Donkey Kong Bananza
De launchgames van de Nintendo Switch 2 waren leuk, maar Donkey Kong Bananza is de eerste grote, nieuwe game waar je echt je tanden in kunt zetten. Deze prachtige game zit vol originele ideeën en sloopt ook - soms letterlijk - je verwachtingen. Het graaft zich alleen ook in de problemen door een gebrek aan diepgang.
In Donkey Kong Bananza gaat de grote aap samen met een jongere versie van Pauline op avontuur. Ze verkennen een ondergrondse wereld onderweg naar de kern van de planeet en krijgen daarbij concurrentie van een corrupt bedrijf met een gemene CEO.

In deze game staat vernietiging centraal als spelmechaniek. Donkey Kong is een ware sloopkogel die zijn omgeving naar gruzelementen beukt. Maar liefst drie van je knoppen zijn gewijd aan je vuisten en je bent dan ook constant om je heen aan het slaan. Bijna alles kan kapot en in de context van een gamewereld is dat zowel indrukwekkend als verslavend. De brute kracht van DK wordt fantastisch naar de speler overgebracht door goede animaties en feedback (inclusief een hoop hit-stop).
De levels bestaan grotendeels uit voxels. De destructie die plaatsvindt in deze game is daarmee het best vergelijkbaar met Minecraft. Dus niet Red Faction, want er zitten geen realistische physics in Bananza. Als je de onderkant van een structuur sloopt blijft de bovenkant gewoon magisch zweven. Ondanks dit feit was ik vooraf met name benieuwd naar het leveldesign van Bananza, want als je spelers zo veel vrijheid geeft maak je het jezelf als designer erg moeilijk. Ik kom daar straks op terug, maar eerst moet ik even de structuur van de game bespreken.
Heb je Made in Abyss gezien? Dat is misschien wel de beste vergelijking voor hoe de ondergrondse wereld van Bananza in elkaar steekt. Onderweg naar de kern van de planeet ga je langs meer dan tien verschillende ‘aardlagen’ die stuk voor stuk compleet andere omgevingen zijn. Elke laag is zonder enige logica zijn eigen bioom en dat zorgt voor een hoop prettige variatie. Je komt onder andere in een rijk bos, een ijskoude toendra, een vakantieparadijs en een pretpark. Bijna elk bioom presenteert een relatief open speelgebied. Er zit wel een uitroepteken op je kaart die je naar het gat voor de volgende laag leidt, maar in principe ben je vrij om te verkennen.

Als je Bananza als game beschrijft klinkt het vrij uitgebreid, maar het spel wordt steevast gereduceerd tot de eenvoud van Donkey Kong’s vuisten. Dit spel is gemaakt door hetzelfde team dat verantwoordelijk was voor Super Mario Odyssey, en dat is zowel in positieve als negatieve zin te merken. Bananza is namelijk net als Odyssey in essentie een eindeloze collectathon. In plaats van Moons verzamel je hier bananen en fossielen. In mijn review uit 2017 merkte ik al op dat het verzamelen van Moons vaak weinig voldoening geeft, omdat je ze voor elke onbenullige actie verdient.
Bananza is eveneens geobsedeerd door het idee dat de speler elke minuut een kleine dopamine-injectie nodig heeft, en overspoelt je daarom met bananen. Als je er eentje verdient zie je vervolgens een fantastische animatie waarin DK een grappige pose aanneemt en je hoort een stem heerlijk “Oh, Banana!” roepen. Het probleem is dat deze animatie na honderden keren natuurlijk wel zijn glans verliest. De herhaling komt ook harder aan in Bananza, omdat de game zelf uiteindelijk vrij simpel is.
In Odyssey heb je natuurlijk platforming-uitdagingen en kleine puzzels, maar in Bananza los je bijna alles met je vuisten op. Zie je een banaan ergens? Sla jezelf daar gewoon naartoe, creativiteit of iets anders is zelden vereist. Je hoeft de collectibles daarbij niet echt te zoeken, want dankzij je sonar vaardigheid zie je ze ook langs muren en ook ondergronds. De oppervlakkigheid wordt verder versterkt door de moeilijkheidsgraad — het gebrek daaraan vooral.
Ik schrok van het feit dat deze game makkelijker is dan de gemiddelde Kirby-game of bijvoorbeeld de recente Princess Peach: Showtime!. Er zit bijvoorbeeld een segment in het spel waarin je met een mijnkar door een hindernisbaan moet. In de oude Country-games zijn dit soort segmenten berucht om hun listigheid. In Bananza kun je dat segment zo goed als met je ogen dicht doen. Veel van de biomen hebben ook eindbazen die je moet verslaan, maar die gaan - zonder te overdrijven - vaak binnen een minuut neer.

