Column: Valentijnsdag

Het zal niemand ontgaan zijn, afgelopen zaterdag was het Valentijn. De dag der geliefden, waarop wij door de winkels min of meer gedwongen worden cadeautjes te geven aan degene die wij leuk vinden. Of op z'n minst toch aan degene met wie wij net toevallig een relatie hebben. Een kaartje, een bloemetje, een doos bonbons of een lekker luchtje, het kan allemaal niet op. Hoe meer, hoe beter, want echte liefde kent geen grenzen.

Met weemoed dacht ik zaterdag terug aan mijn middelbare schoolperiode, toen het leven nog simpel was. Je kocht bij de boekhandel een lief kaartje, terwijl je ervoor zorgde dat er niemand van je school ook net in de winkel stond. Want stel je voor, iemand zou je betrappen met een Valentijnskaart! Makkelijker nog was het om via school een verrassing te sturen. Op de ene school waren dat kaarten, op een andere rozen en op een derde misschien nog wel iets anders. Bij mij op school was voor de tweede optie gekozen. Een maand van tevoren werden er briefjes uitgedeeld waarop je een boodschap kon schrijven voor de jongen, of de leraar, die je al tijden leuk vond. Samen met twee gulden vijftig deed je het strookje in een envelop en op Valentijnsdag werd de roos met jouw boodschap aan je geliefde bezorgd.

Het zou mooi zijn geweest als dat het hele verhaal was geweest. Een leuk meisje verrassen en verder niets, klaar. Maar helaas bleef het daar niet bij. De rozenuitdeeldag werd bij ons op school namelijk tot een hele competitie. Vol spanning wachtte iedereen op het moment dat iemand van de leerlingenraad zou binnenkomen om de bloemen te overhandigen. De gedachten op dat moment varieerden van "Zal ik dit jaar dan eindelijk een roos krijgen?" tot "Hoeveel zullen het er zijn?" Zoals verwacht kregen de populaire leerlingen natuurlijk altijd een roos, soms zelfs meer dan ťťn. De sukkels van de klassen kregen er vanzelfsprekend geen en in de middenmoot werden enkelen verrast en de rest niet.

Vol trots liepen de gelukkigen met hun rozen door de school te paraderen. "Zie je dat meisje met dat bruine haar? Ze heeft er wel vier!", ging het door de gangen. Toen ik in de vijfde zat kreeg een meisje zelfs eens tien rozen van dezelfde jongen. Samen met de roos van een andere knul, kwam haar totale aantal op elf. Waarschijnlijk heb ik nog nooit iemand zo erg zien glunderen. Voor de ongelukkigen viel er echter niks te lachen. Zij sjokten met de rest mee en probeerden er stoer uit te blijven zien. "Nee hoor, het maakt me echt niets uit dat ik dit jaar geen roos heb gehad. Het maakt me ook niets uit dat dit al het vijfde jaar is dat ik geen aanbidder heb. En het kan me al helemaal niet schelen dat ik blijkbaar tot de stomste leerlingen van de school behoor en zojuist keihard met mijn neus op de feiten ben gedrukt." Van pure ellende stuurden sommigen zelfs een roos naar zichzelf. Of spraken met hun net zo weinig populaire vriendin af dat ze elkaar er eentje zouden geven.

Ja, die Valentijnsdag... Voor sommigen een bewijs van hun gewildheid. Voor anderen een herhaalde stempel in hun paspoort van sufheid. En is het niet nog steeds zo? FP-polls die willen weten of er een geliefde verrast gaat worden, vrienden en collega's die willen weten hoeveel kaarten jij hebt gehad en bij een lager aantal dan dat van henzelf denken: "Ha, ik wist wel dat ik hipper was!" Niks dag der liefde, dag der valse hoop en minderwaardigheidscomplexen. En niets anders.