Tumorhumor
"Hé Bas!" De goede bekende kwam de straat overgestoken en liep op mij af. Hij herkende mij van vroeger. Dat kon niet anders, want ik had recentelijk niet met mijn harses in de Apeldoornse sufferdjes gestaan. Dat kwam binnenkort weer. "Hoe staat het leven tegenwoordig?"
"Het is een kankerzooi," antwoordde ik naar waarheid. "Mijn vrouw krijgt kuren."
"Nou nou, jij maakt nu wel een heel erg choquerende opmerking die eigenlijk niet kan."
"Niet kan?"
"Nee, ik vind dat je geen grappen over kanker kunt maken."
"Ik maak toch ook helemaal geen grappen?"
"Je zei 'kankerzooi'. Ik vind dat je dat soort woorden met 'kanker' erin niet moet gebruiken. Het kan heel erg kwetsend zijn voor de mensen die aan die vreselijke ziekte lijden."
Van mensen die vinden dat je bepaalde dingen niet mag zeggen omdat ze heel erg kwetsend kunnen zijn voor anderen, moet ik uitermate dun kakken. Spreek lekker voor jezelf! Als we met alles en iedereen op een dergelijk krampachtige manier rekening moeten houden, dan kunnen we namelijk helemáál niets meer zeggen. Dan mogen we straks ook niet meer spreken over appels, omdat ooit een prinses zich in een appel verslikte en zeven dwergen daar volledig ondersteboven van waren.
Waarom mag je geen grappen over kanker maken? Is dit dan het laatste taboe? Hoog tijd dat we het doorbreken. Laten we eens wat vrolijke voorvallen op een rijtje zetten.
Die ochtend hadden we de mededeling van de chirurg gehad. Binnen twee weken zou Vrouwlief geopereerd moeten zijn. Daarna kwamen nog zeven weken bestraling en achttien weken heftige chemotherapie. En als dát allemaal achter de rug zou zijn, volgde nog vijf jaar lang een hormoonbehandeling.
De verslagenheid werd langzaam minder. Vrouwlief pakte de brochure van tafel.
"Moet je dit lezen," zei ze.
Ik wilde het eigenlijk liever niet weten allemaal.
"'Eén op de zeven vrouwen krijgt met borstkanker te maken,'" las ze voor.
"Ah," begon ik mijn Vrouwlief hardop voor te rekenen. "Dan is één op de veertien tieten dus aangedaan."
Een week later stonden we in een grote drogisterij bij de enorme stellingen met haarverzorgingsproducten.
"Moet je kijken, mijn shampoo is goedkoop," zei Vrouwlief tegen mij. "Zal ik gelijk voor een heel jaar inslaan?"
"Lijkt me niet nodig, schat."
De chirurg had zijn werk goed gedaan. Het gezwel was met succes weggesneden.
"Mijn borst is kleiner geworden, lijkt het wel." Vrouwlief had haar prachttiet in handen.
Tien minuten later zaten we aan de zondagsbrunch. Vrouwlief nam een hap van haar zachtgekookte eitje en knoeide eigeel op haar blouse, precies op haar borst.
"Nou, dat is je weer gelukt," zei ik nogal droogjes. "Je zegt wel dat je tiet kleiner is geworden, maar aan de vlekken op je kleren kan ik het niet zien."
Vrouwlief moest dus aan de chemo. Zes keer in totaal. Bij de eerste behandeling keek ik geïnteresseerd toe. Om te beginnen ging er een zak Adriamycine doorheen. Dat spul is knalrood en daardoor is je urine gelijk de eerste uren ook rozerood. Naast haar lag een oudere meneer. Hij kreeg een ijzeroplossing die pikzwart was.
"Hoe zou zijn pies eruitzien?" fluisterde ik naar Vrouwlief. "Rood vind ik toch vrolijker."
Een dag na de chemokuur krijgt Vrouwlief een injectie. Neulasta is een paardenmiddel dat ervoor zorgt dat je beenmerg in verhoogd tempo witte bloedlichaampjes gaat aanmaken. Een bedrijf kwam twee ampullen van ieder zes milliliter bezorgen. Ze moesten in de koelkast bewaard worden. Op het doosje stond de prijs van een ampul: €1531,81. Toen een verpleegkundige bij ons thuis de injectie gaf, zei Vrouwlief: "Zo, nu ben ik heel veel geld méér waard." Er bleef nog een ampul in de koelkast liggen. Die was voor de volgende kuur. Voor het eerst dat wat er in de koelkast lag, duurder was dan het apparaat zelf.
