Sportklimmers strijden in laatste pre-olympische World Cups

heywoodu

Op 5 augustus gaat op de Olympische Spelen in Parijs het sportklimmen beginnen, dit keer met twee onderdelen in plaats van één: het speedklimmen staat nu los en verder is boulder & lead nu ook één onderdeel. Een goed moment om nog even terug te blikken op de World Cups van de afgelopen weken, de laatste graadmeters voor de Spelen.

Innsbruck
In het boulderen werd het bij de mannen een geheel Japans feestje: Sohta Amagasa haalde op drie van de vier boulders de top en deed dat in minder pogingen dan Meichi Narasaki, die zo tweede werd. Tienersensatie Sorato Anraku werd met twee tops en één zone derde, voor de Brit Toby Roberts.

Bij de vrouwen was er maar één de beste, zoals wel vaker: Janja Garnbret topte alle vier boulders, als enige. Haar Sloveense landgenote Jennifer Eucharia Buckley kwam net als de Amerikaanse Anny Sanders op de eerste drie boulders tot de top, op de vierde lukte zelfs de zone niet - Buckley werd met één poging minder tweede, voor haar 17-jarige leeftijdsgenote Sanders.

De grote thuisheld in het leadklimmen wist het te doen: legende Jakob Schubert kwam het verst op de muur, voor de Duitse leadspecialist Alexander Megos. Roberts klom naar de derde plek en liet zien als allrounder een grote kanshebber op olympisch goud te zijn.

Het leadklimmen bij de vrouwen leverde winst op voor Garnbret, die net als Ai Mori de top bereikte op de leadmuur. De tiebreaker is dan de halve finale, daarin werd de in topvorm verkerende Mori tweede en dus werd ze dat in de finale ook. Plek drie ging naar de Zuid-Koreaanse Seo Chae-hyun.

Chamonix
In Frankrijk stond het leadklimmen ook op het programma en daar was het de Amerikaan Colin Duffy die er bij de mannen met de winst vandoor ging. Hij kwam nét iets verder dan thuisfavoriet Sam Avezou, die de Brit Roberts en olympisch kampioen Alberto Gines Lopez uit Spanje naar plekken drie en vier verwees.

Geen Garnbret bij de vrouwen en dus was de weg open voor Mori: de Japanse was de beste in de halve finales en bereikte in de finale de top, net als Jessica Pilz. De Oostenrijkse werd op basis van de halve finales tweede, met Mei Kotake stond een tweede Japanse op het podium - ze kwam net zo ver als Sam's zus Zélia Avezou, maar werd derde op basis van de halve finales.

Ook het speedklimmen stond op het schema en daar was Sam Watson de rapste man. De Amerikaan dook in de achtste finales, kwartfinales en halve finales ruim onder de magische vijfsecondengrens, maar in de finale maakte hij fouten. Wang Xinshang uit China deed dat echter nog wat meer en dus won Watson. In de kleine finale zag de Spanjaard Erik Noya opponent Ryo Omasa uit Japan vallen.

Zhang Shaoqin uit China won in de finale van de Poolse Natalia Kalucka, die viel. In de kleine finale was Jeong Ji-min uit Zuid-Korea te snel voor de Chinese Wang Shengyan.

Briançon
Lang niet alle toppers waren in Briançon, vooral vanwege de voorbereiding op de Spelen. Japan was ook met de B-ploeg sterk, ze haalden zelfs het volledige podium: Zento Murashita pakte de winst, voor Satone Yoshida en Shion Omata.

Bij de vrouwen, waar Lynn van der Meer één greep tekort kwam om de finale te halen, ging de winst ook naar Japan: Mei Kotake was veruit de beste. De Italiaanse Laura Rogora pakte de tweede plek, voor de jonge Oostenrijkse Mattea Pötzi.

Bij afwezigheid van Watson lag de weg open voor anderen, en Ludovico Fossali sprong in dat gat: de Italiaan dook in de finale voor het eerst onder de vijf seconden en was met 4,97 seconden te snel voor Noya. Plek drie ging naar de Chinees Long Jianguo, die in 4,93 tellen de kleine finale won van de Duitser Leander Carmanns.

Met een Aziatisch record van 6,41 seconden pakte Deng Lijuan uit China de winst in de finale tegen Jeong (6,53). Landgenote Zhang Shaoqin was in de kleine finale met 6,46 seconden ook razendsnel en was daar te sterk voor nog een Chinese, Wang Shengyan (6,73).