Winkelwagentjes

Het werk in een supermarkt is helemaal niet zo saai als veel mensen denken. Tuurlijk, je hebt van die dagen dat je urenlang achter de kassa zit te gapen, maar het werk is ook wel afwisselend. Ikzelf doe niet alleen de klus van caissiŔre, maar ook allerlei andere werkzaamheden. Zo sta ik net zo vaak achter de balie bij de klantenservice en de tabakverkoop. Dan krijg je de vreemdste vragen. Mij maakt het niet uit.

Soms is er even een tekort aan vakkenvullers en dan assisteer ik in de winkel. Of ik help bij het ordenen van de boodschappenkarren. Gut, wat kunnen de klanten er een rommeltje van maken, zeg. Je zou denken dat het statiegeldprincipe van een wagentje ertoe zou leiden dat iedereen zijn of haar karretje weer netjes terugbrengt, maar niets is minder waar. Ik heb al eens tot aan mijn oksels in de brandnetels hier op de hoek van het plantsoen gestaan om zo'n ding uit het struikgewas los te rukken. Iedere week maakt ÚÚn medewerker van ons filiaal een uitgebreide tocht door de buurt en die vist ook vaak meerdere karren uit tuinen, groenstroken en flatportalen. Ze laten die krengen echt op de gÚkste plaatsen achter.
Laat ik het niet erger maken dan dat het is. Gelukkig zijn de meeste mensen zo beleefd om hun winkelwagentje terug te rijden naar de speciaal daarvoor geplaatste verzamelplekken. Maar ja, die bevinden zich meestal niet bij de ingang van de supermarkt zelf. En dus moeten twee medewerkers een paar keer per dag rijen met karren van de parkeerplaatsen terugbrengen naar het entrÚe van de winkel.

Laatst was er een tekort aan vakkenvullers. Je weet wel, die jonge jongens die zo heerlijk slungelig in hun lijf zitten en hun haren zo pubersprieterig omhoog hebben gestyled met iets teveel gel. Er zijn een paar lekkere knullen bij, hoor, maar de meesten zijn toch echt veel te jong voor mij. Maar daar wilde ik het niet over hebben. Die vakkenvullers halen vaak ook de rijen winkelwagentjes weer naar de ingang van de supermarkt. Dus moest ik met Jurgen de karren van de parkeerplaatsen terughalen. Jurgen is een spetter. Als vrouw loop je daar graag naast. Maar het is wel een beetje domme spetter. In zijn vrije tijd doet hij aan krachttraining en bodybuilding. Zijn uniformshirt zit dan ook altijd strak rond zijn borst. Als er zware klussen zijn, vragen ze altijd hem. Hij is nogal een dommekracht, maar ook dat heeft zijn charmes.

Het was heel stil op de parkeerplaats. Er was geen kip te zien. Alleen bij de rij karren stond zo'n gehandicaptenscooter. Ik zie ze wel eens vaker. Van die driewielers, ÚÚn wiel voor en twee achter. De voorkant lijkt op een scooter, maar de bestuurder zit op een soort bureaustoel. Vaak hebben ze zo'n rekje voorop hangen. Er komen wel eens klanten in de winkel en die halen hun boodschappen uit dat rekje en leggen het op de band. Nadat ze betaald hebben help ik dan die boodschappen weer terug te doen in dat rekje. Tja, als je in zo'n ding moet zitten, kun je niet met een kar of mandje door de winkel. Zo'n scooter neemt van zichzelf al een boel plaats in. Sommigen kunnen maar nÚt langs de kassa.
Nu stond er zo'n gehandicaptenscooter voor de rij met winkelwagens die Jurgen en ik terug moesten halen. In de scooter zat een wat oudere man. Hij had zijn ene been over zijn andere geslagen en zat rustig in het zonnetje een sigaretje te roken. Zijn overhemd zat scheef dichtgeknoopt. Hij had grijs haar, dat aan ÚÚn kant van zijn hoofd weg was. Hij had een grote kale plek, waar een boogvormig litteken in te zien was. Ik schrok een beetje. Jurgen verzamelde moed.
"Meneer?" vroeg hij. "Sorry, maar mogen wij er even bij? Wij moeten even wat winkelwagens terugbrengen."
"Fluska betroebie kazzammul da wommiebil," antwoordde de man. Jurgen en ik keken elkaar aan.
"Eh, pardon?" durfde ik. "Ik kon u niet goed verstaan. Wat zei u precies?"
"Gama hoo! Fan daagvin kallus piema."
"Ik vind het heel vervelend," zei ik. "Maar ik begrijp Úcht niet wat u zegt. Kunt u het nog een keer zeggen, maar nu iets langzamer?" Ik heb wel eens eerder mensen met een spraakprobleem in de winkel aan de kassa gehad. Met een hoop geduld kom je een heel eind.
Ineens zag ik dat de man met zijn half lamme hand in zijn kruis ging graaien.
"Sommige van die mongolen hebben constant een stijve," zei ik met een knipoog tegen Jurgen. "Heb jij misschien ook een chromosoompje teveel? Dan wil ik wel met je spelen."
Jurgen bloosde een beetje. Lief hŔ, als jongens blozen.
"Ik vind het een beetje aso, hoor," zei hij. "Ook al kan die vent niet fatsoenlijk praten, hij kan toch wel van zijn zaakje afblijven als er een dame in de buurt is?" Jurgen noemde me een dame. Kijk, dat vind ik nou schattig.
"Hee, viezerik!" zei ik en ik gaf de man een duw. "Doe 's effe normaal! Ga thuis maar op de Wehkampgids zitten geilen."
"Maaf, maaf, fwal hullie mmwiefje szsien." Hij greep weer in zijn kruis en maakte wrijvende bewegingen.

