Accijns op benzine omhoog, prijs stijgt komende jaren nog verder

Jippie

Op de eerste dag van dit jaar is de accijns op brandstof verhoogd, en automobilisten kunnen zich de komende twee jaar voorbereiden op een nog grotere prijsstijging. De zogenaamde accijnskorting, die werd ingesteld tijdens het hoogtepunt van de energiecrisis, geldt nog grotendeels, maar hoelang dat nog zo blijft, is de vraag. Vanaf 2028 komt er door Europese regels bovendien een extra heffing bij.

Op 1 januari steeg de accijns op benzine met ongeveer 5,6 cent, die op diesel met 3,6 cent en die op lpg met 1,3 cent. Eigenlijk zou de accijns dit jaar niet verder omhoog gaan, maar een krappe meerderheid in de Tweede Kamer koos er toch voor. De Kamer wil het extra geld gebruiken om de bezuinigingen op het openbaar vervoer te beperken.

Veel automobilisten maakten daarom vlak voor het einde van het jaar nog gebruik van de lagere brandstofprijzen. Zo zag pompstationhouder Martin van Eijk op oudejaarsdag zijn omzet 30 procent hoger dan op andere dagen. "Er zijn dus best wat mensen die voor een paar euro nog even zijn gaan tanken."

Pijn aan de pomp
"Twee derde van wat je bij het tanken betaalt, gaat direct naar de staatskas, en de overheid gebruikt dat onder andere om wegen aan te leggen. Dat aandeel zal waarschijnlijk niet kleiner worden, eerder groter, want de overheid heeft dat geld gewoon nodig," vertelt Paul van Selms van consumentenadviesbureau United Consumers. "Daarnaast vindt de overheid het ook goed te rechtvaardigen door te zeggen dat vervoer het milieu zwaar belast."

De korting op de brandstofaccijns kwam er toen door de Russische inval in Oekraïne de olieprijzen enorm stegen. Het kabinet greep in met de korting om de pijn aan de pomp te verzachten.

Sinds de invoering is het voor politici een lastige kwestie: doorgaan met de korting of niet? Tot nu toe was het antwoord steeds ja. Wel werd de korting een paar keer stapje voor stapje verlaagd, zoals ook dit jaar.

Dankzij deze maatregel ligt de benzineprijs nog steeds ongeveer 18 tot 19 cent lager dan zonder korting het geval zou zijn. Dat kost de schatkist veel geld: meer dan een miljard euro per jaar. De grote vraag is nu of de politiek deze regeling tot 2027 blijft voortzetten.

Minder uitstoot
Daarnaast gaat in 2028 het Europese emissiehandelssysteem van start, het zogenaamde ETS-2. Brandstofleveranciers moeten vanaf dat moment certificaten kopen voor hun uitstoot. Elk jaar zijn er minder certificaten beschikbaar, met als doel de uitstoot te verminderen. Hierdoor wordt verwacht dat de benzineprijs met nog eens 10 tot 13 cent zal stijgen.

Naast deze prijsverhoging komen er ook extra milieumaatregelen. Het aandeel biobrandstof in benzine moet stapsgewijs toenemen. In 2027 gaat dit percentage van 14,4 procent naar 16,4 procent, en in 2028 stijgt het naar ruim 22 procent. "De komende jaren gaat dit flink omhoog, wat kan leiden tot hogere prijzen, omdat biobrandstof duurder is dan gewone benzine," legt ING-econoom Rico Luman uit.

Toch wordt de prijsstijging deels gecompenseerd door de olieprijs. "Er is al een tijdje wereldwijd een overschot op de oliemarkt. We verwachten volgend jaar geen stijging, eerder een lichte daling," aldus Luman.

Hoewel de olieprijs dus redelijk stabiel blijft, zal de prijs aan de pomp toch verder omhoog gaan. "We moeten wennen aan een prijs van misschien wel 2,50 euro. Dit komt vooral door overheidsmaatregelen met hoge belastingen," besluit Van Selms.

Pompstationhouder Van Eijk verwacht niet dat de hoge prijzen het voortbestaan van zijn tankstation bedreigen. "Tanken wordt misschien minder aantrekkelijk, maar mensen zijn afhankelijk van hun auto en die blijven wij bedienen."