Hell Let Loose: Vietnam
De Vietnamoorlog lijkt op papier een perfecte setting voor Hell Let Loose. De Tweede Wereldoorlog maakte in de originele game al plaats voor enorme slagvelden, loopgraven en tanks, maar Vietnam brengt een compleet andere dynamiek met zich mee. Geen eindeloze open velden, maar dichte jungle, rijstvelden, rivieren en vooral heel veel plekken waar iemand zich kan verstoppen om je leven zuur te maken. Hell Let Loose: Vietnam probeert die oorlogservaring vervolgens te combineren met de bekende 50-tegen-50-formule en voegt daar helikopters, tunnels en boten aan toe.

De jungle is daarbij absoluut geen decorstuk. Het terrein bepaalt hoe je speelt. Door de dichte begroeiing zijn zichtlijnen beperkt en weet je vaak niet waar de tegenstander zit. Een groepje Amerikaanse soldaten kan een gebied binnentrekken dat volledig verlaten lijkt, om vervolgens vanuit meerdere kanten onder vuur te worden genomen. Andersom kan de NVA zich dankzij tunnels en de kennis van het terrein verrassend snel verplaatsen en aanvallen vanuit plekken waar je ze totaal niet verwacht.

Die tunnels zijn een van de interessantste toevoegingen. De NVA kan ondergrondse netwerken aanleggen waarmee troepen zich kunnen verplaatsen en nieuwe aanvalsroutes kunnen creëren. Hierdoor voelt de frontlinie veel minder statisch dan in een klassieke shooter. Je kunt een gebied veroveren en toch het gevoel hebben dat je het nog lang niet onder controle hebt.
Aan de andere kant staan de Amerikaanse troepen met hun technologische overmacht. Helikopters zijn een belangrijk onderdeel van de strijd en kunnen worden gebruikt voor transport en ondersteuning. Een goede piloot kan ervoor zorgen dat een squad snel op de juiste plek komt, terwijl een slecht geplaatste helikopter binnen enkele seconden uit de lucht wordt geschoten. Daarnaast zijn er boten waarmee je de uitgebreide riviernetwerken kunt gebruiken om de vijand vanuit een andere richting te benaderen.

Het verschil tussen beide partijen zorgt ervoor dat Hell Let Loose: Vietnam meer is dan het oude spel met een ander uniform. De Amerikanen kunnen gebruikmaken van hun mobiliteit en vuurkracht, terwijl de NVA juist profiteert van verborgen posities, tunnels en het terrein. Daardoor verandert ook de manier waarop je een aanval moet aanpakken.
En dat brengt ons bij communicatie. Je kunt natuurlijk proberen in je eentje de held uit te hangen, maar waarschijnlijk lig je binnen een paar minuten ergens in het gras. Hell Let Loose: Vietnam draait om samenwerking. Squads moeten informatie delen, commandanten moeten beslissingen nemen en spelers moeten daadwerkelijk luisteren naar wat er via de voicechat wordt geroepen.

Wanneer dat werkt, is de game op zijn best. Een aanval waarbij een squad via een rivier nadert, een andere groep vanuit de jungle oprukt en een helikopter op het juiste moment ondersteuning levert, kan geweldig zijn. Je hebt dan niet het idee dat je zomaar een potje multiplayer speelt, maar dat je onderdeel bent van een grote militaire operatie.
Wanneer het niet werkt, is het een ander verhaal. Een team zonder communicatie verandert al snel in honderd spelers die allemaal hun eigen plan hebben. De een loopt ergens naartoe omdat daar toevallig een rood icoontje staat, de ander zit twintig minuten als sluipschutter in een boom en ondertussen vraagt iedereen zich af waarom de objectives niet worden veroverd. Hell Let Loose: Vietnam kan samenwerking niet afdwingen, hoe graag het dat ook zou willen.

De lage time-to-kill maakt iedere ontmoeting bovendien gevaarlijk. Je hebt weinig tijd om fouten te herstellen en daardoor voelt een gevecht heel anders dan in veel moderne shooters. Je kunt niet even achter een muurtje kruipen om automatisch weer volledig gezond te worden. Positionering is belangrijk en soms is de beste tactiek simpelweg helemaal niets doen totdat de vijand zichzelf blootgeeft. Dat levert spannende momenten op, maar ook behoorlijk wat frustratie. Vooral wanneer je geen idee hebt waar je bent neergeschoten. De jungle kan zo dicht zijn dat je letterlijk naar je scherm zit te staren in de hoop ergens een beweging te ontdekken. Vervolgens klinkt er een schot en lig je dood. Het is realistisch, maar realisme is niet altijd hetzelfde als plezier.
Gelukkig maakt de sfeer veel goed. Het geluid is uitstekend en de jungle voelt constant levendig. In de verte hoor je geweervuur, boven je vliegt een helikopter en ergens verderop klinken explosies. Het is juist de onzekerheid die de spanning veroorzaakt. Je weet dat er iets kan gebeuren, maar niet wanneer. Ook de verschillende rollen zorgen ervoor dat iedereen iets te doen heeft. Naast infanterie zijn er onder meer recon-, pantser-, mortier- en helikoptereenheden. Met zes grote maps en meerdere spelmodi is er bovendien voldoende ruimte om verschillende tactieken uit te proberen. De game biedt zelfs nieuwe bewegingsmogelijkheden zoals zwemmen, klimmen en laag kruipen, terwijl gewonde teamgenoten uit de vuurlinie kunnen worden gesleept.
Daarnaast blijft het tempo een kwestie van smaak. De ene speler zal genieten van het langzaam oprukken door de jungle, terwijl een ander na twintig minuten lopen waarschijnlijk roept dat hij toch liever Battlefield gaat spelen. Hell Let Loose: Vietnam vraagt nu eenmaal geduld. Je moet accepteren dat niet iedere minuut spannend is en dat een groot deel van de ervaring bestaat uit wachten, luisteren en voorzichtig bewegen. Maar wanneer die aanpak bij je past, valt er ontzettend veel te beleven. De combinatie van jungle, tunnels, helikopters en grootschalige gevechten zorgt voor een eigen identiteit. De game gebruikt de Vietnamsetting daadwerkelijk om de gameplay te veranderen in plaats van simpelweg een ander tijdperk als sausje over dezelfde formule te gooien. Dat is misschien wel de grootste overwinning van Hell Let Loose: Vietnam.
Hell Let Loose: Vietnam is soms frustrerend, soms traag en technisch nog niet helemaal waar het zou moeten zijn. Maar wanneer een squad goed samenwerkt en de verschillende systemen daadwerkelijk in elkaar grijpen, laat de game zien waarom deze setting zo goed past bij de formule. In Vietnam hoef je niet altijd te weten waar de vijand zit. Je hoeft alleen maar te weten dat hij waarschijnlijk al weet waar jij bent.
Heb Hell Let Loose Vietnam nog niet gespeeld, maar de (gameplay) beelden zien er vooralsnog goed uit. Eerdaags toch even aanschaffen denk ik. En het is nog netjes geprijst ook met 40 euro. Hoop alleen wel dat de mechanics wat verbeterd zijn ten opzichte van de eerste Hell Let Loose. Vind de mechanics van Red Orchestra/Rising Storm vele malen beter. Maar grafisch kunnen die games weer niet tippen aan de Hell Let Loose serie. Maar gameplay is voor mij wel belangrijker dan het grafische aspect. Dus hoop het echt dat het beter is dan de eerste Hell Let Loose.
Om te kunnen reageren moet je zijn ingelogd op FOK.nl. Als je nog geen account hebt kun je gratis een FOK!account aanmaken