin schreeuwt, en dat vond ik meteen passen bij het personage Maj Britt”.

Maj Britt is een 92-jarige vrouw die in een huisje in Zweden woont. Ze heeft een voorliefde voor de Volvo Globetrotter, parkieten en wiet. Naast haar woont een even oude buurman genaamd Von Borring. Hij is druk bezig met scouting en is nog zo scherp als een havik. Er laait al jaren een vete tussen de twee buren en Maj probeert Von Borring dagelijks het leven zuur te maken. Als op een dag Doppler met zijn eland Bongo komt, ziet Maj een nieuwe pion in haar spel verschijnen. Doppler komt zo terecht in een jarenlange strijd en ‘vecht’ uiteindelijk aan beide fronten.





Hoe het personage Von Borring ontstond, wordt met glimlach en met een glas verse sinaasappelsap verteld. “Ik ben getrouwd met een Zweedse vrouw en woon net over de grens, niet zo ver bij Oslo vandaan. Onze buren waren al behoorlijk oud en dat zette me aan het denken. Maar ik ging om toen ik een documentaire zag over nobele, oude mannen. Het ging onder andere over een man die in een kasteel woonde. Hij was homofiel en hij voelde zich zielig. Dit was mijn directe inspiratie.” De oplettende lezer heeft hier eerder gelezen dat Von Borring een persoon van de scouting is. Heeft Erlend vroeger zelf ook op scouting gezeten?
“Nee. Ik vond het werkelijk vreselijk! Toen ik een jaar of zeven was heb ik een half jaar bij de scouting gezeten. Maar al die georganiseerde activiteiten en zingen en dergelijke, verschrikkelijk.”

De boeken van Erlend Loe lezen heerlijk weg, onder andere door de zeer prettige hoofdstukindeling. In Volvo Vrachtwagens bestaat ieder hoofdstuk uit ongeveer drie Š vijf pagina’s, waardoor alles in heerlijke hapklare brokken te lezen is. “Als ik een idee heb, volg ik dat idee. Ik schrijf het uit en dan ben ik er ook gewoon klaar mee. En die schrijfstijl bevalt me wel.”
Het is ook duidelijk te merken dat Loe een filmstudie heeft gedaan. Delen van het boek worden zeer filmisch geschreven en op het einde waan je je zelfs in een film. Het komt duidelijk naar voren dat Erlend Volvo Vrachtwagens niet in de bioscopen wil hebben. Er wordt zelfs geschreven dat ‘als er na een flinke geldsom toch een verfilming zou komen, dan wil ik alleen de credits als het een goede film wordt.’ “Ik denk niet dat je een boek moet verfilmen. Je hebt namelijk literatuur en je hebt film. Het zijn beide totaal andere dingen en zijn goed als ze bij hun eigen ding blijven. Mijn eerdere boek Tang is wel verfilmd. Ik had er helemaal niets mee te maken, maar heb de film toch gezien. Hij was okť, maar zeker geen goede film.” In februari komt er wel een film van zijn hand uit; Nord. “Ik zeg er nog niet al te veel over, maar in het kort gaat het over een skiŽr die zijn zieke zoon wil opzoeken. Met een sneeuwmobiel reist hij van A naar B en onderweg ontmoet hij verschillende mensen.” Het klinkt saai, maar Erlend belooft het een leuke film zal worden. Het glas sinaasappelsap is inmiddels leeg en het volgende broodje wordt gesmeerd.

Het boek Volvo Vrachtwagens ligt op tafel. Na de vraag of er veel verschil is tussen de Nederlandse en de Noorse versie, bladert Erlend het boek door. “Ik zie wel duidelijk verschil. Uitspraken schrijf ik zonder haakjes, de indeling is rafelig. Wat ik wel leuk vind om te zien, is dat de linker kantlijn strak is. Ik vind dat toch wel ťťn van de belangrijkste dingen”. Over de Nederlandse schrijvers is bij Erlend niet veel bekend. “Anne Frank, maar naast haar ken ik geen Nederlandse schrijvers. Ik ken wel enkele kinderboeken, maar geen ‘grotere’ boeken.” Met een leuk dialect spreekt Erlend de titel van een Nederlands boek uit; Waar is de taart. Grote Nederlandse werken zoals de Ontdekking van de Hemel zijn Loe volslagen vreemd. “Nog nooit van gehoord. Maar als hij in een taal is die ik begrijp, zal ik het boek zeker proberen te lezen.”





Mocht Erlend ooit stoppen, dan zal zijn zoon het niet van hem overnemen. “Mijn 8-jarige zoon is de enige van mijn drie kinderen die op dit moment ambities heeft. Mijn andere kinderen zijn drie en anderhalf jaar, dus die weten het nog niet. Maar hij wil uitvinder worden. Hij heeft nog niks gebouwd, alleen getekend. Machines die water in energie omzetten en dergelijke.”

Over de toekomst is Erlend zeer positief. We kunnen ook weer uitkijken naar een nieuw boek. Binnenkort komt er via Uitgeverij de Geus het boek Muleum uit. “Ik heb ooit eens iets gelezen over een vrouw die van hot naar her vloog. Ze ging de hele wereld over en iedere keer hoopte ze dat het vliegtuig neer zou storten. En dat inspireerde me tot het schrijven van een soort dagboek van een tienermeisje dat suÔcidale gedachten heeft. Het is een serieus onderwerp, maar wel met een laag ironie en humor er overheen.” Het onderwerp is niet vreemd. Loe legt uit dat op televisie en in andere mediavormen zelfmoord onder tieners verheerlijkt wordt. Dit was de trigger om te beginnen met Muleum. “De doelgroep is meer gericht op tieners, maar ik weet zeker dat volwassenen het ook erg goed kunnen waarderen.”