Ik keek Jurgen in zijn reebruine ogen en gaf de man een klap vol in het gezicht. Jurgen schrok.
"Samenie, kep biefie moe lees," mompelde de man.
"Lekkere boom van me," zei ik tegen Jurgen. "Je weet: een gewaarschuwd man telt voor twee. En ik heb hem toch Úcht gezegd dat-ie moest kappen met zijn seksuele intimidatie."
Jurgen keek me aan. Nu zag ik het vuur in zijn ogen. Ineens gaf hij de man ook een klap in zijn gezicht.
"Hmmm ..." Ik liet een kreun over mijn lippen komen toen ik de vuist van Jurgen tegen het geschrokken gelaat van de man zag kletsen.
"Mwaaaht, mek been spaak, bwief bwief!" De man bleef met zijn hand in zijn kruis wrijven.
Ik liep op hem af. Met mijn knie raakte ik hem vol in zijn maag. Het was makkelijk om hem zo te raken. Het karretje bood hem geen enkele bescherming.
Jurgen ramde met zijn elleboog het sleutelbeen van de gehandicapte aan gort. Zag ik een bobbel in zijn broek? Zou hij het echt leuk vinden? Ik knipoogde naar Jurgen. Zijn lach was veelbetekenend. Hij genoot hier echt van. Met een forse duw gooide ik de man uit zijn karretje.
"Ouwe geilbak, als je ons gewoon ons werk had laten doen was dit nooit gebeurd. In plaats daarvan ga jij een beetje zitten masturberen op de parkeerplaats." Ik schopte hem tegen zijn hoofd. De geluiden die hij constant maakte, waren te irritant voor woorden.
Jurgen begon de man in zijn kruis te trappen. "Wat denk je wel, oude viezerd? Ik zal ervoor zorgen dat je je mijn kassameisje nog herinnert als je straks het ziekenhuis uit komt."

Ik werd nu echt nat van Jurgen. Sterk, jongensachtig en nog galant ook. Hij nam het voor me op. Ik stapte over de man heen en kroop tegen mijn held aan. Wild begon ik hem in zijn nek te zoenen. Jurgen pakte me bij mijn borsten. Even keek hij opzij. Toen verslapte zijn aandacht voor mij.
"Hee, moet je kijken," zei hij. Hij maakte zich van mij los en boog over de man heen. "Volgens mij wilde hij dit uit zijn broekzak pakken."
De kreunende man hield met zijn bloederige hand een stukje papier vast. Ik pakte het en las: "Ik heb hersenletsel en kan niet praten. Wilt u mijn scooter alstublieft aan zetten als ik in de weg sta? Mijn begeleider komt mij zo helpen. Ik kan niet zelf de scooter besturen."
"Haha, dat is grappig!" zei Jurgen. "Het was helemaal niet nodig om zo tegen die man tekeer te gaan."

Weer wat geleerd. Het werk in een supermarkt is Úcht niet saai.