25 jaar na 9/11: wat is er over van de Amerikaanse antiterreurwet

Vrijdag is het 25 jaar geleden dat Al-Qaida vier vliegtuigen kaapte en aanslagen pleegde in de Verenigde Staten. De aanslagen overvielen de Amerikaanse inlichtingendiensten en brachten de toenmalige regering ertoe binnen enkele weken een antiterreurwet aan te nemen die de bevoegdheden van politie en diensten sterk uitbreidde. Het was de meest omvattende uitbreiding van staatstoezicht en veiligheidsbevoegdheden in de moderne Amerikaanse geschiedenis. Een deel is later ingetrokken, andere instrumenten zijn nog in gebruik.

De aanslagen van 11 september 2001
Negentien terroristen kaapten op 11 september 2001 vier passagiersvliegtuigen. Twee toestellen vlogen het World Trade Center in New York binnen, waarna beide torens instortten. Een derde vliegtuig boorde zich in het Pentagon bij Washington. Het vierde toestel stortte na ingrijpen van passagiers neer in open gebied in Pennsylvania. Bij de aanslagen kwamen 2.977 mensen om het leven.

Bij de herdenking in New York wordt dit jaar voor het eerst ook stilgestaan bij de naar schatting negenduizend mensen die later overleden aan ziektes die aan 9/11 worden toegeschreven.

De gevolgen zijn tot vandaag zichtbaar in het vliegverkeer. Reizigers leggen rugzak en schoenen in een bak, doen hun riem af, mogen vloeistoffen tot 100 milliliter meenemen en gaan door een bodyscanner. India McKinney van burgerrechtenorganisatie Electronic Frontier Foundation zegt dat er na de aanslagen "paniek" en "paranoia" heersten. Er ontstond een brede wens om het veiligheidsapparaat zo in te richten dat een herhaling van 9/11 uitgesloten zou zijn.

Antiterreurwet met één tegenstem door de Senaat
De uitgebreide bevoegdheden werden in het najaar van 2001 vastgelegd in de USA Patriot Act, zoals de antiterreurwet officieel heet. De Senaat nam de wet aan met 98 stemmen voor en één tegen, zonder uitvoerig debat in de Senaat of in het openbaar. De tegenstem kwam van de Democratische senator Russ Feingold, die zijn collega's vooraf opriep nauwkeurig te bestuderen wat er in het wetsvoorstel stond. Volgens hem mochten de vrijheden die terroristen probeerden te vernietigen niet worden opgegeven.

Zes weken na de aanslagen zette president George W. Bush zijn handtekening. Bestaande wetten stamden volgens hem nog uit het tijdperk van de draaischijftelefoon. De nieuwe wet maakte toezicht mogelijk op alle communicatiemiddelen die terroristen gebruiken, zoals e-mail, internet en mobiele telefonie.

Doug Bandow van het libertair georiënteerde Cato Institute verwijt politici van beide partijen dat zij 11 september hebben benut. Zij drukten bevoegdheden door die zij al langer nastreefden en die vaak los stonden van terrorismebestrijding. Een deel van die bevoegdheden noemt Bandow legitiem, maar per saldo ging het volgens hem om een "dramatische uitbreiding". Voor een debat over afzonderlijke bevoegdheden bestond destijds volgens hem geen gehoor. In de jaren daarna groeide het veiligheidsapparaat verder, onder meer met de oprichting van het ministerie van Binnenlandse Veiligheid.

Snowden onthult toezicht op eigen bevolking
In 2013 onthulde NSA-medewerker Edward Snowden dat instrumenten die bedoeld waren tegen buitenlandse terroristen ook werden ingezet tegen de Amerikaanse bevolking. Hij zei zaken te hebben gezien die de diensten niet zouden moeten doen en besluiten die "in het verborgene" waren genomen, zonder medeweten of instemming van het publiek. Volgens hem wisten zelfs vertegenwoordigers in de regering er niet van. McKinney ziet daarin een verschil tussen wat het Congres als wetgever bedoelde en wat er werkelijk gebeurde.

Na zijn publicaties hing Snowden strafvervolging boven het hoofd. Hij vluchtte via Hongkong naar Rusland. Een deel van de Amerikanen ziet hem als verrader, maar zijn boodschap kreeg wel gehoor.

Dat lag volgens Bandow vooral aan de Irakoorlog, die op dat moment al als mislukking gold. Veel Amerikaanse militairen waren omgekomen. Van de massavernietigingswapens die Saddam Hussein volgens de regering-Bush bezat, werd nooit een spoor gevonden. Steeds meer Amerikanen kwamen tot de conclusie dat Bush zijn macht had misbruikt en dat scherper toezicht op de eigen regering nodig was.

Antiterreurwet verdwenen, instrumenten gebleven
In de jaren daarna trok de politiek enkele toezichtsbevoegdheden weer in. De antiterreurwet uit 2001 bestaat in die vorm niet meer, maar een aantal instrumenten en praktijken die eruit voortkwamen, is nog in gebruik. Belangrijke details daarover blijven volgens McKinney afgeschermd als nationaal veiligheidsgeheim. Als zij de diensten concreet om opheldering vraagt, krijgt zij naar eigen zeggen steeds hetzelfde antwoord: "Wij willen het goede, net als jullie. Vertrouw ons." Zo hoort het volgens haar niet te gaan.

Toch is de VS in haar ogen geen surveillancestaat geworden, omdat de Amerikaanse grondwet de rechten van burgers beschermt. Bandow deelt die conclusie in grote lijnen, maar vreest misbruik van de macht van het veiligheidsapparaat.

Hij noemt het migratiebeleid van president Donald Trump een uitdaging voor de burgerlijke vrijheden, vooral door het optreden van migratiedienst ICE bij invallen. Wie er in Amerikaanse ogen buitenlands uitziet, moet er volgens hem rekening mee houden dat iemand hem vastgrijpt en bewijs van staatsburgerschap eist. Sommige mensen durven daardoor de straat niet meer op. Dat gemaskerde, gewapende mannen mensen oppakken, was twintig jaar geleden ondenkbaar, zegt Bandow: "Het risico dat onze vrijheden worden aangetast, is nu groter." Bij het Amerikaanse ministerie van Justitie verdween intussen een derde van de specialisten van de nationale veiligheidsdivisie.

Op deze plek staat externe inhoud die niet van FOK! afkomstig is. Het tonen van deze inhoud kan ertoe leiden dat de externe partij (waar de inhoud vandaan komt) cookies op jouw computer of device zet. Hiervoor moet je eerst expliciet toestemming geven.

Aanslag Twin Towers New York 9/11/ 2001 (@gNational Park Service)
Aanslag Twin Towers New York 9/11/ 2001 (@gNational Park Service)