Turks CDA-Kamerlid: N praten over genocide

Rob (R@b)
Het in Turkije geboren CDA-kamerlid Coskun Crz wil binnen de Turkse gemeenschap in Nederland een debat op gang brengen over de Armeense genocide. Dat zegt hij vandaag in dagblad Trouw naar aanleiding van de commotie die is ontstaan over deze zaak.

Crz, nummer 19 op de CDA-kandidatenlijst, laat er geen twijfel over bestaan dat hij achter de motie staat die de Tweede Kamer in 2004 aannam, en waarin de moord op de Armenirs genocide wordt genoemd. De regering heeft die motie later overgenomen alsmede het Europese parlement.

Uitgangspunt voor Crz is dan ook dat de Turkse achterban zich achter deze mening gaat scharen. Hij is bereid de motie ook te verdedigen tegenover de felste tegenstanders binnen de Turkse gemeenschap, zoals de nationalistische Grijze Wolven. Hij voorspelt een ''heikele discussie''. Doel daarvan moet zijn dat de Turkse gemeenschap in Nederland de motie van 2004 ''verinnerlijkt''.

Protest
Gisteren demonstreerden in Amsterdam zo'n 40 studenten van Turkse komaf nog tegen het schrappen van Erdinc Sacan van de PvdA-kandidatenlijst. Dat deden ze middels een stille tocht naar het hoofdbureau van de PvdA.

Nadat ze tientallen journalisten - ook de Turkse media waren uitgerukt - te woord stonden over de Armeense kwestie, plakten ze 'op ludieke wijze' de mond dicht met grijs tape. De Turken in Nederland ''zijn monddood gemaakt'' en vandaar de stille tocht naar het partijbureau van de PvdA.


Rotterdam
In Rotterdam las gisteren wethouder Orhan Kaya (GroenLinks) namens hemzelf en zijn collega Hamit Karakus (PvdA) in de gemeenteraad een verklaring voor over de kwestie. Leefbaar Rotterdam had daarom gevraagd. Kaya noemde de moord op honderdduizenden Armenirs ''een vreselijk moment''. Maar of het genocide was, moet onafhankelijk onderzoek van de Verenigde Naties maar uitwijzen. De verklaring werd op persoonlijke titel voorgelezen, omdat het college van B&W de kwestie geen zaak vindt voor gemeentepolitiek.

De tekst van Kaya luidde: ''Voor ons staat vast dat in de jaren 1915-1920 honderdduizenden Armenirs op een gruwelijke manier zijn omgekomen. Dat sprake is van genocide, valt geenszins uit te sluiten, maar is nooit formeel door een Hof of Tribunaal vastgesteld. Wij ondersteunen daarom noch de Armeense claim dat onomstotelijk vaststaat dat er sprake is geweest van genocide noch de officile Turkse visie dat zeker is dat het niet het geval is geweest. En daarom is een uitgebreid internationaal onderzoek op zijn plaats. Onder VN-vlag, zoals het Europees parlement op 27 september heeft besloten.''