"Mijn haar valt uit." Hoe kort kon haar sms'je zijn? Ik maakte mijn werk af en ging zo snel mogelijk naar huis. Daar zat ze met haar handen in het haar. Of nee, met het haar in haar handen.
"En het is niet alleen het haar op mijn hoofd," zei Vrouwlief. "Ook het oksel- en schaamhaar."
"Dat scheelt een bikinilijn harsen."
In een speciale haarstudio liet Vrouwlief de haren die nog op haar hoofd zaten eraf scheren.
"Voel je je al Sugar Lee Hooper?" vroeg de kapster toen ze klaar was.
"Leuke vraag," zei Vrouwlief. "Die is dood."
Vrouwlief had zich een mooi pruikje aan laten meten. Mensen die haar goed kennen zouden heus wel kunnen zien dat het niet haar eigen haar was, maar ja die wisten toch al wel wat er aan de hand was. Vreemden zouden écht niet zien dat ze een pruik droeg.
"Fijn om te horen dat het redelijk goed gaat," zei deze oncoloog. Het was het zoveelste nieuwe gezicht dat we zagen. "Maar u moet er rekening mee houden dat er nog iets heel naars gaat gebeuren."
"O?" reageerden we geschrokken. "Wat dan?"
"U gaat al uw haren verliezen."
"Dat is er al af," zei Vrouwlief opgelucht.
Voor het eerst in ons leven lachten we een medisch specialist recht in het gezicht uit.
"Die chemokuren, gaat je haar er ook anders van zitten?" vroeg een bekende op een verjaardag.
Ik zag Vrouwlief bijna denken. Als ze had gedurfd, zou ze opstaan, d'r pruik van haar hoofd af trekken en roepen: "Zit hij scheef dan? Zit hij scheef?" Gelukkig durfde ze het niet.
Van al die chemicaliën werd Vrouwlief niet vrolijk. Wel verward. Soms verveelde ze zich.
"Ik ben in een boek begonnen te lezen, maar ik kan mijn aandacht er niet bij houden," vertelde ze. "Als ik twee bladzijden heb gelezen, ben ik de draad al kwijt en kan ik weer opnieuw beginnen."
"Lekker goedkoop," zei ik. "Dat scheelt de aanschaf van nieuwe boeken."
"Wat gaan we ook weer in het volgende gesprek aan de oncoloog vragen?"
"Of het ook kan zijn dat je vergeetachtig wordt."
Vrouwlief leek op een moslima, met zo'n hoofddoekje. Moest ze nu kopvoddentaks gaan betalen? En dat terwijl ze de hoofddoek niet droeg om haar haren te verbergen, maar juist het gebrek aan haren.
Op een dag kwam ik thuis van werken. Vrouwlief stond in de keuken. Samen met de schoonmaakhulp had ze het huis opgeruimd en overzichtelijk gemaakt. Ik herkende mijn eigen woonkamer niet meer. Het was warm, dus had ze haar pruik niet op en ook geen hoofddoekje om.
"Kale boel hier," zei ik. "En wie heeft E.T. trouwens binnengelaten?"
De goede bekende stond op straat nog steeds te wachten tot ik een genuanceerd antwoord zou geven op zijn aanklacht. Of mijn spijt zou betuigen over wat ik had gezegd. Ik zou me haasten.
"Flikker toch op, teringlijer!" brulde ik. "Krijg een maagdarmkanaalverzakking, het schijtschurft, de blafhik en de tyfus met je koleregezeik!"
Humor is een serieuze zaak. Zeg dat ik het gezegd heb. Zet u úw kankergrappen in een reactie hieronder? Ik ben benieuwd. Kom maar op met die tumorhumor!
Apeldoorn, juli 2010
(bazbo leest voor uit zijn nieuwe boek 'Zelfmoord is een optie' tijdens de officiële boekprestentatie op zondagmiddag 22 augustus 2010 vanaf 15.30 uur in Art Café 'Sam Sam', Van Kinsbergenstraat 17, 7311 BL Apeldoorn. Toegang gratis; drankjes helaas niet.)
Ik snap ook niet helemaal wat er zo erg is om rekening te houden met andere mensen. ("met alles en iedereen op een dergelijk krampachtige manier rekening moeten houden"). Lijkt een beetje dat je schrijft dat er maar twee uiterste zijn. Of krampachtig rekening houden met alles, of helemaal niet. Maar is toch niet erg om een beetje rekening te houden?
Ik bedoel; zo krampachtig is het toch niet om beetje behouden om te gaan omtrend kanker, aids, etc?