Nintendo-games worden voor een brede doelgroep gemaakt en ik had niet eens een pittige game verwacht, maar de Japanse spelmaker heeft de balans dit keer echt niet op orde. Een groot deel van Bananza is simpelweg zoutloos. Dat geldt ook voor de transformaties die je verdient en de nieuwe mechanieken die je in biomen tegenkomt. Donkey Kong verdient in deze game powerups waarmee hij dus even in andere dieren transformeert. Hij kan bijvoorbeeld een pijlsnelle zebra worden of een struisvogel die even kan zweven. Het zijn leuke vaardigheden, maar de spelwerelden die je bezoekt sporen je zelden aan om daar ook gebruik van te maken.
Zoals gezegd introduceren nieuwe biomen ook vaak nieuwe mechanieken. In het junglebioom - een van de eerste werelden waar je komt - vind je bijvoorbeeld speciale zaadjes die je kunt gooien. Als zo’n zaadje vervolgens barst bloeit er onmiddellijk een brug uit. Je kunt hiermee dus je eigen pad creëren. Supertof idee, maar het is frustrerend dat Bananza vervolgens nooit een tweede stap neemt met deze mechaniek. Je maakt hier en daar een paar simpele bruggen en daar blijft het bij — sterker nog, je ziet deze mechaniek daarna nooit meer terug. Dit gebeurt wel vaker in deze game: ondanks goede ideeën blijft het keer op keer oppervlakkig.
De game was hiermee de eerste twintig uur nog steeds wel vermakelijk, maar vooral ook een domper vanwege mijn eigen torenhoge verwachtingen. Gelukkig komt Bananza het laatste derde deel eindelijk op stoom. Plotseling worden de bioom-mechanieken complexer en kun je niet meer enkel blind beuken om overal doorheen te komen. Eindelijk worden de dier-transformaties daadwerkelijk nuttig en word je zelfs gedwongen om tussen verschillende dieren te schakelen. Opeens heb je segmenten waarin je daadwerkelijk een beetje moet platformen! De handboeien die de creativiteit gevangenhielden gaan af en de game komt na heel lang wachten echt los.
In die laatste tien uur komt de aap uit de mouw en zien we de ware potentie van dit spel. Dan komt het een stuk dichter bij het meesterwerk waar ik vooraf op had gehoopt. Vernietiging als spelmechaniek is fantastisch, maar dat is enkel een basisidee waarop verder gebouwd moet worden. Dat gebeurt gelukkig uiteindelijk wel, maar het duurt dus echt wel heel erg lang.

Ten slotte heb ik alleen maar complimenten voor Donkey Kong’s nieuwe design. Ik was in eerste instantie sceptisch, maar zijn nieuwe uiterlijk maakt hem heerlijk expressief en het voegt een vleugje humor toe aan het spel. Pauline is gelukkig ook niet een van die irritante metgezellen die onnodige hints geeft. In plaats daarvan is ze vooral een enthousiaste cheerleader die je avontuur net wat vrolijker maakt.
Conclusie:
Donkey Kong Bananza geeft spelers veel vrijheid en introduceert allerlei frisse spelconcepten. DK’s sloopdrang is daarbij een vreemde mix van heerlijk verslavend en vervelend repetitief. Het spel komt alleen heel lang niet van de grond vanwege eenvoudig leveldesign, oppervlakkige mechanieken, de belachelijk lage moeilijkheidsgraad en het feit dat je onnodig eindeloos wordt beloond met bananen. De laatste werelden tonen een ander gezicht en de potentie van het spel komt dan eindelijk volledig tot bloei. Creativiteit en speelvreugde geven elkaar dan een handdruk en het resultaat is uiterst vermakelijk. Als je bereid bent om even door de zure banaan heen te bijten word je dus uiteindelijk wel beloond. Al met al kan ik Bananza dus zeker geen meesterwerk noemen, maar het is en blijft een intrigerend en frustrerend spel dat de de moeite waard is om te spelen.
Exclusief voor Nintendo Switch 2.