Een meeslepende, empathische Frankenstein: Del Toro kiest partij voor het 'monster'

Het is goed mogelijk dat Guillermo del Toro’s Frankenstein niet de laatste verfilming zal zijn van Mary Shelley’s boek Frankenstein; or, The Modern Prometheus. De kern van dat verhaal, over een wetenschapper die een zelfgemaakt schepsel tot leven wekt, blijft tot de verbeelding spreken en ook andere verhalen inspireren, zoals bijvoorbeeld in 2023 nog Yorgos Lanthimos’ Poor Things en Maggie Gyllenhaals The Bride!, dat volgend jaar verschijnt. Het boek is 207 jaar oud, een leeftijd die wel bewijst hoe tijdloos het verhaal is en suggereert dat het naïef is om te denken dat we de ultieme verfilming inmiddels wel gezien hebben.

In Del Toro’s nieuwste verfilming, zoals in Shelley’s boek, is Victor Frankenstein (Oscar Isaac) een wetenschapper met een obsessie voor het overwinnen van de dood. Hij doet er alles aan om te bereiken dat het leven van een mens niet wordt gelimiteerd door het sterven van het eigen lichaam. Dat brengt hem er, uiteindelijk, toe om met de afgezaagde en opnieuw aan elkaar genaaide onderdelen van lijken een nieuw wezen tot leven te wekken.

Frankenstein: Oscar Isaac

Wat opvalt bij het typische sciencefiction-deel van deze verfilming is dat Del Toro zorgvuldig laat zien dat Frankensteins schepsel, in de wereld van deze film althans, uiterst realistisch is. Hij laat de creatie vooraf gaan door een demonstratie door Frankenstein van een gedeeltelijk gereanimeerd (eveneens niet uit één stuk opgebouwd) lijk en wanneer hij later aan de slag gaat met wat zijn uiteindelijke ‘monster’ zal worden laat Del Toro zien dat er niet zomaar ledematen aan elkaar geplakt worden. Zo is er specifiek aandacht voor de inwendige delen van ledematen, zoals bloedvaten die netjes moeten aansluiten. De film gaat er niet nodeloos diep op in, maar het is duidelijk dat we dit niet moeten zien als fantasy voordat het verhaal alsnog duidelijk een fantasielaag toevoegt bovenop de in meer of (vooral) mindere mate plausibele wetenschappelijke laag.

De fantasie die later alsnog volgt is logischerwijs de rest van Shelley’s oorspronkelijke concept: het schepsel komt tot leven en zal uiteindelijk in de wereld leren wat taal is, hoe mensen met elkaar omgaan en dat de wereld in principe een mooie plek is, die nare kanten kent. Maar het leert dit alles niet van zijn maker, Frankenstein. Die is na het voltooien van zijn werk teleurgesteld in zijn creatie en laat het uiteindelijk in de steek. Het schepsel moet alleen de wereld in en zonder ouderlijke begeleiding kennis maken met de goede en slechte kanten van de wereld.

Frankenstein: Jacob Elordi

Guillermo del Toro staat erom bekend dat hij graag vertelt over de relatie tussen mensen en de schepsels die door sommigen als monster worden gezien. Daarbij kiest hij vaak partij voor “het monster”. In deze verfilming heeft hij daarbij Shelley aan zijn zijde, die in haar boek al liet zien dat de vermogens voor intelligentie en empathie al aanwezig zijn in Frankensteins schepsel, maar dat ook wraakgevoelens kunnen worden aangewakkerd door hoe Frankenstein en anderen het/hem behandelen. Dat daarbij doden vallen kan hooguit Frankenstein worden aangerekend; zijn verantwoordelijkheid om het schepsel te leren over goed en kwaad, over moraliteit en de waarde van mensenlevens heeft hij immers nergens genomen. Integendeel; het nog altijd naamloze schepsel komt ter wereld en wordt initieel slechts geconfronteerd met wreedheden.

Del Toro toont dit kernverhaal over de rol van empathie, verantwoordelijkheid en de menselijke conditie in een film die in zijn kenmerkende stijl is verteld, als een meeslepend theaterstuk, waarbij de oerkracht van het monster wellicht iets is aangedikt voor de entertainmentfactor. En daar doet ook de fantasy zijn werk; het schepsel, indrukwekkend gespeeld door Jacob Elordi, is in staat handelingen te verrichten die een mens fysiek niet kan uitvoeren en herstelt van verwondingen op een snelheid die bovenmenselijk is. Hoe Frankenstein dat precies voor elkaar heeft gekregen is onduidelijk: hij werkte met batterijen en bliksem en in zijn laboratorium zijn scheikundige gereedschappen te zien, maar Del Toro focust bij de creatie meer op het spektakel dan op de details. Daarbij wijkt hij overigens niet ver af van Shelley; ook zij treedt niet in details en zelfs nog minder dan Del Toro.

Frankenstein: Mia Goth 

Shelley besteedt in haar boek wel meer aandacht aan de karakterisering en achtergrond van zowel Frankenstein als het schepsel, die beide als vertellers optreden in haar werk. Veel van Frankensteins vertellingen zijn door Del Toro terecht weggelaten; zijn 'ach en wee' houding over zijn leven past maar lastig in een film zoals deze (en van deze lengte). De verdieping van het karakter van zijn creatie wordt in deze verfilming voldoende toegepast om de intentie van Shelley op dit aspect over te nemen, al is het wat beperkt qua speeltijd. Del Toro heeft rondom de kern van het verhaal wat geschoven met personages; sommige hebben een andere rol in het grotere geheel, andere ontbreken en een enkel personage is een uitvinding voor deze film, maar het werkt goed samen en doet het bronmateriaal geen onrecht aan.

Frankenstein is beperkt in bioscopen te zien; de film is voor Netflix gemaakt en kan daar vanaf 7 november worden gestreamd.