.. Of is 't gewoon een verborgen pishekel hebben aan mensen met medeleven en het makkelijker om te gaan is met 'klootzakken' ?
Anyway; veel sterkte met de laatste loodjes; zelf hoop ik niet dat mensen hier kanker grappen gaan plaatsen .. ondanks dat je er om loopt te vragen. I dunno; het voelt gewoon fout om dat te doen.
De ellende is dan weer dat de meeste grappen over de ellende en ziekten van anderen, worden gemaakt door mensen die zelf nog geen flikker hebben meegemaakt. En dat maakt het meestal onsmakelijk en ongepast.
Wij hebben allemaal heel slechte ervaringen met de psychiatrie en maken daar ook grappen over. Humor geeft je inderdaad veerkracht.
(Nee geen tumorhumor van mijn kant. Het is beter om grappen te maken over eigen situatie)
Sterkte trouwens
Nou geloof me, de tumorhumor is ver te zoeken als je om de 15 seconde het woord "kanker" voorbij hoort komen.
Het duurt dan meestal ook niet lang voordat ik over de railing hang om te roepen dat ze op moeten kankeren met hun gekanker en oja, dat ze zelf de kanker kunnen krijgen als ze zo doorgaan.
Zo goed ??
Weet je wat het is, je kan tegenwoordig het denk-niveau van iemand een beetje peilen op het aantal keren "kanker" dat diegene gebruikt om z'n zinnen aan te dikken... immers, een zin zonder kanker erin is maar een slappe zin toch, dan dwing je geen respect af.
Jullie gebruiken tumorhumor wellicht voor de gemoedsrust, als in "hoe moet je er anders mee omgaan?".. dat vind ik echt wel een heel groot verschil en daar kan je niks op tegen hebben eigenlijk, als je het zelf hebt -of een naaste- wie is iemand dan om te vertellen dat je niet mag vloeken met kanker?
[ Bericht gewijzigd door Sander_K op donderdag 22 juli 2010 @ 09:54 ]
\[b\]best bekeken topic, ooit\[/b\]
Humor is een prachtig overlevingsmechanisme. Je krijgt er nieuwe kracht door, je kunt het delen zonder het heel beladen te maken en het is een goede vorm van verwerken.
Het eind van de kuren is in zicht, een weekend samen weg ligt in het verschiet, en je hebt nu (dat is dan wel weer een voordeel van langdurig ziek-zijn) éindelijk kunnen ontdekken wie je ware vrienden zijn.
Ook niet verkeerd. Scheelt een hoop stoelen lenen bij de volgende verjaardag...
Mooi geschreven, baz.
Zelfs het ergste uur van je leven duurt toch niet langer dan 60 minuten.
Daarnaast is kankeren ook iets heel anders dan tumorhumor, ik kan soms dubbel liggen om een 'kankergrap' die m'n moeder maakt. Dat helpt relativeren. Mensen moeten inzien dat het niet altijd en bij iedereen met hetzelfde wordt geassocieerd. Ik scheld wel eens met kanker omdat het gewoon lekker bekt en ik er mijn frustratie mee verhelp.
Ik scheld met kanker omdat er iets vervelends gebeurd, ik heb een hekel aan kanker en daarom scheld ik er dan mee. Wat een ander daar ook van mag vinden. En dat mensen dan stichtingen op gaan richten zodat mensen stoppen met kankeren vind ik om heel eerlijk te zijn aanstelleritis.
"Humor, laat me niet lachen"(*Freek)
"Tumor, laat me niet lachen"
Sterkte
Je hebt gelijk. Grappen moeten overal over gemaakt kunnen worden. Niet te krampachtig allemaal.
Because being silly doesn't keep me from writing: http://thelittledreamsofme.blogspot.com/
Van mijn kant geen kankermoppen, want ik maak ze nooit en ga er nu niet een paar verzinnen. Dat is dus net als Bazbo, die gewoon schrijft zoals hij altijd schrijft.
Ik ken de tumorhumor type wel van met mijn zusje - die heeft nogal wat psychische problemen, waaronder meerdere persoonlijkheden. Gelukkig heeft ze wel humor! "ja zusje, het is belangrijk om onder alle omstandigheden altijd jezelf te blijven!".
Ik vond je opening opmerking over de kankerzooi en kuren dan ook grappig
Heel veel succes en sterkte de komende tijd!
Om te kunnen reageren moet je zijn ingelogd op FOK.nl. Als je nog geen account hebt kun je gratis een FOK!account aanmaken