Europeanen willen sterker Europa, maar twijfelen of dat lukt

Europeanen willen een sterker, meer verenigd en soeverein Europa, maar een groeiend deel van de EU-burgers betwijfelt of dat haalbaar is. Dat blijkt uit de vijfde editie van de European Sentiment Compass, het jaarlijkse onderzoek naar het vertrouwen in Europa van de European Council on Foreign Relations (ECFR) en de European Cultural Foundation (ECF). Voor de studie, getiteld Future nostalgia: Europe's unfinished song, zijn bijna zesduizend burgers in Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, Polen en het Verenigd Koninkrijk ondervraagd, aangevuld met kwalitatief onderzoek naar publieke en politieke debatten in vijftien Europese landen.

Negatief sentiment overheerst
Slechts 12 procent van de ondervraagden omschrijft de huidige situatie in Europa als een periode van ontwaken en vernieuwing. Een meerderheid van 68 procent spreekt juist van algemene achteruitgang of verlies van normaliteit. Onderzoekers noemen deze vertrouwenscrisis een voedingsbodem voor verhalen over Europese zwakte en verval, zoals die worden verspreid door Trump en extreemrechtse partijen.

Bijna driekwart van de respondenten (74 procent) vindt bovendien dat Europa deze uitdagingen niet goed aanpakt. Meer dan de helft (56 procent) noemt de toekomst van Europa 'in gevaar', tegenover 21 procent die dat niet vindt.

Ondanks dit sombere beeld staat de wens voor een krachtig Europa niet ter discussie: 73 procent van de respondenten deelt een visie op een sterk Europa, vooral in termen van eenheid en politieke integratie (35 procent), vrede en veiligheid (28 procent) of welvaart en welzijn (19 procent). Slechts 13 procent hoopt op minder Europa of op ontbinding van de EU.

Oorlog en economie grootste zorgen voor Europa
Oorlog en veiligheid vormen volgens de ondervraagden de grootste uitdaging voor Europa: 43 procent noemt dit als belangrijkste zorg, gevolgd door economische druk met 33 procent. Die zorg over oorlog leeft het sterkst in Polen en het Verenigd Koninkrijk, waar 47 procent dit als grootste probleem aanwijst. Economische druk wordt vooral in Italië gevoeld: 41 procent noemt de economie de grootste uitdaging voor Europa, tegenover 23 procent in Polen en Nederland.

Ook de trage besluitvorming binnen de Europese Unie wordt vaak genoemd als reden voor twijfel. In totaal noemt 32 procent van de respondenten de traagheid van Europa, oplopend tot 39 procent onder de groep twijfelaars. Dit punt speelt het sterkst in Nederland (43 procent) en Duitsland (41 procent). Daarnaast noemt bijna 30 procent de vermeende hypocrisie van Europa en het onvermogen om standpunten te handhaven tegenover machtige actoren. Dit thema leeft vooral bij de pessimistische groep, maar ook onder twijfelaars.

Vier groepen kijken verschillend naar de toekomst van Europa
Volgens het rapport verdelen Europeanen zich in vier groepen als het gaat om de toekomst van Europa. Optimisten (19 procent) zien de huidige crises als aanleiding voor een sterker en eensgezinder Europa. De grootste groep bestaat echter uit pessimisten (39 procent), die vooral verder verval verwachten. Deze groep vormt bijna de helft van de Franse, Duitse en Italiaanse respondenten. Ze heeft een bijna dominante positie onder kiezers van AfD, Rassemblement National en Reform UK, en is ook sterk vertegenwoordigd onder PVV-kiezers en aanhangers van de Vijfsterrenbeweging.

Onverschilligen (12 procent) zien Europa als 'achtergrondgeluid' en staan er grotendeels apathisch tegenover. De op een na grootste groep is de twijfelaars (31 procent): zij erkennen het belang van een sterker Europa, maar missen het vertrouwen dat dit ook werkelijkheid wordt.

Twijfelaars doorslaggevend voor toekomst Europa
Onderzoeker Paweł Zerka van ECFR noemt de twijfelaars cruciaal voor komende verkiezingen en de koers van Europa. Politieke leiders richten zich volgens hem doorgaans op het geruststellen van optimisten of het weerleggen van pessimisten, terwijl juist bij de twijfelaars het geloof in de toekomst van Europa nog te winnen valt. Om deze groep te bereiken is volgens Zerka meer inzicht nodig in de 'verbeeldingskloof': de kloof tussen de wens van een sterker Europa en de twijfel of dat te realiseren is.

Twijfelaars hebben volgens het onderzoek drie terugkerende zorgen. Ze betwijfelen of Europa kan optreden wanneer dat nodig is, of het zijn eigen waarden kan waarmaken en respect kan afdwingen, en of het de veiligheid van Europeanen daadwerkelijk kan garanderen.

Praktische aanpak in plaats van grote visies
Zerka verwacht niet dat twijfelaars overtuigd worden door grootse toekomstvisies. Belangrijker is volgens hem te laten zien dat Europese samenwerking concrete problemen oplost die burgers direct raken. De oorlog van Rusland tegen Oekraïne, de verslechterde transatlantische betrekkingen en de groeiende concurrentie van China vergroten de onrust, maar versterken volgens hem ook het argument voor een sterker, verenigder en strategisch zelfstandiger Europa.

Nationale leiders spelen daarbij een hoofdrol, aldus Zerka. Zij moeten laten zien hoe Europa kan bijdragen aan het oplossen van urgente binnenlandse problemen, zodat Europa onderdeel wordt van de keten die de problemen van vandaag verbindt met de verbeteringen van morgen.

Europese Unie (@Pixabay)
Europese Unie (@Pixabay)