Fabers functioneren faalt
Marjolein Faber, minister van Asiel en Migratie voor de PVV, staat al sinds haar aantreden flink in de aandacht. Haar beleid en werkwijze roepen niet alleen in de Tweede Kamer, maar ook binnen haar ministerie en bij uitvoeringsorganisaties groeiende frustratie en verbazing op. Een beeld van een minister die solistisch opereert, adviezen negeert en gaandeweg steeds meer geïsoleerd is geraakt, tekent zich af. Desondanks doet Faber zelfverzekerd en stelt ze dat alles ‘heel goed’ gaat.
Faber kwam al vroeg in botsing met zowel de oppositie als coalitiepartijen. In het debat over de begroting van Asiel en Migratie op 7 november wezen Kamerleden van SP, CDA, ChristenUnie en D66 haar op een gebrek aan antwoorden en kennis van zaken. Toen Faber zich enkel op Ter Apel en asielzoekers die een aanvraag indienen richtte, terwijl VN-vluchtelingen direct woonruimte krijgen, reageerde SP-Kamerlid Van Nispen onthutst. “Dit is superpijnlijk”, oordeelde CDA-fractievoorzitter Henri Bontenbal. “Dit maakt duidelijk dat de minister niet weet hoe dit werkt.” Hij en anderen vroegen zich hardop af wat de zin van het debat nog was en drongen al snel aan op een schorsing zodat Faber zich in ieder geval even zou kunnen inlezen.
Faber keerde na de lunchpauze terug met een verklaring: er zijn simpelweg niet genoeg huizen beschikbaar. “We kunnen die mensen niet bieden wat ze willen.”
Ondertussen blijven de wachtlijsten bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) groeien, terwijl Faber voor de komende jaren forse bezuinigingen in de asielketen heeft ingeboekt. Zelfs coalitiepartners uitten zorgen over de uitvoerbaarheid van Fabers beleid. VVD-Kamerlid Rajkowski vatte het samen als: “Zo stuur je keihard op een chaos aan.”
Fabers solistische stijl en gebrekkige communicatie vormen inmiddels een rode draad in haar ministerschap. In december 2024 werd bekend dat Faber zonder woordvoerders zat. Een van hen had zich ziekgemeld, terwijl de ander was overgeplaatst. Sinds haar aantreden heeft Faber al drie woordvoerders verloren en pogingen om vervangers aan te stellen mislukten vaak op het laatste moment. Zo werd een kandidaat afgewezen omdat ze eerder voor burgemeester Femke Halsema werkte: een onaanvaardbaar gegeven voor Wilders, die toevallig op dezelfde dag in de Kamer het ontslag van Halsema eiste.
Ook een politiek assistent die Faber moest ondersteunen, raakte betrokken in een opmerkelijke situatie. Hij kon door een negatieve veiligheidscheck van de AIVD zijn werk niet voortzetten. Ambtenaren kregen het nieuws pas laat te horen en de assistent bleef ondertussen toegang houden tot interne WhatsApp-groepen, tot grote ergernis van betrokkenen.
De minister opereert hierdoor grotendeels zonder directe ondersteuning, een ongebruikelijke situatie die haar bereikbaarheid voor de buitenwereld verder beperkt. Journalisten kunnen vragen enkel per e-mail stellen, een systeem dat door insiders als inefficiënt en chaotisch wordt bestempeld. Fabers gebrek aan team versterkt het beeld van isolatie, zowel binnen als buiten haar ministerie.
Ambtenaren en betrokken uitvoeringsorganisaties melden dat Faber adviezen en expertise regelmatig naast zich neerlegt. Ze wordt door haar eigen mensen omschreven als ‘onadviseerbaar’. Adviezen die ambtelijke werkgroepen haar geven, worden genegeerd of geschrapt. Zo wilde Faber borden bij asielzoekerscentra plaatsen met de mededeling dat er ‘aan terugkeer wordt gewerkt’. Ambtenaren waarschuwden dat dit in strijd zou zijn met de waarheid, aangezien veel asielzoekers rechtmatig in Nederland verblijven. Toch zette Faber door, tot de Tweede Kamer een motie aannam die haar plan blokkeerde.
Ook op het ministerie zelf jaagt Fabers aanpak ambtenaren tegen zich in het harnas. Ze jaagt op deadlines, eist versnelde uitvoering van haar plannen en verzandt in kleine details, zoals het stopzetten van kickbokstrainingen voor asielzoekers of het leeftijdsonderzoek van minderjarige alleenstaande vluchtelingen. Ambtenaren vragen zich af of de tijd niet beter besteed zou kunnen worden aan structureel beleid, maar daar lijkt Faber niet in geïnteresseerd te zijn.
