Toy Story 5: de strijd tussen echt speelgoed en digitale apparaten onderstreept actuele kritiek op sociale media

Peter Breuls

In het vijfde deel van wat ooit een mooie trilogie was maakt Pixar, een filmstudio die met de eerste Toy Story naam maakte met de eerste digitale animatiefilm, het argument vóór ouderwets speelgoed en tegen digitale, 'sociale', spelletjes. Niets nieuws onder de zon en niet zo sterk als de vorige delen, maar ach, eigenlijk toch wel weer leuk.

Het was zo perfect: in Toy Story 3 groeide Andy op, gaf zijn speelgoed weg en de personages die we op dat moment een trilogie lang hadden gevolgd sloten daarmee een hoofdstuk in hun leven af. Klaar. Mooie trilogie, niets meer aan doen. Maar negen jaar later keerde Pixar terug naar Woody, Buzz, Jessie en nu met nadruk ook Bo Peep. De trilogie kreeg een toegift. Eentje die niet nodig was, maar wel de moeite waard; een verhaal waarin Woody uiteindelijk de groep verliet en de leiding overdroeg aan Jessie (en Buzz). Oók een mooi einde, niets meer aan doen, goed zo. 

Maar nu is het weer zeven jaar later en is er toch wéér een Toy Story, deeltje vijf. Hoe kan dit verhaal nóg verder worden afgesloten, vraag je je wellicht af. Of: wat was er in hemelsnaam nog niet verteld in de wereld van Andy's en nu Bonnies speelgoed? En moeten we daarvoor nu echt weer helemaal naar de bioscoop?

Toy Story 5: Buzz en Woody

In Toy Story 5 is de groep nog steeds toegewijd aan Bonnie, het meisje dat de nieuwe eigenaar is van Andy's speelgoed en daar in de vorige film twee zelfgemaakte figuren (Forky en een partner) aan toevoegde. Zoals altijd zijn ze op aarde om mee gespeeld te worden en hun kind vreugde te bezorgen op welke manier dan ook. Daarbij gaan ze in dit deel verder dan in vorige delen: meer dan eens bekruipt het gevoel dat het eigenlijk een beetje creepy is dat dat speelgoed maar op eigen houtje de halve stad doorkruist of uit naam van hun kind berichten stuurt op sociale media. Want ja, dit is de film waar de moderne wereld zijn intrede doet: kinderen spelen niet meer met speelgoed, iedereen zit naar felverlichte pixels te staren en 'spelen' is voor buitenbeentjes. De achtjarige Bonnie begint dit ook te merken als ze vrienden wil maken (geholpen door haar speelgoed, natuurlijk); de kinderen aan de overkant van de straat maken haar belachelijk omdat ze nog met poppen speelt en lopen lachend hun huis binnen om op de bank neer te ploffen en naar hun schermen te gaan staren. Bij Bonnie en haar ouders leidt het tot de conclusie: Bonnie heeft ook een scherm nodig.

Dat scherm, in de vorm van een kindvriendelijk, van een eigen sociaal netwerk voorzien en kleurrijk vormgegeven apparaat, heet Lilypad. Ook Lilypad is 'speelgoed' en dus wil Lily dat er met haar gespeeld wordt, maar dat alle aandacht vervolgens naar haar uitgaat vindt het oudere speelgoed zorgwekkend. Een strijd ontstaat tussen het 'apparaat' aan de ene kant, dat zomaar wat (ongeschikte) vriendinnetjes voor Bonnie toevoegt aan het sociale netwerk, en het oorspronkelijke speelgoed, dat erop gebrand is gewoon een echt kind van vlees en bloed te vinden voor Bonnie om mee te spelen.

Het verhaal, als geheel, is daarmee wel wat complexer dan de vorige delen. We volgen niet simpelweg het speelgoed dat als groep iets aan het doen of beleven is, maar op verschillende momenten wisselt Andrew Stanton, de Finding Nemo-regisseur die al langer bij deze franchise betrokken is, maar nu voor het eerst de regie doet, tussen Bonnie, Jessie (en Bullseye), Woody (die terugkeert, maar het verhaal niet domineert), Buzz en de groep, Blaze (een nieuw kind en potentieel speelmaatje voor Bonnie) en een leger aan moderne, high-tech Buzz Lightyears. Hierin worden verschillende verhaallijnen gevolgd die natuurlijk uiteindelijk samenkomen, maar het vele wisselen levert soms een "oh ja, die was er ook nog"-gevoel op. 

Leuk is wel dat de grootste focus hier ligt op Jessie, de cowgirl die op de markt kwam in 1955 en sindsdien al drie eigenaars heeft gehad (hoewel de eerste film uitkwam in 1995 en dit deel duidelijk in het heden speelt, is het niet helemaal duidelijk of we moeten aannemen dat deze Jessie daadwerkelijk ruim 70 jaar oud is). Zij kreeg de sheriff-ster van Woody in het vorige deel, en dat levert haar hier ook de rol van protagonist op. Zij neemt het meeste initiatief in de pogingen Bonnie socialer te maken en wordt daarbij geconfronteerd met haar eigen verleden.

Toy Story 5: Bullseye en Jessie

Maar centraal staat wel de vraag wat er beter is voor een kind: samen spelen met je eigen fantasie en voorstellingsvermogen, of vooral 'contact' met elkaar hebben via berichtenapps en spelletjes op een tablet? Stanton c.s. zijn er niet ondubbelzinnig over: natúúrlijk is 'echt' spelen beter dan een verslavend apparaat, en geeft het maken van echt contact in de fysieke wereld veel meer voldoening dan netwerken via apps en op afstand denken dat je vrienden hebt gemaakt. Originele standpunten zijn dit natuurlijk niet, maar actueel zijn ze wel, in een wereld waar diverse landen al bezig zijn wetgeving in te voeren (of dat al hebben gedaan) om sociale media voor kinderen te beperken.

De echte kracht van Toy Story 5 ligt, zoals mag worden verwacht, in de nadruk op verbinding, op het er voor een ander zijn, de waarde van vriendschap. Centraal thema is dat Bonnie echte vrienden moet maken en hoe haar speelgoed er alles voor over heeft er voor haar te zijn. Dit vijfde deel weet weer emotionele punten te raken, maar ze zitten minder diep, zijn misschien iets meer emotioneel gemanipuleerd dan in vorige delen. Ja, het is wel prima, dat er nog een deel in de serie is verschenen, en ja, het is wel een leuk avontuur om op een groot scherm te kijken (de animatiekwaliteit van Pixar groeit nog steeds) en ja, het getuigt van een groot hart, maar echt nodig was dit deel misschien toch niet. Pixar moet, alvorens met dollartekens in de ogen te kijken naar de toekomst, heel goed bij zichzelf te rade gaan voordat er een zesde deel aan de serie wordt toegevoegd.