Het metrostation is een hindernisbaan

"Endstation, bitte alle aussteigen". Mijn startsignaal heeft geklonken. Ik ga in startpositie voor de tramdeur staan en span mijn spieren tot het uiterste. Eťn, twee, drie: gooooo. De deuren gaan open en ik wurm me door de smalle uitgang. Over zeven minuten heb ik college, het is vanaf de tram nog vijf minuten lopen, dus dat zou moeten lukken. Ware het niet dat ik mijn afstand niet op een sprintbaan heb af te leggen, maar op een hindernisparcours. Vol met luitjes die, allemaal goed bedoeld, iets van mij verlangen, maar waar ik geen tijd in of zin voor heb.

Ik ben de tram pas half uit als ik iemand "Augustin, Augustin" hoor roepen. Ja hoor, de eerste hindernis is in zicht. Eťn van de vele zwarte, en soms blanke, daklozenkrantjesverkopers probeert mij een Weens exemplaar aan te smeren. Gelukkig is het begin nog makkelijk, zoals het bij een hindernisbaan hoort: Niet omkijken en gewoon doorlopen. De verkopers lopen vrijwel nooit met je mee of op je af, dus negeren is de zaak.

De eerste horde is nog maar net genomen, als de tweede zich al aan dient. Een blonde studentikoos uitziende knul van een jaar of 22 probeert mij staande te houden met een vriendelijk "Servus, ich bin Lukas". Dat de jongen Lukas heet weet ik allang. Ik ben namelijk al zo'n zes keer eerder door de gozer aangesproken en toen heette hij ook al Lukas. De eerste keer bleef ik nog netjes staan om naar zijn Amnesty-praatje te luisteren en de bijbehorende handboeifoto's aan te zien. Ik heb mijn lesje echter geleerd en weet dat dat mijn tijd op de stormbaan alleen maar verlengt. Ik ontwijk zijn hand vakkundig en vervolg mijn richting, rechts de hoek om.

Nog drieŽnhalve minuut te gaan. Dat gaat de goede kant op, ik heb nauwelijks vertraging opgelopen. Maar daar is hindernis drie. Een andere Augustinverkoper probeert mij zijn blaadje te verkopen. Ook bij hem is negeren de zaak, maar helaas werkt hij niet mee. Hij danst wat in de rondte, schreeuwt van links naar rechts en haalt mij daarmee uit mijn concentratie. Mijn pas vermindert en ik maak een scherpe draai zodat ik de hond van de man nog net kan ontwijken. Dat zijn verdorie tien seconden vertraging. Ik versnel wat en ren de roltrap op.

Dan wordt mijn weg plotseling faliekant versperd. Ik bots bijna tegen een te gele tafel van de 'Frauen gegen Atomkraft' aan. En van de vrouwen tegen de Navo. Die ook nog eens vůůr Irak zijn. Of iets dergelijks. Ik sta in dubio. Links, rechts? Wat is het snelst? Zoals in moeilijke situaties ťťn seconde twijfel vaak te lang is, is dat ook hier het geval. Ik besluit rechtsom te gaan, maar beland in een klas met kinderen die op weg zijn naar de gymles. Ik kan moeilijk over die kinderen heen rennen en blijf 'geduldig' staan wachten. Na een halve minuut kan ik mijn weg vervolgen, maar ik merk dat ik nu ruim een minuut achterloop op schema.

Ik loop links het steegje in en zie even verderop een bruinharig meisje, zo te zien van een of andere dierenbeschermingsvereniging. Ze loopt aan de rechterkant, dus ik probeer links aan te houden, terwijl het meisje spiedend om haar heen kijkt. Ik zet mijn 'nee kindje, ik heb echt geen tijd voor je'-gezicht op en zet er de pas in. Te laat! Ze heeft me gezien en stiekem stiefelt ze naar links. Ik merk haar op en ga zelf ook iets meer naar links. Maar de dierenvriendin is niet achterlijk en volgt mijn beweging: nog meer naar links gaat ze. Ik besluit alles op alles te zetten en ga voor de verrassingsaanval. Terwijl het meisje haar mond opendoet om iets te zeggen vlieg ik tussen haar en een winkelpui door. Jammer meis, volgende keer hopelijk niet beter.

De universiteit is in zicht. Ik heb nog ťťn minuut voor college begint en nog dertig seconden te lopen. Dat můet lukken, ik vůel het! Opeens staat er een man recht voor mijn neus. Ik denk er nog over om dwars door hem heen te gaan, maar ik kan niet meer. Afgepeigerd stop ik en trek mijn portemonnee. Collectes, studentenabonnementen, maandelijkse donaties, zolang het niet voor dakloze huismussen in Verweggistan is maakt het me allemaal niets meer uit. Ik geef me gewonnen, de goede doelenliga is sterker. "Hoeveel had meneer gehad willen hebben?" "Willen hebben?", reageert de man verbaasd. "Nou, graag alleen de weg naar de eerste de beste supermarkt."