Heerlijke race op Nashville Superspeedway sluit IndyCar-seizoen af

heywoodu

Op de Nashville Superspeedway is zondagavond alweer een einde gekomen aan het seizoen in de IndyCar Series. Waar ovalraces in de afgelopen jaren niet altijd spannend waren, was dat nu zeker anders: het jaar kreeg een bijzonder vermakelijke afsluiting, tot in de allerlaatste ronden.

Pato O'Ward was de laatste polesitter van het jaar, naast David Malukas en voor Christian Lundgaard, kampioen Alex Palou, Scott Dixon, Josef Newgarden, Nolan Siegal, Scott McLaughlin, Callum Ilott en Kyffin Simpson - Rinus van Kalmthout moest het gaan doen vanaf de 26e en voorlaatste plek, alleen teamgenoot Jacob Abel stond nog achter hem.

Al in de eerste van 225 ronden ging het fout: Christian Rasmussen, een race eerder nog de held op de Milwaukee Mile, remde veel te laat en spinde de muur in. Na wat opruimen, en wat pitstops in het achterveld, konden we door en duelleerden Palou en O'Ward om de leiding, voor Malukas en McLaughlin - O'Ward respectievelijk McLaughlin wonnen dat duel aanvankelijk.

Na ruim 50 ronden ging het fout voor Palou: zijn rechtervoorband begaf het - hij ontsnapte wel aan een crash en kon snel de pitstraat in. Een paar ronden later kwamen de leiders hun eerste pitstop maken, na die serie reed O'Ward weer aan de leiding. Malukas kwam op plek twee terecht, voor Palou, wiens klapband op het minst ongunstig mogelijke moment gebeurde - de kampioen ging gelijk voorbij McLaughlin naar plek drie.

Niet heel veel later was het klaar voor Malukas: hij wilde Louis Foster op een ronde zetten, maar deed dat uiterst onhandig. Foster tikte hem aan en Malukas klapte hard de muur in. Tijdens de caution werden er weer de nodige pitstops gemaakt en na in totaal honderd ronden konden we door met O'Ward, McLaughlin, Palou en Newgarden voorop.

Colton Herta kwam bijzonder lekker naar voren na de herstart: hij pakte Newgarden, McLaughlin en Palou en schoof door naar plek twee, rijdend op een andere strategie. Dat gold ook voor Will Power, die al vrij snel op de derde plek reed na een mooie aanval op Palou en daarna ook Herta te grazen nam.

Honderd ronden voor het einde ging het wéér fout en weer helemaal vooraan: O'Ward ging met een klapband uit het niks de muur in. Tijdens de caution werden er weer volop pitstops gemaakt, waarbij Power zijn race vernaggeld zag worden: hij stond scheef, het liep niet goed, zijn motor sloeg af, alles ging fout.

Met 85 ronden te rijden werd het groen gezwaaid met de niet gestopte Alexander Rossi voorop, voor Newgarden, McLaughlin, Palou en Marcus Armstrong. Dat reed zo een tijdje door, tot de laatste serie reguliere pitstops met minder dan 40 ronden te gaan in werd gezet. Palou was de eerste van de toppers en die vroegere stop wierp zijn vruchten af: hij kwam aan de leiding, voor McLaughlin en Newgarden.

De banden van McLaughlin en Newgarden waren dan wel weer een paar ronden nieuwer en dat betaalde zich op hun beurt uit: één voor één passeerden ze de kampioen soepeltjes. Het was allemaal nog niet klaar, want ruim twintig ronden voor het einde schoof McLaughlin vanaf de leiding ineens tegen de muur, die hij in elk geval licht schampte.

Met elf ronden te gaan werd het groen gezwaaid: Newgarden voorop, voor een mogelijk gehavende McLaughlin en Palou. Al heel snel bleek McLaughlin kansloos tegen Palou, waarna Simpson hem aanviel en de twee rondenlang naast elkaar reden - uiteindelijk ging Simpson er dan toch voorbij.

Newgarden hield stand en pakte in de slotrace de winst, waardoor hij dan tóch voor het elfde jaar op rij een zege boekte, uitgerekend in zijn geboortestad. Palou en McLaughlin completeerden de top-3, Van Kalmthout werd dertiende en sloot het seizoen af als veertiende in het kampioenschap.