Film: I'm Not There

The voice of a generation, God, de Verlosser. Bob Dylan kent velen bijnamen, maar zelf moet hij niets van die persoonsverheerlijking hebben. In 1965 liep hij, de muzikant die groot geworden was met politieke folksongs die een groot deel van de Amerikaanse jeugd inspireerden, getooid in een leren jas en met een elektrische gitaar in de hand het podium van het Newport Folk Festival op. 'De stem van het volk' was volgens een deel van het publiek voorgoed verdwenen. Zijn plan was geslaagd. De aanwezigen, die voor zijn poŽtische akoestische songs waren gekomen, zagen een totaal andere muzikant en mens. Hun held was gestorven, de held van de meer rock-'n-roll liefhebbende jeugd juist geboren.




Een man die zo'n hekel heeft aan de mythevorming rond zijn persoon en die plotseling in een totaal ander persoon lijkt te transformeren, verdient uiteraard geen conventionele biopic. Sterker nog, zo'n film zou schier onmogelijk zijn omdat Dylan nooit zijn muziek en biografieŽn ervoor ter beschikking zou stellen. Todd Haynes, regisseur van o.a. Far From Heaven en Velvet Goldmine, kwam echter met totaal vernieuwend, experimenteel en haast metafysisch 'verhaal' op de proppen dat zelfs Dylan ermee akkoord ging. I'm Not There is de titel van Haynes' innovatieve biopic, naar het gelijknamige nummer dat enkel op een obscure B-kant te vinden is. Dat zegt wat over Haynes' kennis van het oeuvre van Dylan, maar de titel verwijst ook naar de belangrijkste thematiek van de film. De man die iedereen denkt te kennen, de grootheid, de legende, die bestaat niet.

Vanuit die visie brengt Haynes zeven verschillende karakters, gespeeld door zes acteurs, ten tonele, die verwijzen naar ťťn van de vele kanten van Bob Dylan. Heath Ledger (kippenvel!) speelt bijvoorbeeld een personage waar het vooral draait om zijn liefdesleven, terwijl Marcus Carl Franklin (wat een stem!) een kleine, jonge zwarte muzikant speelt, die met zijn akoustische gitaar het land door reist. Een aantal vertonen duidelijke uiterlijke gelijkenissen met de man zelf en ook de verhalen verwijzen ontegenzeggelijk naar een specifieke periode uit Dylans' carriŤre of privť-leven. Andere karakters lijken zich echter weer op een totaal ander, metafysisch niveau te begeven. Zo geeft Richard Gere gestalte aan Billy the Kid, de kluizenaar in een afgelegen Western dorpje. De symboliek van de oude man die zich terugtrekt uit de samenleving is nog wel te begrijpen, maar de rest van de scŤnes met Gere zijn voor ondergetekende ťťn groot raadsel. Al is zijn uitspraak "I don't know who I am most of the time" wel weer een hint richting de diepere laag.




Opvallend genoeg is het Cate Blanchett die de mimiek, fysiek en het stemgeluid van Dylan het best benaderd. Ze speelt de rebelse Jude Quinn, die net als Dylan in '65 tegen de zin van zijn publiek de elektrische gitaar oppakt. Quinn is het type dat probeert iedereen op een afstand te houden, niet meer gelooft in de bekerende kracht van een lied en Do your early stuff! schreeuwt naar een levensgroot Jezusbeeld.

De scŤnes met Blanchett zijn vooral voor de niet-Dylanologen door de herkenbaarheid en logica een fijne houvast in de georchestreerde chaos die Haynes op de kijker los laat. De verwarring en vervreemding maken van de film een waar kunstwerk, maar af en toe slaat het constante gewissel tussen de diverse karakters om in een negatief gevoel. Je bent een ruime twee uur zoekend naar verbindingen en diepere lagen, die er misschien wel niet altijd zijn. Af en toe kom je zo verstrikt in de talloze verhaallijnen dat je totaal uit het verhaal geraakt.

De chaos en ambiguÔteit zorgt ervoor dat jij als kijker degene bent die overduidelijk zowel de film als de diverse kanten van Dylan interpreteert, en daardoor de narratieve structuur in de mozaÔek van beeld en geluid zelf construeert. Het doet op die manier denken aan films van David Lynch of Mike Friggis. Het is misschien een illusie van interactiviteit, maar dat doet er niet toe. En zelfs als je geen eigen structuur in de film weet te brengen zijn er altijd nog de prachtige plaatjes en muziek, beide in uiteenlopende stijlen. I'm Not There is zelf haast als een nummer van Bob Dylan: poŽtisch, vol prachtige beeldspraak, maar ook met de nodige humor en ironie. Altijd intrigerend en verrassend, of het nu een eenvoudig folkliedje is of een vuige bluesrocksong.




Een eindoordeel geven is onmogelijk. Een film als I'm Not There werkt op talloze niveau's en zit vol diverse lagen en duizenden verwijzingen, dat enkel een voorlopige mening kan worden geformuleerd. Een complex kunstwerk als dit heeft haast een ander format dan een review nodig om goed besproken te kunnen worden. Je kunt wel door blijven vertellen en interpreteren, waarschijnlijk komt daar nooit een eind aan. Dat is deels een klein minpuntje van de film, tezamen met de verwarring die af en toe te ver doorschiet, het is niet gemakkelijk om totaal in de film op te gaan doordat je constant bezig bent verbanden te leggen. Maar het is tegelijkertijd ook een enorme uitdaging voor elke filmliefhebber om met totale overgave je in de film te storten en bij elke kijkbeurt weer talloze nieuwe dingen te ontdekken. De reservering voor het volgende bioscoopbezoek is in ieder geval al gemaakt.


Label: A-Film Releasedatum: 13 maart 2008 Kijkwijzer:
Waardering film: