Uitbraak Marburgvirus gestopt
De Rwandese minister van Volksgezondheid, Sabin Nsanzimana, heeft zondag aangekondigd dat de uitbraak van het Marburgvirus in het land niet verder verspreidt. In de afgelopen zes dagen zijn er geen nieuwe infecties of sterfgevallen gemeld, wat wijst op een stabilisatie van de situatie.
"We hebben geen overdracht binnen de gemeenschap," verklaarde minister Nsanzimana tijdens een persconferentie in de hoofdstad Kigali. "Alle positieve gevallen zijn afkomstig van de lijst met bekende contacten van mensen die het virus hebben." Het effectief traceren en isoleren van deze contacten is cruciaal gebleken in het beheersen van de uitbraak. Tot op heden heeft Rwanda 1.146 contacten geïdentificeerd en gemonitord.
Tijdens de persconferentie was ook Tedros Adhanom Ghebreyesus, directeur-generaal van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), aanwezig. Hij prees de inspanningen van Rwanda om de uitbraak van deze op Ebola lijkende ziekte in te dammen. "Ik zie dat de uitbraak wordt beheerd onder sterk leiderschap," zei Tedros. "Maar we hebben te maken met een van 's werelds gevaarlijkste virussen, en voortdurende waakzaamheid is essentieel."
De Wereldgezondheidsorganisatie en andere internationale partners werkten nauw samen met de Rwandese overheid om de uitbraak te beheersen. Er werden inspanningen geleverd om diagnostische capaciteiten te vergroten, medische voorzieningen te verbeteren en gezondheidswerkers van adequate beschermingsmiddelen te voorzien.
Rwanda maakte de uitbraak op 27 september bekend en heeft tot nu toe 15 sterfgevallen gemeld. Volgens officiële cijfers zijn er 44 mensen hersteld en blijven er nog slechts drie actieve gevallen over. Opvallend is dat de meeste getroffen personen gezondheidswerkers zijn die het virus opliepen tijdens de zorg voor patiënten.
Uit onderzoek is gebleken dat de eerste besmette persoon hoogstwaarschijnlijk een 27-jarige man was. Hij liep het virus op bij contact met een specifieke vleermuissoort die in grotten leeft. De man zocht medische hulp in het King Faisal Hospital in Kigali, waardoor meerdere gezondheidswerkers aan het virus werden blootgesteld.
Het Marburgvirus is een zeldzame maar ernstige vorm van virale hemorragische koorts en behoort tot dezelfde familie als het bekendere Ebolavirus (Filoviridae). Het virus komt waarschijnlijk van vruchtetende vleermuizen, met name de Egyptische vruchtvleermuis (Rousettus aegyptiacus). Verspreiding tussen mensen vindt plaats door direct contact met lichaamsvloeistoffen van geïnfecteerde personen of door contact met besmette materialen zoals beddengoed.
Zonder behandeling kan het Marburgvirus fataal zijn in tot wel 88% van de gevallen. Symptomen beginnen plotseling en heftig. Patiënten krijgen hoge koorts en hevige hoofdpijn. Naarmate de ziekte vordert, kunnen patiënten last krijgen van ernstige bloedingen, zowel intern als extern, wat kan leiden tot de dood.
Eerdere uitbraken van het Marburgvirus zijn gemeld in verschillende Afrikaanse landen, waaronder Tanzania, Equatoriaal-Guinea, Angola, Congo, Kenia, Zuid-Afrika, Oeganda en Ghana. Het virus werd voor het eerst geïdentificeerd in 1967 tijdens gelijktijdige uitbraken in laboratoria in Marburg en Frankfurt in Duitsland, en in Belgrado, toenmalig Joegoslavië. Deze uitbraken waren het gevolg van onderzoek op geïmporteerde Afrikaanse groene apen, waarbij zeven mensen om het leven kwamen.
Momenteel is er geen goedgekeurd vaccin of specifieke antivirale behandeling beschikbaar voor het Marburgvirus. De zorg voor patiënten is voornamelijk ondersteunend en gericht op het verlichten van symptomen en het voorkomen van complicaties.
Hoewel de afname in nieuwe infecties en sterfgevallen een positief teken is, benadrukken gezondheidsautoriteiten dat het gevaar nog niet geweken is. "Voortdurende waakzaamheid is essentieel," aldus Tedros Adhanom Ghebreyesus van de WHO. Burgers worden opgeroepen om de richtlijnen van de overheid strikt op te volgen en direct medische hulp te zoeken bij het optreden van symptomen.