Uitsluitend Nederlands praten in de klas voorbij, thuistaal nu verplicht

Nederlandse scholen zijn dit schooljaar verplicht om ruimte te bieden aan de taal die een leerling thuis spreekt. Het gaat onder meer om Turks, Marokkaans en Spaans, maar ook om streektalen zoals het Fries. Het nieuwe kerndoel is gebaseerd op een advies van de Onderwijsraad, die stelt dat de thuistaal het leren van Nederlands juist ondersteunt.

Kwart van Nederlanders spreekt andere taal thuis
Ongeveer een kwart van de Nederlanders boven de 15 jaar spreekt thuis een andere taal dan het Nederlands. Op scholen was de norm tot nu toe vaak dat uitsluitend Nederlands werd gesproken. Volgens de Onderwijsraad heeft het inzetten van de thuistaal niet alleen een positief effect op het Nederlands leren, maar ook op het zelfvertrouwen van leerlingen en hun betrokkenheid bij het onderwijs.

Het advies is niet nieuw. Volgens de Onderwijsraad mochten leerlingen hun thuistaal tot voor kort vaak niet gebruiken op school, terwijl inzet van die taal hen helpt om sneller en beter Nederlands te leren. Volgens voorzitter Louise Elffers van de Onderwijsraad kunnen thuistalen worden ingezet om zowel het Nederlands zelf beter te leren als om andere vakken in het Nederlands beter te begrijpen.

Thuistaal helpt bij moeilijke lesstof
Taalexpert Joanneke Prenger, die taaladviezen geeft voor het primair onderwijs, wijst op wetenschappelijk onderzoek naar het effect van de thuistaal. Volgens haar helpt het gebruik van de thuistaal leerlingen om taalvaardig te worden, zowel in het Nederlands als in een tweede taal.

In de praktijk betekent dit dat leerlingen bij moeilijke lesstof in hun thuistaal mogen overleggen of zich in die taal mogen voorbereiden. Dat vergroot volgens Prenger het begrip van wat daarna in de klas wordt behandeld. Vroeger werd de thuistaal ook al gebruikt in de klas, destijds omdat de overheid ervan uitging dat gastarbeiders naar hun land van herkomst zouden terugkeren. De afgelopen decennia kwam de nadruk juist op het Nederlands te liggen, vanuit de gedachte dat aandacht voor de thuistaal het leren van Nederlands zou belemmeren.

Kritiek op nieuw kerndoel
Niet iedereen staat achter het nieuwe kerndoel. Docent Nederlands Thomas Hendriks, die lesgeeft in een Amsterdamse kopklas voor leerlingen met een taalachterstand, zegt dat de Onderwijsraad steeds met nieuwe ideeën komt die op hem overkomen als een voorbijgaande trend. Hij wijst erop dat de groep jongeren die als analfabeet van school komt, ondertussen groter wordt.

Hendriks ziet wel voordelen van de thuistaal bij emotionele gesprekken, maar signaleert ook een risico: leerlingen kunnen in hun thuistaal over de leraar praten in plaats van over de lesstof. Hij vindt bovendien dat de uitvoering van het beleid volledig bij de leraar wordt neergelegd.

De discussie speelt tegen de achtergrond van dalende taalprestaties. Rond 2012 gold Nederland internationaal nog als koploper op het gebied van lezen, maar het niveau daalde de afgelopen jaren fors. Een Masterplan Basisvaardigheden, waarmee honderden miljoenen euro's waren gemoeid voor nieuwe lesmethodes, had niet het gewenste effect. Taalonderwijs krijgt daarom nu prioriteit en wordt onderdeel van alle vakken op school.

Geen volledig onderwijs in thuistaal
Prenger benadrukt dat het kerndoel niet betekent dat leerlingen volledig les krijgen in hun thuistaal. Het gaat om een herwaardering van de thuistaal als hulpmiddel, niet om vervanging van het Nederlands als voertaal.

Scholen krijgen tot 2031 de tijd om alle nieuwe kerndoelen in hun onderwijs te verwerken. Zij mogen voorlopig zelf bepalen hoe ze de thuistaal van leerlingen in het lesprogramma integreren. De Tweede Kamer moet de plannen nog goedkeuren voordat ze definitief worden ingevoerd. 

Groep 4 (@Gemini-AI-impressie)
Groep 4 (@Gemini-AI-impressie)