Kabinet stelt hervorming box 3 half jaar uit, geen consensus bereikt

D66, VVD en CDA zijn er voorafgaand aan Prinsjesdag niet in geslaagd een akkoord te sluiten over de toekomst van box 3, de belasting op vermogen. De coalitiepartijen overlegden de hele week, maar bereikten geen overeenstemming. Het kabinet meldt via minister Heinen van Financiën aan de Tweede Kamer dat een oplossing pas over een half jaar volgt, in de Voorjaarsnota, de bijstelling van de rijksbegroting.

Verdeeldheid over aanpak box 3
Volgens het kabinet ligt de vertraging aan verschillen van mening bij de oppositiepartijen. Heinen schrijft aan de Kamer dat het nog niet lukt om een voorstel te maken dat op brede steun in het parlement kan rekenen. Het kabinet wil met de Eerste en Tweede Kamer in gesprek blijven en zegt open te staan voor nieuwe inzichten.

Een oplossing is volgens het kabinet niet eenvoudig. Alle scenario's hebben grote budgettaire en uitvoeringstechnische gevolgen en verschillen in effect voor burgers en het investeringsklimaat, aldus het kabinet.

Al jaren zoektocht naar ander box 3-stelsel
De politiek zoekt al meer dan tien jaar naar een vervanger van het huidige box 3-systeem. De manier waarop de Belastingdienst nu belasting berekent, mag niet: die moet uitgaan van het werkelijke bezit of de werkelijke winst van iemand, niet van een vast percentage.

Op dit moment geldt een tijdelijk systeem op basis van een theoretisch rendement. Dat pakt vooral gunstig uit voor mensen met hoge rendementen, omdat zij over een lager verondersteld rendement belasting betalen. Daardoor loopt de schatkist jaarlijks zeker 2,4 miljard euro mis. Al die jaren discussiëren politieke partijen zowel over de praktische uitvoering als over vermogensongelijkheid. Dat is vandaag nog steeds zo.

De Tweede Kamer stemde afgelopen februari al in met de Wet werkelijk rendement box 3, die vanaf 2028 het werkelijke rendement op spaargeld, beleggingen en vermogen moet belasten. In de Eerste Kamer bestaat echter veel kritiek op die wet, waardoor de senaat de stemming al eerder uitstelde.

VVD wil vermogenswinstbelasting, coalitiepartners twijfelen
De VVD wil zo snel mogelijk naar een volledige vermogenswinstbelasting, waarbij mensen pas belasting betalen over de winst op vermogen bij verkoop van aandelen. Dat zou de schatkist de komende jaren tussen de 11 en 25 miljard euro minder opleveren. Volgens de begrotingsregels moet dat bedrag grotendeels via belastingen bij burgers worden geïnd, maar de coalitiepartijen komen er niet uit hoe dat op een voor iedereen acceptabele manier kan.

Mogelijke opties zijn een hogere erfbelasting, belasting op tweede huizen in box 3, of extra belasting in box 2 op inkomen uit aandelen van directeuren van bv's. Dat laatste ligt gevoelig bij de VVD. D66 en CDA vinden het onbespreekbaar dat de belastingdruk bij lagere inkomens terechtkomt, zeker nu er ook al wordt bezuinigd op de sociale zekerheid.

Oppositie verdeeld, kabinet vreest voor investeringsplannen
D66 en CDA willen de steun van oppositiepartij Pro niet verliezen, die juist een hogere vermogensbelasting eist. Ook andere oppositiepartijen hebben afwijkende standpunten die bepalend kunnen zijn voor een meerderheid in beide Kamers.

Het kabinet roept alle partijen op snel tot een oplossing te komen. Zonder besluit klopt de begroting van het kabinet de komende jaren niet meer. Ook komen plannen zoals de investeringsagenda voor veiligheid en welvaart en het sociaal akkoord met werkgevers en werknemers in de ijskast te staan.

Bouwen aan het kabinet Jetten 1 (@Gemini-AI)
Kabinet Jetten 1 (@Gemini-AI)