Klimaattop lijkt compleet mislukt
De klimaattop in Bakoe, Azerbeidzjan lijkt op een fiasco uit te draaien. Het cruciale onderwerp van klimaatfinanciering heeft geleid tot een diepe verdeeldheid tussen rijke en arme landen. Hoewel er aanvankelijk hoop was op een akkoord, is de situatie volledig uit de hand gelopen. Ontwikkelingslanden en kleine eilandstaten, die het hardst worden getroffen door klimaatverandering, maar daar de minste bijdrage aan leveren, hebben de onderhandelingen verlaten en weigeren terug te keren zonder een substantiële verbetering van de voorstellen van rijke landen. De sfeer is gespannen en de onderhandelingen zijn in chaos ontaard.
Het belangrijkste twistpunt is het bedrag dat rijke landen jaarlijks moeten bijdragen aan een klimaatfonds. Dit fonds is bedoeld om ontwikkelingslanden te helpen bij het invoeren van klimaatbeleid, het bouwen van infrastructuur tegen overstromingen en het compenseren van schade door extreme weersomstandigheden. Sinds 2020 hadden rijke landen beloofd jaarlijks 100 miljard dollar bij te dragen, maar dat bedrag werd pas in 2022 gehaald. Ontwikkelingslanden eisen nu een verhoging naar 1300 miljard dollar per jaar, terwijl de rijke landen slechts bereid zijn een bedrag van 300 miljard dollar te bieden vanaf 2035. Volgens onafhankelijke experts is het door de arme landen genoemde bedrag realistisch om de klimaatuitdagingen aan te pakken, maar het voorstel van de rijke landen blijft ver onder die drempel.
De organisatie van de top liet ook nogal te wensen over. De voorzitter van de top, Babajev, probeerde de partijen bijeen te brengen door traditionele methoden zoals een kurultáj, een Centraal-Aziatische krijgsraad, in te zetten. Toch wist hij geen doorbraak te forceren. Integendeel, zijn voorzitterschap wordt zwaar bekritiseerd. Zowel ontwikkelingslanden als rijke landen klagen over gebrek aan leiding en duidelijke teksten. De impasse werd verder bemoeilijkt door de inmenging van Saoedi-Arabië, dat volgens verschillende bronnen pogingen om de meest kwetsbare landen te ondersteunen, blokkeert. “Dit is wat de ontwikkelde wereld altijd met ons doet,” zei Monterrey Gomez uit Panama. “Ze maken ons moe, ze maken ons hongerig, ze maken ons duizelig.”
Ondanks de impasse in klimaatfinanciering werd er wel vooruitgang geboekt in andere aspecten, zoals een akkoord over koolstofkredieten. Deze regeling moet landen in staat stellen hun CO2-uitstoot te compenseren door duurzame energieprojecten in andere landen te financieren. Hoewel dit als een positieve stap wordt gezien, vrezen critici dat het systeem ruimte laat voor misbruik en boekhoudkundige trucs, waardoor de uitstoot in werkelijkheid niet daalt. Toch benadrukken voorstanders dat dit akkoord een einde maakt aan jarenlange stilstand over de regels voor een internationale CO2-markt.
De rol van fossiele brandstoffen blijft eveneens een heet hangijzer. VN-secretaris-generaal António Guterres benadrukte dat de wereld de opwarming niet onder de 1,5 graad kan houden zonder een snelle uitfasering van fossiele brandstoffen. Maar in sommige conceptteksten ontbreekt zelfs een verwijzing naar deze noodzakelijke transitie. Dit heeft geleid tot woedende reacties van landen als Denemarken en Ierland, evenals van organisaties zoals Greenpeace. ‘Woestmakend’, noemde Maarten de Zeeuw van Greenpeace het ontbreken van duidelijke actie tegen fossiele subsidies. Dit struikelblok dreigt een belangrijk onderdeel van de onderhandelingen te frustreren.
De spanningen zijn verder opgelopen door de geopolitieke dynamiek. Terwijl de rijke landen aandringen op bijdragen van Golfstaten zoals Saoedi-Arabië, blijft deze groep weigeren mee te betalen aan het klimaatfonds. Tegelijkertijd wijzen arme landen op de historische verantwoordelijkheid van industrielanden, die het grootste aandeel in de opwarming van de aarde hebben veroorzaakt. Cedric Schuster, voorzitter van de Alliantie van Kleine Eilandstaten, verwoordde de frustratie: “We kwamen naar deze COP voor een eerlijke deal. We hebben het gevoel dat we niet gehoord worden.”
De politieke context speelt ook een rol in de onzekerheid over een oplossing. De Verenigde Staten staan op het punt een nieuwe president in te huldigen, waarbij Donald Trump opnieuw aantreedt. Trump heeft eerder laten zien geen voorstander te zijn van internationale klimaathulp. Tegelijkertijd vinden in Duitsland verkiezingen plaats, waar een rechtsere regering zonder de Groenen de macht kan grijpen. Deze ontwikkelingen maken toekomstige onderhandelingen nog ingewikkelder.
Het falen van de top in Bakoe bedreigt niet alleen de klimaatinspanningen, maar ook het vertrouwen tussen landen. Terwijl rijke landen benadrukken dat ze met het aanbod van 300 miljard dollar een stap vooruit zetten, noemen ontwikkelingslanden dit bedrag ‘ronduit respectloos’. Hilde Stroot van Oxfam stelt dat het bod ‘niet is waarvoor we naar Bakoe zijn gekomen.’ Het ontbreekt aan ambitie en erkenning van de urgentie van de klimaatcrisis, zegt ze. De schade die nu al wordt geleden door extreme weersomstandigheden in arme landen onderstreept de noodzaak van snelle actie. “Landen moeten zich ook kunnen aanpassen aan klimaatverandering,” zegt Norman Martin Casas van Oxfam. “Zonder voldoende middelen zal dat niet lukken.”
Ondanks de sombere vooruitzichten blijft Eurocommissaris Wopke Hoekstra optimistisch over een mogelijke doorbraak. “Het is een hels karwei,” zei hij, maar hij benadrukte dat de EU blijft streven naar een oplossing. Toch geven velen aan dat de tijd dringt. Veel delegaties hebben hun vluchten al gepland, waardoor een quorum voor een akkoord misschien niet eens haalbaar is.
Als de top zonder akkoord eindigt, wordt er overwogen de onderhandelingen in Bonn, Duitsland, voort te zetten. Maar sceptici vrezen dat de politieke en diplomatieke omstandigheden tegen die tijd nog uitdagender zullen zijn. Een mislukking in Bakoe zou een ernstige klap zijn voor het Klimaatakkoord van Parijs en de inspanningen om de opwarming van de aarde binnen beheersbare grenzen te houden. Zoals een ervaren onderhandelaar uit Latijns-Amerika samenvatte: “Het lijkt erop dat we van chaos naar crisis gaan. En dat kunnen we ons niet veroorloven.”