Biatlete Preuss pakt éindelijk individuele wereldtitel, Bø domineert opnieuw
Op het wereldkampioenschap biatlon in het Zwitserse Lenzerheide was maandag een rustdag, een goed moment om nog even terug te kijken naar de zondag. De achtervolgingen stonden op het programma, waarbij de mannen en vrouwen startten met de verschillen in de sprint van de dagen ervoor, maar dan met vier schietbeurten in plaats van twee.
Vrouwen
Thuisfavoriete Lena Häcki-Gross begon geweldig aan de wedstrijd: tien treffers bij het liggend schieten en met prima langlaufen ging ze samen met de Duitse Franziska Preuss aan de leiding, voor sprintwinnares Justine Braisaz-Bouchet, die een misser liet noteren. De eerste staande schietbeurt leverde voor Häcki een misser op, terwijl Preuss foutloos bleef. De Duitse trok dat door en schoot ook in de vierde schietbeurt alles raak. Daarmee was het binnen, en na een carrière vol tragedie - zoals een biatlonvriendin die zelfmoord pleegde met haar geweer, waarna op de Olympische Spelen van Sochi álles fout ging voor Preuss - en blessures pakte de Duitse haar eerste grote mondiale titel.
Op grote afstand van Preuss was het zilver voor de Zweedse Elvira Öberg, die het bij één misser hield en van de tiende plaats naar voren kwam zetten. Het brons ging naar Braisaz-Bouchet, ondanks drie missers, met haar landgenote Lou Jeanmonnot en Häcki op vier en vijf.
Mannen
Johannes Thingnes Bø domineerde de sprint en ook op de achtervolging stond er geen maat op de Noorse grootheid. Hij startte met bijna een halve minuut voorsprong en had dus sowieso al de grootste kans om te winnen, twee missers konden dat niet voorkomen. Het zilver ging opnieuw naar de Amerikaan Campbell Wright, die het weekeinde van zijn leven kende nadat hij ook op de sprint al zilver pakte. Brons was voor de Fransman Eric Perrot, die als vijftiende startte en daarmee met afstand de daadwerkelijk beste van de dag was.