'Religieus geweld CAR moet bestraft worden'

anoniem_22072019025900

De nieuwe machthebbers in de Centraal-Afrikaanse Republiek moeten hun voormalige wapenbroeders straffen die het dorp Camp Bangui hebben verwoest. Dat bepleit Human Rights Watch in een maandag verschenen rapport. De aanval op het christelijke dorp door de voor het merendeel islamitische opstandelingen doet de mensenrechtenorganisatie vrezen voor etnische zuiveringen of zelfs genocide.

Ooggetuigen hebben verklaard dat troepen van rebellencommandant Abdallah Hamat Camp Bangui op 10 november van de kaart hebben geveegd, zei HRW maandag. De doden die bij de aanval vielen konden nog niet worden geteld omdat het in het gebied te onveilig is.

Hamat en zijn manschappen maakten voorheen deel uit van de Seleka, de rebellenalliantie die in maart de macht overnam in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Seleka-leider Michel Djotodia, die zichzelf tot president heeft uitgeroepen, heeft de alliantie na zijn machtsgreep officieel ontbonden. Maar een groot aantal rebellen legde de wapens niet neer, voegde zich niet in de gelederen van Djotodia's leger en opereert nu zonder zich door de president iets te laten gezeggen.

Hamat, die zich generaal noemt, zou van het geweld in de CAR een strijd tussen moslims en christenen willen maken. Hij zou islamitische inwoners van Gaga, de noordelijke stad die als zijn uitvalsbasis dient, hebben opgeroepen voorraden aan te leggen voor de aanval op Camp Bangui. In dat plaatsje waren volgens de rebellencommandant anti-balaka gelegerd, door de verdreven president François Bozizé in het leven geroepen christelijke burgermilities.

"Van plaatselijke vervoerders in Gaga eiste Hamat motorfietsen op", schrijft Human Rights Watch in het rapport. Hij verzocht de islamitische inwoners vervolgens in het Arabisch om brandstof en 'giften'. "Zijn er hier geen trouwe moslims die ons brandstof kunnen schenken zodat we de strijd kunnen aanbinden met de vijand?", vroeg Hamat volgens HRW een in Gaga verzamelde menigte.

Hamat verdedigde zijn optreden in Camp Bangui en noemde de aantijgingen overdreven, zegt Human Rights Watch. Zijn troepen zouden in het dorp inderdaad slaags zijn geraakt met burgermilities, maar 'er zijn hooguit vier huizen afgebrand'. "Mijn ondergeschikten mogen geen chaos stichten. Doen ze dat toch, dan zal ik hen straffen. Ik wil vrede. Ik wil dat mensen weer naar huis terug kunnen."

De losgeslagen rebellen maken zich de laatste maanden volgens hulporganisaties schuldig aan moordpartijen, marteling en verkrachting. Veel van die gruweldaden zouden zich afspelen in het ontoegankelijke noorden van het land. Over dat geweld hoort de wereld slechts zo nu en dan, van een enkele ontsnapte ooggetuige.

In het maandag uitgebrachte rapport beticht Human Rights Watch Hamats troepen er ook van kindsoldaten te ronselen en in te zetten.