Veel bronnen wijzen op de directe invloed van Geert Wilders, die Faber wekelijks spreekt op woensdagochtend bij de PVV-fractie. Na deze ontmoetingen keert Faber vaak gespannen terug op het ministerie, waar ze haar ambtenaren vervolgens onder druk zet. Wilders speelt daarnaast een grote rol in haar publieke imago. Hij prijst haar regelmatig op sociale media en ondersteunt haar met bemoedigende tweets. Faber is de enige PVV-minister die geen kritiek krijgt vanuit haar eigen partij. Kamerlid René Claassen, bekend als een scherp criticus binnen het zorgdossier, gaf aan: “Faber is een PVV-minister die PVV-beleid mag uitvoeren. Applaus is dan logisch.”
Het contrast met andere PVV-bewindspersonen, zoals Fleur Agema (Volksgezondheid), is groot. Agema krijgt vanuit haar eigen Kamerfractie juist forse kritiek vanwege bezuinigingsopgaven en plannen die haaks staan op PVV-principes. De PVV benadert dossiers zoals zorg en infrastructuur ‘extraparlementair’ en schuwt niet om de eigen ministers onder druk te zetten. Voor Faber geldt dit niet: zij blijft onder de vleugels van Wilders gevrijwaard van publiekelijke PVV-kritiek.
Fabers relatie met lokale en regionale overheden is minstens zo gespannen. Gemeenten klaagden herhaaldelijk over een gebrek aan communicatie en ondersteuning. Een woordvoerder van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) verklaarde dat hun brieven met praktische vragen over asielopvang onbeantwoord blijven. “Dat is volstrekt ongebruikelijk.” Ook bij het COA, dat verantwoordelijk is voor de opvang, zijn de frustraties groot. Het COA vroeg vergeefs om een uitvoeringstoets op Fabers wetsvoorstellen, terwijl het merendeel van haar beleid juist bij hen terechtkomt.
De minister streeft ernaar het aantal asielzoekers terug te dringen, maar weigert gemeenten financiële steun voor zogenoemde doorstroomlocaties. Zo wilde Apeldoorn tien woningen voor statushouders beschikbaar stellen, maar Faber blokkeerde het plan omdat het volgens haar niet ‘sober genoeg’ was. Wat dan wel als sober wordt beschouwd, blijft onduidelijk. Dat dergelijke bestuurlijk ingrijpen de doorstroom nog verder vertraagt, is wél evident.
Ook grote adviesorganen als de Raad van State, de Raad voor de Rechtspraak en de Orde van Advocaten bekritiseren Faber openlijk. Zij klagen dat ze slechts een week kregen om advies te geven over haar recente wetsvoorstel over het zogeheten tweestatussenstelsel, terwijl een goede uitvoerbaarheidstoetsing onmogelijk is in zo’n kort tijdsbestek. Het COA kreeg zelfs helemaal geen tijd. Tegelijkertijd verklaarde Faber op 2 december in een Kamerbrief dat haar beleid binnen drie jaar zal leiden tot ‘een sterke daling van de instroomcijfers’. Ambtenaren, die dit cijfermatig noch wetenschappelijk konden onderbouwen, hadden hun bezwaren al eerder kenbaar gemaakt. Toch zette Faber door.
Marjolein Faber zelf lijkt zich weinig aan te trekken van de toenemende kritiek. Toen Mark Rutte haar tijdens een VVD-congres in november een ‘zwakke minister’ noemde en de zaal in lachen uitbarstte, reageerde Faber: “Dat doet mij helemaal niks. Dat laat ik van me afglijden.” Ze blijft, naar eigen zeggen, onverminderd overtuigd van haar aanpak en van haar samenwerking met het ministerie.
Het beeld dat naar voren komt van Fabers ministerschap is dat van chaos, incompetentie, gebrek aan samenwerking en solistisch optreden. De minister is onbereikbaar voor Kamerleden, ambtenaren, gemeenten en de pers en haar plannen roepen grote weerstand op bij betrokken organisaties en adviesorganen. Terwijl Faber overtuigd blijft van haar eigen koers, groeit van bijna alle kanten de twijfel of haar asielbeleid überhaupt nog van de grond zal komen, of dat Fabers ministerschap vooral dient om het beeld van een migrantenverjagende PVV in stand te houden.