Jaar cel geŽist tegen bedreiger Balkenende

JustitieHet Openbaar Ministerie (OM) heeft donderdag voor de rechtbank in Amsterdam een jaar celstraf geŽist, waarvan zes maanden voorwaardelijk, tegen de 41-jarige Jeroen de K. voor het bedreigen van premier Balkenende.

De voormalig advocaat had in oktober vorig jaar op zijn website www.verkiezingen.nl geschreven dat de liquidatie van de minister-president dreigt.

''Hoewel eigenrichting afgekeurd moet worden, is de standrechtelijke executie van Jan Peter Balkenende misschien wel de verstandigste beslissing'', had hij op zijn site gezet. ''Hoe anders kan voorkomen worden dat Balkenende na de verkiezingen van 22 november 2006 zich voldoende gesteund voelt om de volgende 650.000 Irakezen te endlŲsen.''

De K. verklaarde tegen de rechter dat hij zijn teksten ziet als ''slechts een column waarin ik het publiek wijs op de gevaren van Balkenende.'' Volgens de man, die sinds zijn aanhouding in oktober in de cel zit, is de premier een ''oorlogsmisdadiger'' door de Nederlandse deelname aan de oorlog in Irak.

Bloedwraak
Hij zei dat de bedreiging niet van hemzelf was. ''Ik heb een heleboel gesprekken gehad met moslims die bloedwraak willen nemen.'' In september heeft De K. aangifte gedaan tegen de premier en het CDA. Hij wilde ook lid worden van D66 en zo zelf minister-president worden ''om de arrestatie van Balkenende te kunnen bewerkstelligen.''

De aangifte van de premier tegen hem noemde hij ''een politieke aanval op mijn persoonlijke integriteit. Hij wil me monddood maken.'' De K. is in 2004 ook al veroordeeld voor het bedreigen van Balkenende. Hij stapte in 2000 uit de advocatuur omdat hij het werk niet meer aankon en werd toen Irak-activist.

Justitie vond het bijzonder ernstig dat De K. zijn teksten neerzette ''op een site die vlak voor de verkiezingen waarschijnlijk veel wordt geraadpleegd.'' Het OM heeft de ex-advocaat daarom ook opruiing ten laste gelegd. Dat Balkenende de aangifte volgens De K. zou gebruiken als politiek motief is een ''bizar argument'', vond justitie. De rechtbank doet op 22 februari uitspraak.