Minions & Monsters: wie had gedacht dat de Minions artiesten waren?

Zeven bioscoopfilms. Zeven, en een paar kleintjes, en nog steeds vervelen de Minions geen seconde. Is dat omdat ze zo kundig ontworpen zijn om jong en oud te vermaken? Nee, dat is eigenlijk gewoon maar een beetje ontstaan.

Neem Pierre Coffin, regisseur van Minions & Monsters en eerdere films in de Minions/Despicable Me-serie. Hij is ooit de stemmen van de Minions, simpelweg de handlangers van het centrale personage Gru, gaan doen als placeholder tot er iemand anders was om de échte stemmen te doen. Zijn input beviel zo goed dat inmiddels niemand anders het doet; Coffin is de stem van zo'n beetje alle gele guitige gastjes in alle films waarin ze voorkomen. Het taaltje dat ze spreken? Grotendeels zijn input, hij heeft inmiddels een duidelijke mening over wat 'werkt' in Minionese en wat niet, maar het is gewoon maar ontstaan. En het is geweldig; ook in deze zevende film zijn de kleine knaapjes, die duidelijk meer zijn dan handlangers in de schaduw van een slechterik, schattig, grappig en boeiend.

Minions & Monsters: magie

Minions & Monsters neemt kijkers mee naar de jaren 20 van de vorige eeuw, naar Los Angeles, California, of om iets specifieker te zijn: naar Hollywood. Na een aantal bazen te hebben versleten, waaronder een Gargamel-achtige tovenaar die monsters wil oproepen met een magisch boek (wat de Minions natuurlijk per ongeluk zelf doen), komen ze in aanraking met een filmmaker, die hun talent voor verhalen vertellen ontdekt. Henry en James, twee artistiek ingestelde Minions, wijden zich vol enthousiasme aan het filmmaken. Dat ze daarbij besluiten een monsterfilm te willen maken en het eerder genoemde magische boek gebruiken om monsters op te roepen is wellicht niet het slimste wat ze konden doen, maar laten we wel wezen: slimme dingen doen is doorgaans niet des Minions.

Het is opvallend hoe laat in het verhaal pas de monsterfilm-plot op gang komt. Het meeste van de vertelling bestaat simpelweg uit grappen en karakteropbouw van Henry, James, de doofstomme Ed (de Minions hebben een gebarentaal!) en Dick, de meer serieuze aanvoerder van de Minions die al dat filmgedoe maar niets vindt en de groep blijft sturen richting de volgende grote 'big boss'. Door Dick ontstaat op een gegeven moment een parallel verhaal, waarbij de ene groep Minions bezig is met de films en de andere met het vinden van een baas, maar natuurlijk brengen Coffin en zijn medeschrijver Brian Lynch die verhaallijnen bijeen op het juiste moment.

Coffin en Lynch weten ook goed het Hollywood-thema van het verhaal uit te dragen. De film zit vol met verwijzingen naar klassieke, oude en minder oude, Hollywoodfilms en filmmakers. De referenties variëren van Harold Lloyd en Buster Keaton tot Orson Welles en Georges Méliès, maar ook van E.T. tot The Matrix. (Als je wilt kun je alvast spieken in op Letterboxd.) En locaties als Los Angeles en de studioterreinen zijn bekende beelden voor wie wel eens films of series heeft gezien waarin Hollywood vooral zichzelf aan de wereld toont.

Minions & Monsters: ridders

Maar het belangrijkste in een Minions-film is natuurlijk de komedie. Op geen enkele manier zit ook maar iets van het verhaal, van de verwijzingen naar andere films of andere narratieve logica de humor van de Minions in de weg. Van de eenvoudige slapstick tot slimme referenties, van taalgrapjes tot visuele geintjes; eigenlijk maakt het helemaal niet uit waar Minions & Monsters over gaat, want Minions zijn grappig. Dat zijn ze altijd, dat zijn ze hier ook, en dat zullen ze, als Pierre Coffin het nog niet zat is om de stemmetjes te doen, altijd blijven.