Jager

Eens in de zoveel tijd gaat Jager naar buiten, op zoek naar het lekkerste cadeautje dat hij kan bedenken: een kippenboutje van de buren, een stukje worst van de slager, een vogeltje…alles komt hij je brengen. Enthousiast geren op de gang en veel gemiauw luiden vaak de komst in van een nieuw cadeau. Angstig ga ik kijken, wat zou het dit keer zijn? Gelukkig heb ik vaak mazzel; mijn kater blijkt niet zo’n goede jager als zijn naam doet vermoeden. Opgelucht feliciteer en bedank ik hem als hij een stukje barbecuevlees heeft weten te bemachtigen.

Een enkele keer echter, komt hij aanzetten met een vogel. Soms is de vogel al geruime tijd dood, en heeft Jager het pakketje alleen maar hoeven te brengen. Liefdevol is het voor ons onder de tafel klaargelegd. Vervelend, maar ook geruststellend: de vogel is niet door Jagers’ klauwen om het leven gebracht. En omdat Martin Gaus mij heeft verteld dat katten beledigd zijn als je hun cadeau afwijst, veins ik grote blijdschap over zoiets moois.

Maar soms, heeeel soms, hebben we dikke pech. Dan komt hij met iets levends in zijn bekkie binnengerend. Jagers’ verraste blijdschap over zijn eigen jagerskunsten staat zo ongeveer gelijk met mijn intense walging. Ik sla dan mijn handen voor mijn ogen, en gil met doorslaande stem:”goed zooo Jager, knappe jongen hoor!” Als een goede poezenmoeder probeer ik uit alle macht dankbaar te klinken. Snel vlucht ik naar een andere kamer, om daar af te wachten tot mijn knappe jongen het cadeau heeft omgebracht.

Laatst kwam Jager echter met een heel lief zacht en donzig jong vogeltje aanlopen. Hij liet het in de gang neerploffen. Het jonkie leefde nog, en het bleef angstig zitten afwachten. Ik zag zijn borstkastje op en neer gaan, hijgend van spanning en stress keek het jonge vogeltje naar Jager op. Jager zat daar: heer en meester van de situatie, met een gespannen blik in zijn ogen. Toen het vogeltje een angstig sprongetje maakte, gaf Jager hem een ongenadige knal met zijn poot. Het vogeltje bleef verdoofd aan het pootje haken, en werd daarna bloedend op het tapijt gekwakt. Donsveertjes stoven alle kanten op, terwijl Jager zijn prooi in zijn bek nam. Een hoog piepje kwam uit het inmiddels onherkenbare lichaampje.

Terwijl mijn vriend euthanasie pleegde op het zwaargewonde vogeltje, heb ik Jager woedend naar buiten gejaagd.
Fuck you, Martin Gaus!