120 moordslachtoffers in 2024, helft minder dan begin deze eeuw
In 2024 zijn in Nederland 120 mensen vermoord, vijf minder dan een jaar eerder. Het ging om 76 mannen en 44 vrouwen. Daarmee ligt het aantal slachtoffers op de helft van begin deze eeuw, toen er jaarlijks nog ruim tweehonderd slachtoffers vielen. De daling kwam vooral doordat er veel minder mannen werden omgebracht. Sinds 2013 schommelt het aantal slachtoffers jaarlijks rond de 120 tot 130.
De meeste slachtoffers waren tussen de 20 en 60 jaar oud. Kinderen en ouderen kwamen minder vaak door geweld om het leven. In de afgelopen vijf jaar werden 30 kinderen jonger dan tien jaar vermoord, waarvan het overgrote deel door een ouder. Bij volwassen vrouwen was een (ex-)partner in meer dan de helft van de gevallen de dader, vaak in de eigen woning met een steekwapen of door wurging. Bij mannelijke slachtoffers gaat het vaker om kennissen, en in 1 op de 10 gevallen om een afrekening in het criminele circuit.
Uit de cijfers blijkt dat meer vrouwen dan mannen worden van partnergeweld. In de groep vrouwen tussen de 20 en 60 jaar is 65 procent van de slachtoffers vrouw en 35 procent man. 20 procent van de vrouwelijke slachtoffers werd door een familielid omgebracht. Bij mannen ligt het beeld anders: in een derde van de zaken gaat het om een kennis, en slechts in een klein deel om een partner of familielid.
De manier waarop slachtoffers om het leven komen verschilt ook per geslacht. Mannen werden in ruim 70 procent van de gevallen gedood met een steek- of vuurwapen. Bij vrouwen kwam vaker wurging of een steekwapen voor.
Gemiddeld vielen er de afgelopen 25 jaar 164 slachtoffers per jaar, maar in de laatste tien jaar zakte dat naar gemiddeld 127. De cijfers bevestigen dat het dodental door moord en doodslag flink is gedaald sinds het begin van deze eeuw, maar dat die daling de laatste tien jaar is afgevlakt.

Ter illustratie (afbeelding: Google Gemini)