Stikstofproblematiek voorlopig nog niet opgelost
Wetenschappers zijn er nog niet in geslaagd een methode te ontwikkelen waarmee kleinere projecten kunnen worden vrijgesteld van de strikte stikstofregels. Provinciale overheden hadden onderzoekers van TNO en de Universiteit van Amsterdam de opdracht gegeven om een drempelwaarde te bepalen, waaronder geen stikstofvergunning nodig zou zijn. Ondanks hun inspanningen hebben de onderzoekers zo'n grens niet kunnen vaststellen. Wel geven zij aan dat verder onderzoek nodig is om mogelijk alsnog een verantwoorde, maar ruimere ondergrens te vinden.
Het gevolg is dat boeren en bedrijven nu voor vrijwel elke vorm van nieuwe stikstofuitstoot een vergunning moeten aanvragen. Zelfs kleine uitbreidingen, zoals bij een boerderij, vereisen een vergunning als er meer dan 0,005 mol stikstof per hectare per jaar terechtkomt in kwetsbare natuurgebieden. In de praktijk betekent dit dat vrijwel elk project, van agrarische bedrijven tot infrastructuurprojecten, onder deze strenge regelgeving valt.
Dit was echter niet altijd het geval. Voor 2019 gold een veel hogere drempelwaarde. Destijds was alleen een vergunning nodig als een project meer dan 1 mol stikstof per hectare per jaar uitstootte, wat ongeveer 200 keer hoger lag dan de huidige norm. Projecten onder die grens konden volstaan met een eenvoudige melding. De overheid rechtvaardigde deze aanpak destijds door te wijzen op toekomstige maatregelen die de stikstofuitstoot zouden verminderen. Maar deze regeling werd later ongeldig verklaard door de Raad van State, na juridische stappen van diverse natuurorganisaties, waaronder Mobilisation for the Environment. De Raad van State oordeelde dat het vooruitlopen op verwachte toekomstige reducties in stikstofuitstoot onwettig was.
Sindsdien blijft de vraag bestaan of het mogelijk is om juridisch gezien toch een ruimere ondergrens te hanteren. Minister van Landbouw Femke Wiersma (BBB) heeft aangegeven dat het vaststellen van zo’n nieuwe ondergrens een van haar prioriteiten is. In december riep de Tweede Kamer het kabinet zelfs op om de oude grens van 1 mol per hectare per jaar weer in te voeren, op voorwaarde dat de Raad van State hiermee akkoord zou gaan. Dit blijft echter een complexe kwestie. De wet staat momenteel alleen extra stikstofuitstoot toe als deze gecompenseerd wordt door elders de uitstoot te verminderen.
Uit het onderzoek blijkt dat de huidige grens niet wetenschappelijk is onderbouwd. De modellen die worden gebruikt om de stikstofverspreiding te berekenen, kunnen niet met zekerheid vaststellen of stikstofuitstoot van bijvoorbeeld een boerderij daadwerkelijk in natuurgebieden terechtkomt die tientallen kilometers verderop liggen, terwijl dit wel de basis vormt voor de huidige regelgeving. Desondanks hebben de wetenschappers onvoldoende bewijs gevonden om nu een nieuwe, hogere drempelwaarde voor te stellen. Ze denken echter dat het mogelijk is om zo'n grens wetenschappelijk te onderbouwen, mits er meer onderzoek wordt gedaan.
Hoewel de huidige modellen volgens de onderzoekers geen wetenschappelijke fouten bevatten, zijn ze wel gebaseerd op beperkte kennis en aannames. Dit betekent dat nieuw onderzoek nodig is om beter inzicht te krijgen in de verspreiding van stikstof. Dit onderzoekstraject kan echter jaren duren voordat het tot bruikbare resultaten leidt.
Minister Wiersma toont zich positief over de mogelijkheid van vervolgonderzoek, ook al heeft het nog geen directe oplossing opgeleverd in de vorm van een nieuwe ondergrens. Ze benadrukt dat ze, samen met de provincies, actief zal werken aan het benutten van alle mogelijke opties om tot een ondergrens te komen.
Zelfs als zo'n nieuwe grens uiteindelijk wordt vastgesteld, blijft een definitieve oplossing voor de stikstofproblematiek in Nederland ver weg. Een nieuwe ondergrens zou weliswaar enige verlichting kunnen bieden, maar tegelijkertijd leidt deze tot nieuwe stikstofuitstoot. Ondertussen is het nog onduidelijk hoe de uitstoot op andere plekken voldoende kan worden verminderd om aan de wettelijke verplichtingen te voldoen.