Raya and the Last Dragon

Toen vorig jaar in maart duidelijk werd dat het coronavirus niet binnen een paar weken weg zou zijn, ook niet in de VS, werd iets unieks gedaan; voor de gehele productie van Raya and the Last Dragon werden de studio's van Walt Disney Animation ingeruild voor volledig thuiswerken voor de animators, producenten, maar ook de stemacteurs. Daar is niets van te merken in deze frisse en originele animatiefilm, die de kijkers meeneemt langs adembenemende locaties in een prachtige wereld.

Lang geleden, in de fictieve wereld van Kumandra, leefden mensen en draken in harmonie samen. Maar toen een kwade kracht genaamd de Druun het land bedreigde, offerden de draken zichzelf op om de mensheid te redden. Nu, 500 jaar later, is diezelfde kwade kracht teruggekeerd en is het aan een eenzame krijger Raya om de legendarische laatste draak op te sporen om het verwoeste land en het in vijf koninkrijken verdeelde volk te herstellen. Tijdens haar reis zal ze leren dat er meer nodig is dan enkel een draak om de wereld te redden. Het vraagt ook om een groot vertrouwen en teamwork met haar achterban en nieuwe vrienden.

De stem van Raya werd verzorgd door Kelly Marie Tran en zij doet dit uitstekend. Zowel de kleine Raya als jongvolwassen Raya weet ze een bepaalde speelsheid mee te geven, terwijl de woede als haar vertrouwen wordt geschaad ook duidelijk te merken valt in de manier waarop Tran de krijger vocaal neerzet. De show wordt echter toch wel gestolen door Awkwafina in de rol van de draak Sisu. Haar casting blijkt een uitstekende keuze te zijn om de humoristische en enigszins onwetende draak te spelen. Naast dat ze een gevierd comedian is, liet ze in onder andere The Farewell zien dat een emotionele ondertoon brengen in een personage totaal geen probleem voor haar is. Zelfs al is ze nu niet fysiek in beeld en gaat het alleen maar om haar stem, sijpelt dat emotionele inlevingsvermogen door in de korte gesprekjes van Sisu, maar ook tegen het slotakkoord aan. 

Naast Tran en Awkwafina in de hoofdrollen laat de film ook een interessant palet aan bijpersonages voorbij komen zoals een voltreffer in de vorm van Boun, weergaloos gestalte gegeven door de piepjone Izaac Wang. Ook Benedict Wong als de grote krachtpatser Tong, die, net zoals vaker voorkomt, wel een erg klein hartje heeft, is een succes. Als laatste valt Gemma Chan, die eerder het scherm deelde met Awkwafina in Crazy Rich Asians op als Namaari, de tegenpool van Raya. De dialogen die de personages hebben over vertrouwen worden op zo'n authentieke en eerlijke manier neergezet, dat ze zeker gebruikt kunnen worden door ouders om hun kinderen te laten zien waarom het zo belangrijk is om een gezond evenwicht te vinden tussen de mate waarop je blindelings op iemand kan vertrouwen. Uiteraard komt Alan Tudyk zelfs nog even voorbij als het enorm wezen Tuk Tuk, nadat hij eerder al een kip gestalte gaf aan de kip Heihei in Moana en de Duke of Weselton goed zijn venijnigheid meegaf in Frozen

Iets dat bijblijft na het zien van deze film is de landschapsanimatie. Disney liet al eerder zien in onder andere Frozen II en onder de Pixar-vlag in Toy Story 4 dat fotorealistische animatie geen grote uitdaging meer blijkt te zijn. Ze lijken na kristalheldere wateranimatie nu in de landschapsanimatie weer een nieuwe uitdaging overwonnen te hebben, want van de bergen tot de woestijnlocaties, alles ziet eruit alsof het zo uit een echte camera is komen rollen. Daarnaast zijn ook de vechtscenes goed geanimeerd en geven ze eindelijk dat kleine beetje extra actie dat soms ontbrak in eerdere Disney-films, waarin de vechtscènes duidelijk wat minder goed gechoreografeerd waren. Een laatste overwonnen uitdaging lijkt de Druun, de kracht waar Raya tegen moet vechten, geweest te zijn. Er is dus genoeg nieuws te ontdekken op het gebied van baanbrekende animatie.

Natuurlijk zijn er wat schoonheidsfoutjes te vinden. Zo is de proloog enigszins onduidelijk en wordt er in het begin van de eerste akte wel met erg veel namen en zijverhalen gestrooid. Daardoor komt het verhaal enigszins moeilijk op gang en wordt het voor de kleinere kijkers misschien erg moeilijk om de aandacht zo lang vast te houden. Dit wordt gelijk goedgemaakt door een uitleg in verschillende, prachtige animatiestijlen. Gedurende de gehele film heen wordt echter na het trage begin de volle versnelling erop gezet en is er geen moment meer iets te merken.

Daarnaast lijkt de geluidsmix op sommige punten niet helemaal perfect afgestemd te zijn, maar dit is alleen te herkennen als er écht op gelet wordt. Tenslotte lijkt de film wel degelijk iets weg te hebben van haar voorgangers. Zo worden er gelijksoortige motieven uit Tangled en Moana afgewerkt en is een scène in een scheepswrak haast letterlijk gekopieërd uit Frozen II. Het drukt echter geen moment de pret die beleefd kan worden aan al het eerder genoemde. Ouders wordt aangeraden om enigszins mee te kijken met kleinere kinderen. Disney zet dan wel een volwassen verhaal neer dat geen enkel moment de jongere kijkers wegzet, maar er worden wel degelijk wat duistere thema's behandeld die misschien om wat meer uitleg vragen. 

Raya and the Last Dragon vertelt een geschikt verhaal voor zowel jong publiek als een ouder publiek. Er valt altijd iets te leren over de kracht van vertrouwen en deze film leert jong en oud dus ook wat het inhoudt om werkelijk blind te vertrouwen. Adembenemde landschapsanimatie, een uitstekende stemmencast en knallende actie maken deze film nu al een nieuwe klassieker.

De film is vanaf morgen met VIP-toegang te bekijken op Disney+ tegen betaling van €21,99. Naar verwachting is de film vanaf juni beschikbaar voor alle abonnees.