Mario Tennis Fever

Mario is een actief mannetje. Als hij niet over het hele land springt om zijn prinses te redden, is hij constant aan het sporten. Golf, voetbal, basketbal en zelfs de olympische spelen! — niets is te gek voor onze besnorde vriend. Echter, als Mario geen loodgieter was geworden, denk ik dat hij het liefst een tennisracket in zijn handen zou hebben gehad.

Mario Tennis Fever is namelijk alweer de achtste game in de serie en het is daarmee de sport die Mario en zijn vrienden (en vijanden) het liefst beoefenen. Als we even de Virtual Boy-game uit 1995 uitzonderen, zien we dat de fundamentele gameplay in al die jaren relatief weinig is veranderd. Dat is prima, want die arcade-roots zijn ijzersterk en de games zijn na al die jaren nog steeds heerlijk om te spelen. Je moet combinaties gebruiken van slagen zoals slices, topspin, dropshots en lobs om punten te scoren. Bijna elke game komt daarbij met nog een speciale nieuwe gimmick die een extra dosis chaos in de wedstrijden injecteert.

De gimmick van deze game zijn de zogenoemde Fever-rackets. Dit zijn speciale tennisrackets die allerlei effecten op de tennisbaan kunnen veroorzaken. Het vuur-racket steekt bijvoorbeeld een deel van de baan in de fik, waardoor je tegenstander in essentie niet meer op bepaalde plekken kan staan. Veel rackets hebben dit soort territoriale effecten. Je ziet dat delen van de baan bevroren worden, in een modderpoel veranderen of onder stroom komen te staan. Dit gebeurt overigens niet constant, want je kunt je Fever-racket alleen activeren als je energiemeter vol is.

Gelukkig ben je ook zeker niet machteloos tegenover al dit geweld. Het Fever-effect ontstaat meestal pas als de bal de grond raakt, dus je kunt het tegenhouden door te anticiperen en een volley te slaan. Er ontstaan dan vaak hectische rallies met volleys over en weer totdat het effect uiteindelijk toch op iemands helft losbarst. Dit is goede iteratie van de chaotische formule waar dit soort games op draaien en die zorgt zoals vanouds voor veel hilariteit op de bank. Als je een purist bent kun je overigens altijd de Fever-rackets helemaal uitzetten.

Fever bevat verder, net als zijn voorganger (Aces uit 2018), een avontuur-modus. De opzet is vrij bizar en daardoor leuk: Mario, Luigi, Wario en Waluigi worden door een mysterieus monster in baby's getransformeerd. De enige manier om weer volwassen te worden is door het monster te verslaan, en dat kan natuurlijk alleen door… goed te kunnen tennissen. Daarom gaan Baby Mario en de rest naar een tennisacademie om al hun skills van de grond af aan opnieuw te leren. Daarna gaan ze op reis om het monster opnieuw te treffen.

Als je Aces hebt gespeeld, weet je zo ongeveer wat je kunt verwachten van deze singleplayer-modus. Het is in essentie gewoon een grote tutorial voor de game. Je doet allerlei minigames om de verschillende slagen te leren en af en toe zijn er natuurlijk ook een paar duels. Je verdient ranks en levels, maar dat is allemaal automatisch en er is geen sprake van echte RPG-mechanieken. Het is tevens toepasselijk dat je als Baby Mario speelt, want eerlijk gezegd kun je deze modus met je ogen dicht in een paar uurtjes uitspelen. Het blijft een gemiste kans dat Camelot niet met een meer uitgebreid en substantieel avontuur komt. 

Singleplayer-liefhebbers kunnen voor meer uitdaging bij de missietorens terecht. In deze modus moet je meerdere levels achter elkaar doen, met telkens nieuwe omstandigheden en spelregels. Het is niet genoeg om je heel lang zoet te houden, maar deze modus zorgt in ieder geval voor leuke variatie. Ten slotte heb je nog de standaard toernooi-modus waarin je een klassiek toernooi speelt om een beker. 

Als je dus niet van plan bent om met vrienden of online te spelen, kan ik Mario Tennis Fever moeilijk aanraden. Dat is eigenlijk geen verrassing, want uiteindelijk draaien dit soort games om de multiplayer en dat zit gelukkig wel snor. Ik heb inmiddels al heel wat potjes met mijn kids gespeeld en dat was natuurlijk een feest. Ook online tegen moeilijkere tegenstanders komt het spel echt tot bloei. Dit is zoals gezegd een franchise die al een tijdje meegaat en dat werpt zijn vruchten af in de vorm van inmiddels 38 speelbare personages, die bovendien allemaal hun eigen speciale slag hebben. Met daar bovenop ook 30 Fever-rackets heb je simpelweg een hoop variatie.

Conclusie:
Mario Tennis Fever is een hele complete game met allerlei verschillende spelmodi, speelbare personages en speciale rackets. Ontwikkelaar Camelot heeft dus prima werk afgeleverd, maar ze hebben niet dat tandje extra bijgezet of echt alles uit de kast gehaald. Met name de avontuur-modus is vrij ongeïnspireerd en ook snel weer klaar. Het is dus verre van een dubbele fout, maar een ace is het zeker ook niet geworden. Desondanks is het een game is ik de komende jaren nog vaak met mijn familie en vrienden zal blijven spelen. 

Exclusief voor Nintendo Switch 2.