Vertrouwen in kabinet-Jetten zakt steeds verder weg, hoe zit dat bij jou?
Het vertrouwen van de kiezer in het kabinet-Jetten is in de eerste honderd dagen ongekend snel gedaald. Slechts 22 tot 26 procent van de kiezers heeft nog vertrouwen in de coalitie van D66, VVD en CDA. Onderzoek wijst op groeiende frustratie over politieke verdeeldheid en een gebrek aan daadkracht. Hoe zit het met jouw vertrouwen in dit kabinet?

Faal-kabinet ? (@ RVD- Valerie Kuypers- crop en kleurbewerking)
Bij de start van het kabinet steunde nog 31 procent van de kiezers de ploeg van premier Rob Jetten. Inmiddels is dat gedaald naar 26 procent, zo blijkt uit onderzoek van EenVandaag onder ruim 21.000 leden van het Opiniepanel. De afname is het sterkst onder kiezers van de eigen coalitiepartijen: bij CDA-stemmers daalde het vertrouwen van 67 naar 57 procent, bij VVD-kiezers van 40 naar 31 procent.
Alleen D66-kiezers zijn nog overwegend positief, al neemt ook daar het vertrouwen af. Bij de start had 77 procent van de D66-stemmers vertrouwen in het kabinet; nu is dat 67 procent.
Minderheidskabinet als structureel nadeel
Onderzoeker Rozemarijn Lubbe van het EenVandaag Opiniepanel nuanceert de slechte cijfers. Bij een minderheidskabinet zijn er van nature meer oppositiekiezers, die bij de aanvang van een minderheidscoalitie al negatief zijn.
Ter vergelijking: het kabinet-Rutte IV begon met slechts 28 procent vertrouwen. Kiezers hopen bij de start van een nieuw kabinet op verandering, maar raken teleurgesteld als die uitblijft of langer duurt dan verwacht.
Het kabinet-Schoof stond na honderd dagen nog op 36 procent vertrouwen. Bij het kabinet-Jetten is dat inmiddels gekelderd naar 22 procent. Een historisch dieptepunt werd overigens bereikt door het kabinet-Schoof, dat eindigde op 10 procent. Het record aan kiezers-vertrouwen staat op naam van Rutte III: midden in de coronacrisis piekte het vertrouwen naar 70 procent — het hoogste dat EenVandaag ooit mat.
Coalitie en oppositie beschuldigen elkaar
Onder een groot deel van de kiezers overheerst het gevoel dat politici in Den Haag vooral met zichzelf bezig zijn. Er is irritatie over oppositiepartijen die niet willen meewerken, terwijl het minderheidskabinet hen juist nodig heeft om besluiten te kunnen nemen.
Maar ook binnen de coalitie wrijft het. Analisten wijzen op de structurele spanning in de constructie zelf: een kabinet zonder meerderheid dat voortdurend moet onderhandelen, maar tegelijk als te gesloten wordt ervaren.
D66-stemmers spreken over sabotage door de VVD, terwijl VVD-kiezers D66 te links vinden — met name vanwege de tegenstem van D66 in de Eerste Kamer tegen de asielwetten van staatssecretaris Faber.
Weinig geloof in effectieve aanpak grote problemen
Voor geen van de negen voorgelegde beleidsdossiers verwacht meer dan 17 procent van de kiezers dat het kabinet de problemen effectief aanpakt. Het vertrouwen in de aanpak van de vluchtelingenproblematiek daalde van 47 procent in mei 2024 naar slechts 15 procent nu.
Veel panelleden concluderen dat de samenwerking tussen partijen die inhoudelijk ver uit elkaar liggen niet werkt, en dat alle partijen — zowel coalitie als oppositie — nu al rekening houden met toekomstige verkiezingen.